Column Erdal Balci

Erdal Balci heeft even geen hoop meer: ‘Is het onmogelijk om van een imam te winnen?’

In een notendop is de geschiedenis van de Turkse republiek de strijd tussen de imam die de dorpelingen probeert te beschermen tegen het heidense Westen en de idealistische leraar die van ver is gekomen om de kinderen van de plattelanders te winnen voor het modernisme.

De ironie wilde dat de Turkse presidentsverkiezingen tussen een imam en een leraar moesten gaan. Zoals gewoonlijk won de imam en moest ik met gevoelens van nostalgie aan de tijd denken die ik in de baarmoeder van mijn moeder heb doorgebracht.

Het was er koud. Eten was schaars en de beste manier om te ontsnappen aan de stank van de armoede was voortdurend slapen. Tussen al het dutten door hoorde ik een keer de leraar van het dorp tegen mijn moeder praten: ‘Lieve dame, u heeft alleen maar mooie kinderen. Deze wordt vast ook een mooi kind. Laat mij uw kind een naam geven.’ Ik sliep, sliep en sliep, werd wakker en hoorde toen de imam van wal steken tegen mijn vader: ‘Jij gaat toch niet naar die man luisteren die niet een keer is komen bidden in de moskee? Ik zoek wel een mooie naam uit die in de heilige Koran voorkomt.’

De jaren verstreken snel, ik ging naar school en kwam in de klas van juf Arzu. Ze had zo’n zoete stem dat zelfs boerenkinderen uit collectieve liefde stilvielen. Was zij het die zei dat de uitvinding van de drukpers de Europese mens had bevrijd van het juk van de religie en dat de boeken vroeg of laat ook het Turkse volk zouden verlichten? Ik weet het niet meer.

Voordat ik de kans kreeg om een tand te worden in een van de twee oorlogsmachines werd ik naar het land gebracht waar de drukpers de mensen wel had weten te transformeren. In Nederland waren de leraren lang, geduldig en vrolijk. De imam daar droeg een rode snor en had felblauwe ogen die in brand stonden van vastberadenheid voor de heilige zaak.

Na een tragisch ongeluk waarbij een jong meisje uit onze straat kwam te overlijden, zag ik die imam tussen de mannen zitten die in afwachting van de reis van het lijk naar het moederland de tijd probeerden te doden in een kleine kamer in een bis-woning. Toen de vader van het pas overleden meisje mompelde dat hij gelukkig een dochter had verloren en niet een zoon, zag ik de imam het hoofd knikken. Ook in het nieuwe land had hij gewonnen.

De jaren negentig braken aan, het nieuwe millennium gingen we vervolgens in. De toenemende macht van de imams kon je meten aan de rokken die steeds langer werden. Toen de benen eenmaal volledig bedekt waren, was het de beurt aan het haar van de meiden dat uit het zicht moest. Op de miljoenen sluiers verrees een nieuw regime dat onder leiding stond van een man die de imamopleiding had gedaan. Hij, Erdogan, overtuigde elk jaar een miljoen extra Turken dat de moslim de klant diende te zijn van de technologie van het Westen, maar niet van de immorele waarden ervan. Voor de moslim een gedachte net zo zoet als de stem van de lerares die mij had leren lezen.

Het lot maakte dus dat de opper-imam Erdogan de genadeklap aan een idealistische leraar moest uitdelen. De leider van de oppositie die een betere spreker is dan Erdogan, meer vrijheid en meer democratie beloofde en de mensen smeekte om voor een betere toekomst voor hun kinderen te kiezen, delfde zondag het onderspit tegen een oude, vermoeide imam.

Gisteren liep ik in de straten van Istanbul en zag van verdriet verscheurde seculieren. Ik weet welke vraag hen uit de slaap gaat houden: ‘Is het onmogelijk om van een imam te winnen?’ Ik weet het eigenlijk ook niet. Dom als ik ben heb ik mezelf jarenlang wijs gemaakt dat wat de drukpers met Europa heeft gedaan, het internet met de islamitische wereld zou doen. Maar de imam veegt met de bladzijden van het boek zijn kont af en gebruikt het internet om zijn patriarchaat te versterken.

Zondag heb ik de grote nederlaag van de leraar meegemaakt en verlang meer dan ooit naar de koude baarmoeder van mijn moeder. Omdat ik alleen daar heb meegemaakt dat de leraar won van de imam.

Ik zal nooit vergeten dat ik in die buik voor even wakker werd en mijn moeder tegen mijn vader hoorde zeggen: ‘Als het een jongen wordt, gaat hij Erdal heten. Past misschien beter bij deze tijd dan Abdullah.’ Ik had toen hoop. Vandaag even niet meer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.