Column Thomas van Luyn

Er kwam een potje voor eksperimenteel tejater, maar helaas bleken bloot en pindakaas niet de oplossing

Modern toneel. Brrr, hoor ik u zeggen, blote mensen die mekaar insmeren met pindakaas. Ach, nou, tut tut, dat valt wel mee hoor. Soms is het net gewoon toneel. Inderdaad, na Aktie Tomaat in 1969, toen jonge alternatievelingen tomaten gooiden naar ouderwetse toneelstukken, kwam er een potje voor eksperimenteel tejater, waarin lelijke mensen vieze dingen deden. Met nobele bedoelingen, overigens. De bezoekersaantallen daalden al enige tijd, en de tomatengooiers dachten dat het traditionele theater zich had vervreemd van het volk, wie dat ook moge zijn. Helaas bleken bloot en pindakaas niet de oplossing. De slinger zwaaide terug, en het meeste toneel werd weer traditioneel.

Al deze ontwikkelingen gingen aan het cabaret voorbij, want wij hebben nooit subsidie gekregen. Ik ben er een beetje door verrechtst. Soms stond ik namelijk in mijn eentje in een klein zaaltje, naast een grote zaal waar tien acteurs met decor, technische ploeg, catering en tourbus en een vast contract speelden. Met teksten die iemand anders had geschreven, en muziek die iemand anders had gecomponeerd. Ja, zo kan ik het ook, dacht ik dan. Gelukkig had ik in mijn kleine zaaltje drie keer zo veel toeschouwers als zij in hun grote, maar dat maakte de hele situatie natuurlijk alleen maar vreemder. Het heeft me in ieder geval minder happig gemaakt om op de bres te springen voor kunstsubsidie. Ik ga er ook weer niet tegen schoppen, want het gaat om heel weinig geld, en het houdt een hoop lieve en gevoelige mensen van de straat.

Hoe het in Frankrijk zit weet ik niet, maar ik was laatst bij een Frans stuk, en het was behoorlijk experimenteel. Ik had de kaartjes gekregen, en had geen idee waarin ik terecht zou komen. Het licht dimde en de acteurs kwamen op. Ik zat achter in de zaal, maar helemaal van de andere kant zag ik één acteur opkomen van wie ik meteen wist: die gaat straks z’n lul laten zien. Ik voelde het gewoon. Zijn hele uitstraling verried het. Zelfingenomen experimenteel Frans stuk vreten.

Het was een postmodern stuk, dus er was geen verhaal. Schipbreukelingen liepen rond en brabbelden, renden, schreeuwden en vochten. Het moest iets zeggen over de condition humaine, volgens de flyer. Aan alles was te zien dat het stuk, bij gebrek aan regie, was voortgekomen uit improvisaties. En ja, als acteurs zelf mogen weten wat ze doen, dan laat er vroeg of laat eentje zijn lul zien. Het excuus ditmaal was dat ze schipbreukelingen waren, die naar een primitieve staat terugkeerden, en kleding moesten maken van de op het eiland aanwezige vegetatie. Dan valt er wel eens wat open, natuurlijk. Niet bij de dames, overigens. Actrices laten hun tieten verrassend weinig zien als er niet een mannelijke regisseur is die dat functioneel vindt.

Twee uur lang zat ik te kijken naar iets waar vijf minuten voor hadden volstaan. Voor een schitterend decor, een eiland met een werkende vulkaan in een zee van echt water.

Het budget droop eraf, letterlijk, want af en toe regende het echt op het podium. De zaal was voor de helft gevuld. Was dat veel of weinig? Ik ben iemand die een zaal dan vooral als half leeg ziet, niet als half vol. Gelukkig was het Franse subsidie waarmee het stuk was gemaakt, dus ik hoefde er niks van te vinden.

t.vanluyn@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden