Column Sarah Sluimer

Er zit een grens aan wat ik allemaal maar op moet geven, ik moest en ik zou de achtbaan in

We gingen naar het Spoorwegmuseum om de 4de verjaardag van onze zoon te vieren, maar stiekem vooral omdat ik erg van attracties houd. Ik had de website uitgeplozen en er bleek een kleine ‘darkride’ met een achtbaanachtig element te zijn, gesitueerd rondom de bouw van de eerste treinen. Nou, toen hadden ze me.

Eenmaal binnen wilde mijn zoon heel erg lang voor een Oriënt Expres-achtig treinstel staan, om het interieur – wit linnen, kristal en zilverwerk – te bewonderen. Daarna wilde hij appelsap drinken en een tosti eten. Daarna wilde hij op zoek naar ‘de kindertrein’, die helemaal niet reed, omdat het regende. Daarna wilde hij in het winkeltje al het speelgoed aanraken. En daarna wilde hij vooral niks meer.

Ik voelde de attractie inmiddels in mijn rug branden, maar je kunt niet veel doen, want het was zijn dag.

Uiteindelijk wist ik mijn zoon naar de darkride te lokken, onder het valse en enigszins wrede voorwendsel dat dáár de kindertrein was. Ik ging met hem naar binnen, mijn vriend bleef met de baby wachten. Er kwam een karretje voorgereden, we stapten in, de beugel ging dicht, maar toen zette hij het op een brullen en bleek er absoluut geen sprake van dat hij met mij de wondere wereld van de spoorbouw zou gaan beleven. Ik begon dus maar met mijn armen te zwaaien en ‘stop’ te roepen, waarna de mevrouw van de attractie de boel stilzette zodat we konden uitstappen.

Maar dit pakten ze me niet meer af, besloot ik. Er zit een grens aan wat ik allemaal maar op moet geven. Dus daar ging ik, terug het bakje in, terwijl hij jammerend en met wringende handjes op het kleine perronnetje aan zijn vader vroeg of ik ooit nog terug zou komen.

Het karretje zette zich piepend en knarsend in beweging en reed de duisternis in. Er was heel veel stoom, een locomotief die op me af leek te rijden, er waren machinistenpoppen die omineus zongen en de rails zakte plots een paar meter naar beneden, waarin ik het achtbaanachtige element onmiddellijk herkende.

Afgezien van het geluid van denderende treinstellen en paniekerige conducteursfluitjes was het vreemd stil om me heen. En opeens merkte ik dat ik erg rechtop zat, met een starre glimlach op mijn gezicht, intern smekend om licht aan het einde van de tunnel, in helse eenzaamheid gevangen.

Het was klaar, ik stapte uit en voegde me bij het gezin.

De mevrouw van het museum had tijdens mijn rit op dokterstoon tegen mijn vriend gezegd: ‘Uw vrouw zit binnen, we kunnen haar op de camera zien, en ze is ontzettend aan het genieten.’

‘Was je aan het genieten, mama?’, vroeg mijn zoon.

‘Enorm’, zei ik. Dat leek me verstandig om te zeggen, al weet ik nog niet precies waarom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden