ColumnIbtihal Jadib

Er is weinig zo heerlijk als de ontdekking van een fantastische schrijver

Ibtihal Jadib.Beeld Valentina Vos

Er heeft zich een klein wonder voltrokken: tijdens onze vakantie naar Portugal vorige week heb ik, zomaar, een heel boek kunnen uitlezen. Dat is voor veel mensen een weinig indrukwekkend gegeven maar voor mij was het een verrukkelijke overwinning. Zo gaat dat, als je jonge kinderen hebt, dan ben je blij met iedere kruimel die je nog voor jezelf mag houden. Ik kan deze nederige houding van harte aanbevelen aan ieder die zich recent heeft voortgeplant, want de andere optie – het hardnekkig blijven streven naar enige kwaliteit van leven – werkt enkel frustratie in de hand. Nee, mijn man en ik verwachten niets meer van het bestaan en feliciteerden elkaar daarom des te uitbundiger toen tijdens de vakantie slechts één zenuwinzinking per kind had plaatsgevonden, er maar twee slapeloze nachten waren geweest en verder niemand afgevoerd had hoeven worden naar de plaatselijke dokterspost. Een gezegende week was het.

Het boek dat ik had meegenomen, was van niemand minder dan Carmiggelt. Ik had niet eerder iets van hem gelezen toen ik Mijn moeder had gelijk uit de stapel boeken viste die van mijn schoonvader zijn geweest. Al vanaf de eerste bladzijde voelde ik een verliefdheid opkomen, dit was groots. Opgewonden begon ik te googlen, waarop ik ontdekte dat zijn eerste boek is verschenen in 1940 en zijn laatste in 1983, mijn geboortejaar. Er is weinig zó heerlijk als de ontdekking van een fantastische schrijver van wie je nog een heel oeuvre kunt verslinden. Thuisgekomen liep ik meteen naar de boeken van mijn schoonvader en ja hoor, er zat een tweede bundel tussen: De vrolijke jaren. Daarin geeft Carmiggelt blijk van zijn liefde voor Willem Elsschot; laat dat toevallig de schrijver zijn van mijn favoriete boek. Ik las Kaas voor het eerst toen ik 17 was en er een opstel over moest schrijven voor Nederlands. We moesten een fragment uit een boek kiezen en dat herschrijven vanuit een ander vertelperspectief. Het resultaat zal niet briljant zijn geweest maar ik heb zelden zo opgetogen mijn huiswerk gemaakt. Nog altijd staat Kaas in mijn boekenkast om zo nu en dan liefkozend herlezen te worden.

En nu kom ik dus eindelijk wat vaker aan dat lezen toe. Als kind liep ik de deur van de bibliotheek plat, behalve op donderdagen en in het weekend, want dan was die gesloten. Onbegrijpelijk, vond ik dat. Een bibliotheek was toch, net als het ziekenhuis, van levensbelang? Toen ik een jaar of 11 was had ik de rechterzijde van de bieb uit. Nieuwsgierig keek ik naar de linkerzijde van de leeszaal, daar stonden de stellingkasten voor volwassenen. Na lang snuffelen koos ik een paar titels, maar toen ik die bij de balie aan de juffrouw gaf om te scannen, kreeg ik ze niet mee. ‘Deze boeken zijn voor grote mensen, die zijn nog veel te moeilijk voor jou.’ Streng stuurde ze me terug naar de jeugdboeken en terwijl ze ‘mijn’ boeken achteloos weglegde, had ik voor het eerst in mijn leven een gebroken hart. Toen ik een paar weken later mistroostig in de rij stond met suffe kinderboeken, trof ik een meisje voor mij in de rij. Ze leek ongeveer even oud als ik en gaf aan de balie een stapel boeken af voor volwassenen met de tekst: ‘Deze zijn voor mijn moeder.’ U begrijpt, ook ik moest sindsdien opvallend vaak boeken meenemen voor mijn moeder. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden