ColumnSheila Sitalsing

Er was eens een Pensioenstelsel. Eens was ze mooi geweest, nu was ze vooral moe

Er was eens een Pensioenstelsel. Eens was ze mooi geweest, je zag er de sporen nog van in de glans van haar ogen en in de welving van haar nek. Tegenwoordig was Pensioenstelsel vooral moe. Van al dat gekijf om haar heen.

Aan haar arm hing een mandje met snoep, en als ze over straat liep, dan riepen de kindjes ‘Snoep! Snoep! Wanneer mogen we?’ En dan gebaarde ze van ‘later’, want de kleine kindjes wisten heus wel dat ze moesten wachten tot ze wat groter zouden zijn, en de grote kindjes wisten heus wel dat ze één handje per dag kregen – en geen snoepje méér.

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Waar ze zo moe van werd, was van alle opwinding die zich om haar snoepmandje had verzameld. Iedereen bemoeide zich ermee. Er kwamen steeds meer grote kindjes bij die elke dag een handje snoep kwamen halen. Ze loerde geregeld bezorgd in haar mandje, want het zou zomaar kunnen dat ze op een dag niet genoeg snoepjes meer zou hebben voor wanneer de kleine kindjes groter zouden zijn. De grote kindjes vonden dat ze zich aanstelde; er was heus genoeg voor iedereen, en anders verzonnen de kleine kindjes er wel wat op tegen de tijd dat ze groter waren.

Soms galoppeerde er een ridder langs, en die riep dan: ‘De snoepjes moeten op rantsoen!’ De grote kindjes gingen daar ontsteld ‘Nee! Nee!’ van krijsen, en de kleinere kindjes gingen er juist verrukt van in hun handjes klappen.

Maar altijd stapte er vervolgens een Minister van de Koning naar voren om plechtig te verklaren dat dit niet het juiste moment was om de snoepjes op rantsoen te doen. Dat ging al jaren zo.

Ridder Klaas kwam geregeld bij Pensioenstelsel op visite – ze vermoedde dat hij haar leuk vond, hij kon erg blozen – en dan klaagde hij steen en been: dat dit al een jaar of tien zo doorging, dat de snoepjes allang op rantsoen hadden gemoeten, dat er telkens weer een excuus voor uitstel werd gevonden, heel eventjes maar. En wanneer heel eventjes voorbij was, was er een nieuw excuus om die nare rantsoenering andermaal uit te stellen: crisis zus, crisis zo, rente zus, rente zo.

Ridder Klaas was een kindervriend, en hij kon er erg verdrietig om worden. ‘Als ze zo doorgaan, moeten de kleintjes van nu straks dubbel op rantsoen’, riep hij vaak wanhopig uit, en dan suste Pensioenstelsel ‘rustig maar’ en streelde ze de laatste haartjes op zijn hoofd.

Maar toen Pensioenstelsel onlangs in de zalmroze krant van het sprookjesbos een artikel had gelezen – geschreven door de grote pensioen-petemoei Martine – waarin de zoveelste bemoeial verzuchtte dat ze ‘achteraf gezien’ een paar jaar geleden al hadden moeten minderen met de snoepjes, was ook Pensioenstelsel moedeloos geworden.

De grotere kindjes riepen de hulp in van tovenaars en kwakzalvers en heksen om te pleiten voor een eindeloze toevoer van snoepjes. Toen dat de spuigaten uitliep, was Ridder Jeroen haar te hulp geschoten. Vroeger was hij Minister van de Koning geweest, nu verdedigde hij haar mandje vurig en riep hij ‘Kletspraat!’ naar de heksen en de tovenaars en de kwakzalvers. Woest aantrekkelijk had ze dat gevonden.

Maar daar was deze week alweer een andere Minister van de Koning. Achter hem sisten en slisten de tovenaars en de kwakzalvers en de heksen. Wankelmoedige Wouter schraapte zijn keel en kondigde af dat het rantsoen niet door hoeft te gaan. Voorlopig niet. Later uiteraard wel, láter, piepte hij, en hij wankelde weg.

En Pensioenstelsel leefde nog. Maar niet zo lang meer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden