Opinie

Er is nog veel meer nodig om CO2-doelen te halen

Als we nog kans willen maken op een temperatuurstijging van maximaal 1,5 graad, moeten we hard werken aan andere opties, schrijft energiedeskundige Wim Turkenburg. 'Langs deze weg komen we er niet.'

Particuliere initiatieven van zonne-energie. Beeld anp

Nederland moet de uitstoot van CO2 tussen nu en 2050 tot nul terugdringen om aan de klimaatafspraken van Parijs te voldoen en het risico van vele meters zeespiegelstijging te voorkomen. Hoe doen we dit?

In het kielzog van Urgenda en Greenpeace, kwam collega Pier Vellinga afgelopen week met de stelling dat we in ons land - wat betreft onze energievoorzienig - kunnen volstaan met het benutten van zonne- en windenergie door 'binnen ongeveer 20 jaar nog een vijftigtal windparken te bouwen op de Noordzee en tegelijk 8 procent van ons landoppervlak te voorzien van zonnepanelen; dit is mogelijk als we willen'. Ook bij politieke partijen kom je deze visie tegen. Hoe realistisch is dit en welke risico's lopen we als we deze weg opgaan?

Zonnestroom

Acht procent van ons grondoppervlak komt overeen met een oppervlak dat ruim twee keer zo groot is als de provincie Utrecht. Dat oppervlak zouden we volgens Vellinga in 20 jaar beschikbaar kunnen hebben voor zonnecellen. We praten dan over een opgesteld vermogen van ongeveer 400 duizend megawatt, bijna 20 keer het gas- en kolengestookt vermogen dat nu in Nederland wordt ingezet om stroom te produceren.

Vanaf 2016 zouden we ieder jaar gemiddeld 20 duizend MW moeten installeren, ruwweg eenderde van het zonnecelvermogen dat thans jaarlijks wereldwijd wordt neergezet. Op daken van huizen en gebouwen kunnen we de komende 20 jaar maximaal 70 duizend MW kwijt. De rest zou dus op land neergezet moeten worden. Wanneer dit bouwgrond is, kost dat veel geld. De zonnestroom zou dan relatief duur worden, ook als de zonnepanelen tussen nu en 2035 nog belangrijk in prijs zouden zakken. Veel van die grond zou onteigend moeten worden. Een probleem daarnaast is dat we niet over de fabrieken beschikken die zoveel vermogen kunnen produceren, noch over de mensen die dit kunnen installeren.

Een ander probleem is dat de zon alleen overdag schijnt en vooral in de zomer, terwijl veel energiegebruik 's nachts en in de winter plaatsvindt. Je zult dus heel veel stroom moeten opslaan, bijvoorbeeld in waterstof, om zowel het dag-nacht- als het zomer-winterregime te overbruggen. De systemen om waterstof te maken zullen bij elkaar een productiecapaciteit van enkele honderdduizenden MW moeten hebben.

Die systemen maken heel weinig draaiuren. Dit maakt de geproduceerde waterstof heel duur. Vervolgens moet veel waterstof weer omgezet kunnen worden in stroom als daarom gevraagd wordt. Daarvoor zijn energiecentrales nodig met een totaal vermogen van vele tienduizenden MW. Die centrales moeten grotendeels nog gebouwd worden. Ook dat is een kostbare zaak. Daarnaast moeten we heel veel nieuwe hoogspanningsnetten aanleggen om stroom te transporteren. Ook moeten we een waterstofinfrastructuur realiseren en grote faciliteiten om waterstof veilig en duurzaam op te slaan. Hoe dit moet weet nog niemand.

Astronomische kosten

Een deel van de stroom uit zon en wind zullen we in warmte en koude moeten omzetten en voor tenminste een half jaar moeten kunnen opslaan. Daarnaast zullen we in 20 jaar tijd al onze huizen en gebouwen moeten aanpassen en al onze auto's op elektriciteit of op waterstof moeten laten rijden. De kosten van dit alles zijn astronomisch, ook als zonnepanelen en windturbines nog aanzienlijk in prijs dalen. Ruw geschat zullen de totale investeringskosten meerdere keren ons jaarlijks bruto nationaal product omvatten. Van veel systemen mag je verwachten dat realisatie ervan op grote maatschappelijke weerstand zal stuiten.

De conclusie is helder. Langs deze weg komen we er niet. Daarom zullen we hard moeten werken aan ook andere opties - zoals het inzetten van duurzame bio-energie, van aardgas met afvangst en ondergrondse opslag van CO2 voor het maken van elektriciteit en waterstof, en van technieken om CO2 uit de lucht te halen - als we nog kans willen maken op een temperatuurstijging van maximaal 1,5 graad. Maar dat er urgent gigantisch veel moet gebeuren, dat is wel duidelijk.

Wim Turkenburg is energiedeskundige en als hoogleraar Science, Technology and Society verbonden aan de Universiteit Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden