Column Ibtihal Jadib

Er is geen excuus meer om nog langer vreemden van elkaar te zijn

Nou het is weer gelukt hoor, mevrouw is naar een museum geweest. Ik kom er niet zo vaak bij gebrek aan tijd en interesse. Ja sorry, maar bij zo’n kunstgebeuren bekruipt me vaak het gevoel dat ik naar knappe werkstukjes zit te kijken zonder dat ik noodzakelijkerwijs knappe werkstukjes hoef te zien om een mooie dag te hebben. Ik raak nooit geïnspireerd om zelf iets te schilderen, boetseren of beeldhouwen, want ik bezit geen enkel talent daarvoor. Evenmin kan ik het werk dat mij het meest raakt kopen en meenemen naar huis, waardoor het een beetje lijkt op rondlopen in een snoepwinkel tijdens de ramadan. En, tot slot, ik voel me niet snel aangesproken omdat kunst dikwijls gaat over een geschiedenis waarvan ikzelf geen deel uitmaak.

Mijn bezwaren smolten weg als sneeuw voor de zon toen ik las over de tentoonstelling van Albert Kahn in het Allard Pierson Museum. Trappelend van opwinding en nieuwsgierigheid kocht ik een kaartje om de fotocollectie te bekijken van een man die wereldvrede en broederschap wilde bereiken op een verrassend eenvoudige manier: door naar elkaar te kijken. Nadat in 1903 de revolutionaire kleurenfoto haar intrede had gedaan, stuurde de steenrijke Kahn tientallen fotografen de wereld in om vreemde culturen te fotograferen. Het resultaat: een indrukwekkende verzameling kleurenfoto’s van mensen uit allerlei landen rond 1910. Ik stond ervan versteld hoe groot het effect is van kleur, hoe verrassend dichtbij de geschiedenis komt als die uit dezelfde kleuren blijkt te bestaan als onze huidige wereld. De mensen op de foto werden ‘echt’ in plaats van de mysterieuze zwart-witfiguren die ik gewend was te zien als het gaat over een ver en vaag verleden.

Al tijdens de uitvoering van Kahns fotoproject bleek zijn ideaal niet binnen handbereik: de Eerste Wereldoorlog brak uit. Daardoor zien we niet alleen het leven aan het begin van de 20ste eeuw in kleur, maar ook de dood. Als het niet zou lukken om wereldwijde broederschap te creëren door elkaar te zien, dan zouden afschrikwekkende beelden van de oorlog misschien een krachtige waarschuwing zijn. Tevergeefs, Kahn stierf in 1940, failliet na de economische depressie van de jaren dertig en in de wetenschap dat de wereldvrede verder weg was dan ooit.

‘Elkaar zien’ als oplossing tegen oorlog en haat, is het echt zo simpel? Was Kahn een naïeve dromer of een wijze man? Anno 2018 verzuipen we in kleurenfoto’s en weten we allang hoe andere volken en culturen eruitzien. Lang leve Instagram en Snapchat, zou je zeggen. Vooralsnog heeft dat niet geleid tot meer naastenliefde. Toch vind ik het uitgangspunt van Kahn juist, het is voor mij in elk geval de reden geweest deze column te blijven schrijven. Ik probeer een inkijkje te geven in mijn leven als Marokkaanse Nederlander, omdat ik heb gemerkt dat dat iets waard is. Dat het ertoe doet ‘de ander’ te leren kennen. Half Nederland (en daarbuiten) viel over de uitspraken van minister Blok, u weet wel, die over de mislukte multiculturele samenleving. Maar er was weinig mis met zijn opmerking over de moeite die wij mensen hebben om binding aan te gaan met onbekenden. Hij zei daarmee niet veel meer dan ‘onbekend maakt onbemind’. Gelukkig zitten we tegenwoordig zo dicht op elkaars lip dat er eigenlijk geen excuus meer is nog langer vreemden te zijn. Het enige wat we hoeven te doen, is opkijken en de moeite nemen om de ander te zien.

ibtihal.jadib@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden