ColumnHerien Wensink

Er is niks mis met het braafste jongetje van de klas zijn

null Beeld

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, ­muziek, theater of beeldende kunst.

Herien Wensink

Eerlijk: het was heerlijk. Eindelijk weer het theater in, onder het mom van een knipbeurt. Louter blije bezoekers bij een viertal cabaretiers plus Diederik Ebbinge, die ook zowat uit elkaar spatten van enthousiasme. Op het podium van de Kleine Komedie moesten ze slalommen langs de kappersstoelen en werden overstemd door een streberige föhn, maar wat hadden we hiernaar uitgekeken.

Het was een vrolijk en niet mis te verstaan signaal: de cultuursector is het zat om hekkensluiter te zijn bij de versoepelingen en een groot cultuurminnend publiek snakt naar heropening.

Wat een verademing om een lamgeslagen sector weer even te zien opveren, in zo’n achtenswaardige proeve van vindingrijkheid, solidariteit en humor.

Maar de ondertoon is natuurlijk somber. Zzp’ers in de sector staat het water aan de lippen, artiesten laten zich noodgedwongen omscholen. Kunstenaars zijn moedeloos, boos, gefrustreerd en verdrietig – en terecht. Deze laatste, verlengde sluiting van de cultuursector laat zich niet meer uitleggen.

Onvermijdelijk sluipt er hier en daar ook iets onaangenaams tussen al die begrijpelijke emoties. Het lijkt muggenzifterij na zo’n vrolijkstemmend protest, maar volgens mij moeten we daar toch voor waken. Waarvoor? Voor het-braafste-jongetje-van-de-klassyndroom, het symptoom van een achterhaald minderwaardigheidscomplex. Daar moeten we vanaf.

Ebbinge zei het wel vier keer in talkshow M, en werd driftig geciteerd: de cultuursector was klaar met het braafste jongetje van de klas zijn. Hè, hè, is de teneur op sociale media, eindelijk laat die brave kunstwereld van zich horen. Eindelijk bijt de kunst eens van zich af!

Dat is een neerbuigende karikatuur: alsof het culturele veld al twee jaar met de pootjes omhoog ligt en zich lijdzaam laat piepelen door een toondove overheid, enkel omdat die vaak ook geldschieter is. Welnee. De lobby van de culturele taskforce heeft enorm veel gedaan gekregen, zie ook de royale coronasteun. Dit is een kwestie van zichtbaarheid en beeldvorming, weinig anders. En natuurlijk is het goed om die zichtbaarheid te vergroten, zeker als dat zo aanstekelijk gebeurt als deze week.

Maar achter die militante taal schuilt wel een kwalijke aanname, namelijk dat dit kabinet de grootste schreeuwers beloont. Voer je die gedachte door, dan is opeens de sector met haar braafheid mede schuldig aan de sluiting. Het coronabeleid is onbegrijpelijk, maar er is echt geen oorzakelijk verband tussen de grootste bek en een versnelde opening. Kijk maar naar de horeca: die doet al stoer sinds de start van de crisis, maar zit nog altijd potdicht. Het onderwijs daarentegen mocht weer open zonder dat de schoolbussen het Binnenhof zijn opgereden.

Individuele kunstenaars mogen dwars zijn, grenzen opzoeken, confronteren, ontregelen – zeker, graag. Maar culturele instellingen hebben ook andere verantwoordelijkheden – niet in de laatste plaats naar hun publiek. Dat men daar voorzichtig is en de regels volgt, valt dus vooral te prijzen. Het zou overigens wel mooi zijn als dat nu eindelijk ook door het kabinet wordt erkend.

Er is niets mis met het braafste jongetje van de klas zijn, zolang ook dat maar snel weer mag buitenspelen. Kapsalon Theater was er een verheugend voorproefje van.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden