Column Rob van Essen

Ergernis is waarschijnlijk de beste geluidsversterker die we ooit hebben uitgevonden

Er was weer eens een festival aan een rand van Amsterdam. De bastonen schoven vanuit de verte over de stad, als het onheilspellende geklop van een kwaadwillige geest die voor een dichte poort stond. Elk moment verwachtte ik een NL-alert waarin alle Amsterdammers werden gewaarschuwd vooral niet open te doen.

Als het om ergernis gaat is het gehoor hofleverancier. Is het mogelijk om je meer te ergeren aan iets wat je voelt of ziet dan aan iets wat je hóórt?

Maar misschien hoorde niet iedereen wat ik hoorde. Vorig jaar maakte ik met Metsike een wandeling langs het Westerdok om te zien wat daar de afgelopen jaren allemaal was gebouwd. Toen we honger kregen vroeg Metsike aan een passant waar hier iets te eten viel, en zo belandden we op het terras van een überhip restaurant aan het IJ. We aten aan het water, alles was goed, maar aan de overkant was een of ander festival bezig; het geluid werd door de wind naar ons ­tafeltje gebracht. Aan de jongen die ons ­bediende, vroegen we of dat de hele tijd zo doorging. Hij zei verbaasd: ‘Ik hoor helemaal niets.’

Hij ondergaat het al de hele middag, dachten wij, hij is er zo aan gewend dat hij het niet meer registreert.

Maar wat, bedacht ik later, als hij het daadwerkelijk niet hoorde? Voor hem was een festival iets normaals, en viel het geluid weg tussen de andere omgevingsgeluiden. Wij hoorden het ­boven alles uit. Ergernis is waarschijnlijk de ­beste geluidsversterker die we ooit hebben uitgevonden.

Alles is context. Er zijn weinig dingen beter dan je met een boek op de bank te nestelen wanneer buiten de regen tegen de ruiten ritselt. Maar wanneer een huisgenoot de kamer binnenkomt om je te vertellen dat het helemaal niet ­regent, maar dat het geluid wordt veroorzaakt doordat de bovenburen voortdurend grote scheppen fijn zand tegen je ramen aan gooien, houd je het geen seconde meer uit met je roman, ook al is het geluid niet veranderd.

Zou het stadium haalbaar zijn waarin het niet meer uitmaakt wat de bron is van het geluid? Het lijkt iets nastrevenswaardigs, maar hoe onthecht moet je zijn om dat niveau te halen? ­Sereen glimlachend kijk je op uit Oorlog en vrede, tevreden zeg je tegen jezelf ‘Ah, lekker, de bovenburen zijn weer aan het strooien’, om vervolgens volkomen ontspannen verder te lezen. 

Later kloppen ze zelfs nog aan, de bovenburen, met het verzoek om een bijdrage in de kosten. Sorry dat we u storen, maar al dat zand, begrijpt u wel... Zonder enige aarzeling trek je je portemonnee, het enige waarmee je zit is de vraag hoeveel fooi je kunt geven zonder dat het overdreven overkomt. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden