Column Aaf Brandt Corstius

Er zijn maar vier spellen die ik onder zeer specifieke omstandigheden leuk vind

Tijdens mijn wekenlange queeste om cadeaus te vinden die mijn kinderen nog niet hebben, toch leuk vinden, waar ze daadwerkelijk iets mee gaan doen, waar geen slijm bij betrokken is en waarvan ik het gevoel heb dat ik de wereld er niet helemaal mee kapotmaak, was ik beland in een spellenwinkel. Zo’n winkel met planken vol spellen en twintighoekige dobbelstenen, en, om de een of andere reden, ook altijd heel veel Harry Potter-toverstaffen.

Ik hou van dat soort winkels, omdat het me altijd heel fijn lijkt om een spelletjesfanaat te zijn, waarbij ik onmiddellijk aan mezelf moet toegeven dat ik geen spelletjesfanaat ben. Er zijn maar vier spellen die ik onder zeer specifieke omstandigheden leuk vind: het woordenboekspel, weerwolven, Hints en kaarten als het regent op vakantie. Het andere probleem is dat ik te goed tegen mijn verlies kan. Dat lijkt een mooie eigenschap, maar het is irritant voor je medespelers als je te nonchalant meespeelt.

De spellenwinkel, bleek al snel, werd bestierd door van die jongens die zichzelf met trots nerd noemen. Jongens die heel, heel, heel erg houden van spelletjes. Dat zeiden ze ook steeds, als ze een klant kwamen vertellen over een bepaald spel dat die klant per ongeluk even stond te bekijken. Ze kwamen dan met een verhaal over strategie, spanning, opbouw, pionnen, slechteriken, fantasie, kansberekening, keuzes en toeval, en sloten af met: ‘Ik speel het zelf ook vaak met mijn vrienden.’

Ze zeiden ook rake dingen als: ‘Het is niet leuk als de uitleg van een spel een uur duurt.’ Of: ‘Dit spel is vooral geschikt voor millennials.’ Dat vond ik een duidelijk advies.

Ik stelde me het leven van die jongens voor. Overdag werken in de spellenwinkel, ’s avonds enthousiast spellen spelen. Het leek me aan de ene kant heel leuk en aan de andere kant een totale kwelling.

Ik probeerde me verdekt op te stellen, want ik wist van mezelf dat als zo’n jongen een heel lang verhaal tegen me ging houden, ik het spel ook zou kopen. Anders zou ik het zielig vinden.

Bij een kastje dat in de luwte lag, bekeek ik het kaartspel Kittens in a Blender. Ik vermoedde dat het iets met humor en internetverwijzingen was, een meme verkleed als spel, en ik vermoedde ook dat het daarom vast een slecht spel was.

‘Haat u katten?’ Ineens was er een spelletjesjongen naast me komen staan. Van schrik riep ik: ‘Ja!’ Gevolgd door: ‘Of: nee. Maar ik heb wel katten.’

Vond hij een goeie reden om dit spel te kopen. Hij legde het helemaal uit, het was iets met katten, strategie, visie, inzet, toeval en kansberekening, en ik wilde het helemaal niet hebben.

‘Ik speel het zelf ook vaak met mijn vrienden’, zei hij.

Toch gekocht, natuurlijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden