Opinie huizenmarkt

Er zijn twee eindscenario’s voor het huidige probleem op de woningmarkt, en beide zijn niet bepaald rooskleurig

Dwing de financiële sector tot productieve investeringen die waarde toevoegen aan de economie. 

Geïnteresseerden bekijken een appartement tijdens de landelijke Openhuizendag. Beeld Jiri Buller

Nu het einde van mijn studietijd eraan komt, begint ook de zoektocht naar een baan. ‘Dan ga je zeker bij een bank werken’, volgt regelmatig op een afkeurende toon wanneer ik vertel dat ik economie studeer. Ook medestudenten geven af op het idee te gaan werken bij een bank. De gedachte iets te willen bijdragen aan de maatschappij leeft sterk onder mijn generatie. Tegelijkertijd zie ik inderdaad veel mede-studenten de financiële sector ingaan.

Persoonlijk vind ik het idee van een bank prachtig. Het stelt mensen met een goed idee in staat een onderneming op te zetten. Op die manier zorgen leningen voor economische groei en welvaart – maar daar zit een einde aan.

Een financiële sector die groter is dan de totale productie kan de economische groei verminderen. In plaats van te investeren in ontwikkelingen die voor meer productie zorgen, wordt dit geld gebruikt in de financiële economie waar de rendementen hoog, maar instabiel zijn. Zo krijgt een lokale ondernemer geen lening om een tweede keukenwinkel te openen, maar krijgen huiseigenaren wel een tweede hypotheek. Tegelijkertijd proberen banken de beste economiestudenten te verleiden met goede salarissen, waardoor hun talent verloren gaat in een sector die in zichzelf geen waarde creëert.

In Nederland is de financiële sector vier keer zo groot als de totale productie, grotendeels door hypotheken. De hypotheekrenteaftrek stimuleert om meer te lenen, wat leidt tot hogere prijzen. Mensen die in de jaren tachtig een huis hebben gekocht, profiteren nu van die hoge prijzen, maar de huidige starters moeten veel meer lenen voor dezelfde huizen.

Dat is niet alleen oneerlijk, maar ook gevaarlijk. Huizen zijn hierdoor aantrekkelijk geworden voor investeerders. Mensen met veel overwaarde kopen een tweede huis, niet omdat ze dat nodig hebben, maar omdat banken ze een extra lening verschaffen. Dit kan leiden tot een bubbel, aangezien niet alleen starters die daadwerkelijk in een koophuis willen wonen zich begeven op de woningmarkt. In grote steden wordt ­­

10 procent van de woningen na aanschaf direct verhuurd. Als beleggers zich mengen in de woningmarkt, is het geen kwestie van vraag en aanbod naar woningen, maar naar rendementen. Aandelenmarkten zijn volatiel en dat is prima, maar dat moeten we niet willen met de huizenmarkt.

Waar gaat dit toe leiden? Er zijn twee scenario’s, die beide afhangen van het monetair beleid. In het eerste scenario houdt de Europese Centrale Bank (ECB) de rente laag en kachelt alles door. Huizenprijzen blijven stijgen, waardoor schulden toenemen; oftewel, de financiële sector dijt verder uit. Dat is problematisch voor de economische groei, zoals eerder vermeld, en onhoudbaar.

Mocht de ECB de rente verhogen, dan dalen de rendementen voor investeerders en zullen zij huizen gaan verkopen. Daardoor zullen de prijzen zakken en kunnen huizen onder water komen te staan.

In het eerste scenario schaadt de financiële sector de economie, in het tweede scenario belanden we in een nieuwe crisis. Er zijn weliswaar maatregelen getroffen om dit te voorkomen, maar het is onduidelijk of die voldoende zijn.

Welke stappen moeten we nu zetten? Beleggers moeten buiten de woningmarkt gehouden worden, zoals in Londen waar eigenaren verplicht zijn een aantal dagen per jaar in hun woning te verblijven. Daarnaast

kunnen we het financieel onaantrekkelijk maken om een tweede woning te financieren met krediet. Op die manier worden huizen gebruikt waarvoor ze gebouwd zijn, namelijk om in te wonen.

Zodoende wordt de financiële sector gedwongen te zoeken naar productieve investeringsmogelijkheden die waarde toevoegen aan de economie in plaats van deze te schaden.

Kortom, een kleinere financiële sector zal meer welvaart creëren en brengt minder risico’s met zich mee. Banken blijven een fundamentele rol spelen in de economie, maar de sector moet een middel zijn op weg naar welvaart, geen doel op zichzelf. Daar zou de nieuwe generatie economen een rol in kunnen spelen.

Zijn wij daadwerkelijk anders dan onze voorgangers? Ik weet het niet. Mensen veranderen niet op korte termijn, wij lijken nog sterk op onze voorouders van tienduizend jaar geleden. Ideeën veranderen gelukkig wel. Wij zijn niet opgegroeid met het idee dat economisch liberalisme uitsluitend leidt tot vrijheid en blijheid. Met dat in het achterhoofd, lijkt het mij prima als een gedeelte van mijn generatie bij een bank werkt. Dan blijf ik ze analyseren vanuit de universiteit. 

Kas Westerbeek research ­masterstudent economie aan de Universiteit Utrecht. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden