ColumnErdal Balci

Er is ook een graf dat op Donald Trump wacht

De dood is eenzaam, het graf niet. De dode man weet niets meer van vroeger, maar zijn graf staat er als het pamflet tegen de vergeetachtigheid. De man, die in de jaren dat hij leefde zelfzuchtig, manipulatief en harteloos was, hoeft na de dood geen last te hebben van zijn geweten. Het graf daarentegen is het ­geheugen van de dode en heeft geen moment rust.

Ook het graf van Roy Cohn is niets anders dan een notitieboekje van de overledene. Dat graf wacht op een graf voor Donald Trump, om voor de eeuwige stilte aanbreekt nog even te kletsen over vroeger en nu.

Roy Cohn overleed in de zomer van 1986. De man die aan zijn turbulente leven begon als zoon van Joodse ouders uit New York, was maar 59 jaar geworden. Hij had rechten gestudeerd en zich na zijn studie bij de McCarthy-heksenjacht gevoegd om snel naam te maken als fervente communistenjager. Hij deed zijn werk met zo veel overgave dat hij het tot rechterhand van die McCarthy schopte.

De jonge Roy Cohn was berucht om zijn manipulatieve verhoren. Er werd gefluisterd dat hij bekentenissen verzon. Onschuldige mensen kregen door hem jarenlange gevangenisstraffen, Roy Cohn gaf er niet om. In zijn latere jaren schepte hij zelfs op over de dubieuze methodes die hij in zijn jaren als officier van justitie had gehanteerd.

Roy Cohn was een Jood, maar hij haatte de Joden. Hij was homoseksueel, maar lobbyde in 1953 in de politieke kringen van president Dwight Eisenhower voor een algeheel verbod op homoseksuelen in overheidsdienst. Hij was iemand die vastbeet en niet meer losliet en slaagde er ook in om homoseksuelen uit de ambtenarij te weren.

Cohn kreeg steeds meer macht, zo veel macht dat men zich in Washington bedreigd voelde en deze man – als je het mij vraagt het eerste uit de baarmoeder van de democratie geboren duiveltje van grenzeloze immoraliteit en onfatsoen – werd verbannen van de gangen van de belangrijke staatsinstellingen.

Cohn keerde terug naar New York en ging daar aan de slag als invloedrijke advocaat met de meest schimmige contacten. Daar kruisten de wegen van Roy Cohn en Donald Trump elkaar. De Trumps lagen destijds in de clinch met het ministerie van Justitie, omdat ze weigerden huizen te verhuren aan zwarte Amerikanen. Cohn nam Donald aan de arm: leerde hem altijd in de aanval te gaan, drukte hem op het hart om nooit, maar dan ook nooit een stap terug te zetten, raadde hem aan om nimmer een fout toe te geven en werd behalve zijn advocaat ook een soort goeroe voor hem.

In die jaren kreeg Trump dankzij Cohn de onmogelijk geachte bouw van de projecten in New York voor elkaar. De combinatie van de agressieve zakenman Donald, het immense netwerk van Cohn en de gewetenloosheid van een roedel van duizend hyena’s gaf Donald Trump naamsbekendheid. In feite heeft hij zijn presidentschap ook te danken aan de successen uit de jaren zeventig met Cohn aan zijn zijde.

Een tot die tijd onbekend virus maakte in de jaren tachtig een einde aan dit ‘gouden’ koppel. Hoewel Cohn wilde volhouden dat hij leverkanker had, lekte snel uit dat hij aan aids leed. Donald hoorde dat ook en zette meteen een streep door hun vriendschap. Hun levensfilosofie kwam er immers op neer dat het eigen belang boven al het andere stond en zo moest Cohn sterven zonder een troostend woord van de man die hij groot had gemaakt.

Nu, vele jaren later, is de wereld in de ban van een ander virus. Weliswaar wordt de kans klein geacht dat Trump komt te overlijden aan covid-19. Maar een graf heeft niet alleen een groot geheugen, maar ook alle geduld van de wereld. Het graf van Roy Cohn wacht in alle kalmte. Om zich, als de dag daar is, te wenden tot het graf van de andere man die over lijken liep:

‘Hoe is het sinds mijn dood?’

‘We hebben onze tanden in de ­wereld gezet. Weet jij nog wie Sylvio Berlusconi is? Met hem begon het allemaal. Daarna hebben we niet meer losgelaten.’

‘Ik had wel zo’n vermoeden. Luguber was de wind in al die jaren, akelig de gezichten van de levenden die hier kwamen.’

‘In je laatste maanden liet ik je de in steek. Ik bleef trouw aan jouw

levensfilosofie altijd voor eigen belang te gaan.’

‘Kijk, somber zijn de bomen vandaag. Somberder dan gisteren. Het zal regenen straks, het boze water in onze grond.’           

Erdal Balci is journalist en schrijver

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden