Er is geen geestiger man in Parijs dan Jean Cocteau

Dagboek

Beeld afp

Parijs, 19 april 1929

Gisteren hebben Robert en ik geluncht met Cocteau in het Corsicaanse restaurant aan de boulevard Saint-Germain. We hadden afgesproken bij zijn huis in de rue Bonaparte. Genoten van zijn gezelschap. Er is in heel Parijs niemand die kan praten als Cocteau wanneer hij een goede dag heeft.

De snelheid waarmee hij vertelt, zijn verrassende en trefzekere woordkeus lijken soms aan het wonderbaarlijke te grenzen. We hebben ons de tranen gelachen toen hij de spot dreef met Souday.

Zo mager als hij is geeft hij een schitterende imitatie van de tonronde Souday, het is net alsof je hem plotseling voor je ziet. Het is onmogelijk ook maar een indruk te geven van zijn meesterlijke humor. Ik heb al vaak gedacht dat iets van zijn grootste talent tot uiting komt in zijn manier van converseren, en dat is iets ongrijpbaars.

Aan tafel vertelt hij over Hugo (de 19de-eeuwse romancier en staatsman Victor Hugo, red.). Door zijn familie werd de schrijver aan het eind van zijn leven uitsluitend nog Grootvader Zon genoemd. Wanneer Grootvader Zon tijdens de maaltijden vond dat er niet genoeg aandacht aan hem werd geschonken, klopte hij op de tafel alsof hij om stilte vroeg omdat hij het woord wilde nemen, maar hij zei niets.

Iedereen keek dan op, alle blikken waren op hem gericht, en dat was wat hij wilde.

Julien Green (1900-1998), Frans-Amerikaanse schrijver. Ingekort fragment uit Journaal 1926-1945. Vertaling Greetje van den Bergh. De Arbeiderspers, 1977.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.