ColumnEva Hoeke

Er zat niks anders op dan de dochters bij het hek gedag te zeggen en stilletjes na te kijken

null Beeld Aisha Zeijpveld
Beeld Aisha Zeijpveld

Het was een woensdag als alle andere, behalve dan dat alles anders was.

Voor het eerst maakte ik twee stapeltjes brood klaar en vulde ik twee Doppers met water en toen gingen ze, zij aan zij, zuster (5) aan zuster (3), in feestjurken, want binnenkort werd die van 3 4 en dus mocht ze nu voor het eerst mee naar school, wennen.

Ze had al maanden zin in leren, op de crèche was ze uitgeleerd, zo’n kind.

Het was jammer voor ons dat we haar vanwege alle coronamaatregelen niet tot in de klas mochten brengen. Een dag daarvoor hadden we nog gezien hoe een man zijn auto schuin op de stoep parkeerde, de motor liet lopen en zich met kind en al het schoolgebouw in wrong, niet te stoppen. Hij, wijzend op zijn zoontje: ‘Het is zijn eerste dag.’ Zo hadden wij het ook in gedachten, maar wij werden afgestopt door de kranigste juf van allemaal, het schoolhoofd, iemand aan wie we de grensbewaking in 1940 ook wel hadden kunnen toevertrouwen, maar dat is makkelijk praten, achteraf. Er zat niks anders op dan ze bij het hek gedag te zeggen en stilletjes na te kijken, naar twee meisjes, twee rugzakken, de handen in elkaar maar toch zelfstandig, volkomen natuurlijk eigenlijk.

Daarna moesten we het doen met onze fantasie.

Niet dat we ons zorgen hoefden te maken, want ze had vandaag twee juffen: een van onze leeftijd én een van 5, want haar zuster zou zich tot in den treure om haar bekommeren, als een kip over haar kuiken, ze zou haar vertellen over gymtassen, pauzes, speelhoek, toilettijden, zelfs vrienden zouden onder haar curatele vallen. ’s Ochtends had ze me nog gevraagd of haar zusje wel een eigen broodtrommel had, waarop ik had gezegd dat we die van haar voorlopig zouden delen. Meteen die bezorgde snuit: ‘Maar ze zit bij de lunch naast Joël, hoe gaan we dat dan doen?’ Het was ontroerend en onnodig tegelijk, met de juf hadden we afgesproken dat we het wel even zouden aankijken – tegen de tijd dat we moesten concluderen dat de kleinste inderdaad niet onder de vleugels van de oudste uit kwam was het alweer zomervakantie, daarna zou de oudste toch een groep hoger gaan.

Het schoolplein was inmiddels leeg, schreiend fietsten we door de mist naar huis.

‘Nou’, zei ik. ‘Dat was het dan.’

Hun vader: ‘Is die Joël wel een leuk jongetje?’

Daarna reed hij bijna tegen een stilstaande auto aan, maar dat kan toeval zijn.

De rest van de ochtend keken we tussen het werken door uit naar het moment dat ze uit school zou komen, we verheugden ons op het opgewonden gedoe, of juist dat gelouterde. Halverwege kwam de Man een foto laten zien in de Klassenapp. We zagen een meisje in een feestjurk dat braaf aan tafel uit een broodtrommel zat te eten en een tikje bescheten in de camera keek. Tegenover haar niet Joël, maar Ismaël. Ik, de kloek: ‘Ah mooi, met hem heeft ze ook op de crèche gezeten.’

Om twee uur precies stonden we weer bij het schoolplein, het leek me dat iedereen kon zien hoe bijzonder dit moment was. Even later kwamen ze hand in hand naar buiten, de oudste met haar rugtas slepend over de grond, de jongste met die van haar keurig op de rug, jasje dicht. De juf stak haar duim op. De Dochter (5) deed verslag van hoe haar zus het had gedaan en hoe ze haar had geholpen bij een tekening, in alles de grote gids. Die kleine zelf was vrij onbewogen. Wel bleek thuis dat ze de hele dag haar plas had opgehouden, ik vond dat ongelooflijk lief.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden