Column

Er moet Europees antwoord op Chinese zijderoute komen

Een vrachttrein vertrekt vanuit London naar de Chinese provincie Zhejiang. Beeld afp

Vorige maand denderde een volgestouwde goederentrein het station van Hamburg binnen. Geen nieuws, ware het niet dat die trein helemaal uit China kwam. De Duitse minister van Transport was enthousiast. Deze trein, stelde hij, bereidde de weg voor een nieuwe Zijderoute. De vraag is of we daarover verheugd moeten zijn. De trein keerde leeg naar China terug en hoezeer Peking zich inspant om andere Europese landen voor het project te winnen, de invloed van de Zijderoute op de Europese economie is voorlopig negatief. De Chinese uitvoer langs de Zijderoute groeit; die van Europa krimpt, met tientallen miljarden. Met een belangrijke top in Peking in zicht, wordt het tijd dat Europa wakkerschiet.

Op zich is het idee van een nieuwe Zijderoute aantrekkelijk. Azië en Europa verbinden middels handel, mobiliteit en communicatie, dat roept grote verwachtingen op bij bedrijven. Achter de Chinese boodschap van verbondenheid schuilt evenwel een zeer competitieve strategie. Wat telt is niet alleen de samenwerking, maar wie bij die samenwerking het meeste wint. Chinese beleidsdocumenten maken duidelijk dat het de bedoeling is om nog méér uit te voeren, over meer grondstoffen de zeggenschap te hebben en ervoor te zorgen dat grote Chinese bedrijven marktaandeel afsnoepen van hun Europese concurrenten.

De Zijderoute moet Chinese productieketens ondersteunen die gedomineerd worden door Chinese firma's: van de winning van grondstoffen via logistiek tot de maakindustrie en de detailhandel. China is niet het eerste land dat probeert anderen aan zich te binden door spoorwegen en scheepvaartroutes te domineren. Denk maar aan de handelscompagnieën in de 17de eeuw of de industrialisatie van Europa in de 19de eeuw die samenviel met agressieve spoorwegdiplomatie in Afrika en in Azië. De Verenigde Staten streven er nog steeds naar om andere landen via digitale communicatiekanalen zo toegankelijk mogelijk te maken voor grote spelers als Google en Amazon.

De nieuwe Zijderoute is ongeëvenaard. China wil zowel de traditionele als de digitale handel naar zich toe trekken. Het heeft een plan om over heel Eurazië een Chinees glasvezelnetwerk uit te rollen, waardoor grote internetverkopers als Alibaba terrein kunnen winnen. Zulke bedrijven zijn interessant omdat zij China in staat stellen de huidige grote Westerse winkelketens te omzeilen. Peking is gefrustreerd dat het grootste deel van de winst op in China gemaakte producten als textiel en elektronica naar buitenlandse merken gaat.

China pakt het ingenieus aan. Het land boekt een jaarlijks handelsoverschot met de landen langs de Zijderoute van ongeveer 100 miljard euro. Een deel wordt door de overheid omgezet in leningen waarmee partnerlanden de spoorwegen en havens kunnen betalen. In ruil voor die leningen krijgt China een rente van gemiddeld 3 procent en eist het steevast dat eigen bedrijven een flink stuk van het werk uitvoeren, met Chinese werknemers, machines en materiaal. Er circuleren zelfs berekeningen van de hoeveelheid ijzer, staal en koper die China zou kunnen uitvoeren om al de nieuwe spoorwegen te bouwen. Peking wil het project ook gebruiken als hefboom om Chinese baggeraars aan contracten te helpen.

Vooralsnog zijn het vooral Chinese uitvoerders die van de infrastructuur profiteren. Hoewel Peking ook beloofde te investeren in de maakindustrie van partnerlanden, zien we daar amper wat van. Het Chinese aandeel in de maakindustrie blijft erg groot en vorig jaar namen de Chinese investeringen langs de Zijderoute zelfs af. Dat is zorgwekkend. Als relatief arme landen grote leningen aangaan zonder dat hun economie door de infrastructuur werkelijk productiever wordt, dreigen financiële problemen en instabiliteit. China is zich bewust van dat probleem, maar is zelf zo afhankelijk van uitvoer dat er de komende jaren weinig anders opzit dan ermee door te gaan.

Europa kan dat niet laten gebeuren. Hoewel de motivaties van Peking begrijpelijk zijn, is de weerslag van de nieuwe Zijderoute op onze economie problematisch. Dat geldt ook voor sterke markten als Nederland. Onze havens mogen misschien op korte termijn wat meer containers overslaan, maar op langere termijn raakt het Europese achterland verzwakt en dus ook de positie van de grote havens. Nu zijn de relatief goedkope producten uit China een zegen voor de koopkracht, maar bij een verzwakking van de economie zal de koopkracht uiteindelijk een knauw krijgen. Ook de sterke landen hebben dus baat bij een Europees antwoord op de Chinese Zijderoute. Die route is waardevol, mits we haar evenwichtiger maken.

Jonathan Holslag is docent internationale politiek aan de Vrije Universiteit Brussel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden