Opinie

Erken het recht op afvalligheid en ongeloof

De universele vrijheid van levensbeschouwing moeten mensen elkaar ook onderling toestaan.

'Meiden van Chibok', ontsnapt aan een ontvoering door Boko Haram, juni 2014 Beeld Sven Torfinn

Dit jaar, 2015, was een gevaarlijk jaar voor de 'ongelovigen'. Dat laat het Freedom of Thought Report 2015 (IHEU) zien dat de internationale humanisten vandaag publiceren. De vorm en aard van hun positie wereldwijd varieert. Maar er zijn beperkingen op de arbeidsmarkt, ze mogen hun mening niet uiten, ze komen niet in aanmerking voor politieke functies, kunnen niet trouwen of hun bestaan wordt systematisch ontkend.

Sociale uitsluiting

In het ergste geval worden 'ongelovigen' vervolgd en ter dood veroordeeld. In 55 landen is afvalligheid of godslastering strafbaar, in 13 landen riskeer je daarvoor zelfs de doodstraf. Ondanks - of misschien wel: dankzij - het feit dat de secularisatie ook in islamitische landen doorzet, zijn het vooral die landen waar straffen voor godslastering en afvalligheid de afgelopen tijd zijn aangescherpt. Zo werd in Saoedi-Arabië vorig jaar atheïsme voor de wet gelijkgesteld met terrorisme, wat dit jaar tot diverse doodvonnissen leidde.

Naast deze top-downvorm van mensenrechtenschending is het ontbreken van 'horizontale' geloofsvrijheid, de vrijheid die mensen elkaar ook onderling moeten toestaan, een groeiend probleem.

Hoewel Nederland goed 'scoort' wat betreft wettelijke bescherming van individuele vrijheid, hebben met name ex-moslims het in informele kring niet gemakkelijk. Velen van hen besluiten om hun 'echte' opvattingen niet uit te spreken uit angst voor sociale uitsluiting.

Grof geweld

Naast sociale uitsluiting is er in het buitenland vaak ook sprake van fysiek geweld. In Bangladesh werden dit jaar al vijf atheïstische bloggers letterlijk doodgehakt door burgers uit een extreem-islamitische groep. De twee gruwelijke aanslagen in Parijs dit jaar, maar ook die in Beiroet, Turkije en Egypte, vallen in dezelfde categorie.

In vrijwel alle delen van de wereld proberen niet-statelijke netwerken hun visie op de Koran met grof geweld op te dringen aan 'ongelovigen'. Zij verstaan daaronder zowel atheïsten en humanisten als andersdenkende moslims en aanhangers van andere religies. Waar bij mensenrechtenschendingen door staten nog formeel geprotesteerd kan worden bij hun regeringen, is het kenmerk van Islamitische Staat (IS), Boko Haram en Al Qaida dat ze zich niet in dat discours bevinden.

En wat kunnen we doen aan informele uitsluiting in Nederland? Anders dan bij het strafrechtelijk afschaffen van het verbod op godslastering, valt er immers geen initiatiefwet te schrijven voor het in de familiekring accepteren van de ongelovige zoon of dochter. Veel westerse politici zijn bovendien niet meer vertrouwd met het voeren van theologische debatten, en verschuilen zich achter de mantra dat zij zich niet over de inhoud van religie zouden mogen uitspreken. Er worden dan wat gemeenplaatsen uitgesproken, zoals de oproep dat de 'gematigde moslims' hierin het voortouw moeten nemen.

Boris van der Ham is voorzitter van het Humanistisch Verbond Beeld ANP

Recht op afvalligheid

Als goed voorbeeld daartoe wordt dan vaak de brief genoemd die 126 islamitische geestelijken uit de hele wereld opstelden richting IS. Het werd onder progressieve gebruikers van de sociale media meteen een hype. Zo werd respect gevraagd voor andersdenkenden binnen de islam, maar ook voor de 'broeders van het Boek', te weten de joden en de christenen. Er werd echter met geen woord gesproken over andere religies, over het recht op afvalligheid of religiekritiek. Het was bij lange na niet de islamitische variant van bijvoorbeeld de Dignitatis humanae, waarmee de rooms-katholieke kerk in 1965 de vrijheid van levensbeschouwing - ook voor niet-gelovigen - erkende.

De schroom om dit theologische debat in de islam echt een stap verder te brengen moet definitief worden afgeworpen. Dat is niet alleen de taak van de (gematigde) moslims, ook niet-moslims hebben het recht zich hierin te mengen.

Het erkennen van het recht op afvalligheid en 'ongeloof' moet in dat debat het belangrijkste ijkpunt zijn. Immers: Als iedereen het recht heeft om als 'ongelovig' te worden ervaren in de ogen van een ander, dan wordt het universele recht op vrijheid van levensbeschouwing ook een sociaal recht. Dat recht bedient iedereen: zowel orthodoxe, gematigde en ex-moslims, als ook alle andere (on)gelovigen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.