columnstephan sanders

Er is een genotvolle toon in de stem van klimaat-aanzeggers geslopen

Er klinkt iets schrils mee in waarschuwingen voor de eindtijd, de kladderadatsch die aanstaande is. Het maakt niet zoveel uit of het om een ecologische, religieuze of politieke aanzegging gaat, en meestal is het een combinatie van alle drie. Politici als Baudet voorzien het einde van de Westerse beschaving, en het ledental van zijn partij groeit flink.

Wat gaat komen is zo onomkeerbaar, dat iedereen doordrongen moet zijn van het apocalyptisch onheil, en ook in gelijke, alarmistische mate, want het is nu geen tijd om te gaan muggenziften. Eén beschaving, één stem.

Het schrille zit hem in de nauwelijks verheimelijkte gretigheid waarmee die eindtijd wordt voorspeld. In religieuze sferen, bij apocalyptische monotheïsten, die hun heilige geschriften altijd letterlijk nemen, is het duidelijk waarom de aanzeggers nauwelijks kunnen wachten tot het zover is: dan heeft Allah definitief overwonnen, dan breekt het koninkrijk Gods aan en komt eindelijk de Messiah.

Het hele erge is meteen ook het hele mooie, en je kunt als je goed luistert het handen wrijven horen, waarmee de aanzeggers wachten. Mag het nu, mag het meteen; dat de bokken en de schapen worden gescheiden, de dolers van de zieners worden afgezonderd.

Ik moet in dit religieuze geval gezegend zijn met een volslagen gebrek aan verbeeldingskracht, want ik ervaar de verleiding niet, ik kan me er niets bij voorstellen, en de absolute zekerheid waarmee een en ander wordt verkondigd, ergert me enorm.

Het vreemde is, dat iets van die genotvolle toon ook in die van de klimaataanzeggers is geslopen. Want bij deze eindtijd zal op termijn geen mens worden gered. Ook de mensen die nooit vliegen, geen vlees eten of eieren en hun kleren uitsluitend wassen in een snelstromend beekje zonder enig gebruik van synthetische middelen, gaan eraan. Uiteindelijk zullen er geen winnaars zijn.

Maar ook zonder overwinning in het vooruitzicht is het kennelijk lekker om te waarschuwen, en nu trouwens voor de allerlaatste keer. Of kan een mens zo’n grote noodzaak voelen dat al het andere niet meer telt? Is ‘lekker’ niet het woord als het om de waarheid gaat, die de meeste mensen niet zo onmiddellijk ervaren, maar jij toevallig wel?

Dat brengt me als vanzelf op Greta Thunberg; zij is een jonge predikant, en alles wat nog meer over haar wordt gezegd is òf te eerbiedig òf ronduit kwaadaardig.

We weten ook niet of haar verkondiging helemaal klopt, als in een wiskundige formule, maar het is ondoenlijk niet door haar te worden geraakt. Ergernis, plaatsvervangende trots, regelrechte haat of devotie, zij roept het allemaal op.

Zij is net zeventien geworden, en de wereld luistert naar haar.

Er is het bekende verhaal van een twaalfjarige die volwassenen de oren waste; het verhaal van Jezus Christus die, zo lezen we in het Nieuwe Testament, met zijn ouders naar Jeruzalem ging voor Pesach, en drie dagen lang spoorloos verdween.

Ouders zeer ongerust, uiteindelijk vinden ze hun zoontje in de tempel, omringd door ‘leraren’ die allen ‘versteld’ naar hem luisteren.

Jezus is bij het weerzien met moeder en vader niet beschaamd of berouwvol: ‘Waarom hebt U naar mij gezocht? Wist U dan niet dat ik in de dingen van mijn Vader moest zijn.’ Bedoeld wordt: bij de enige echte Vader, bij God.

Dat klinkt behoorlijk onuitstaanbaar. De meeste ouders van nu zouden acuut professionele hulp zoeken.

Greta Thunberg heeft haar kruistocht voor het klimaat zelf gedeeltelijk verklaard uit haar autisme, waardoor een rigide zwart-witvisie zeer aan haar is besteed, veel meer dan de gebruikelijke grijstinten. De psychologische diagnostiek was in Christus’ tijd iets minder verfijnd, maar tegenwoordig zou ook hij als twaalfjarige pardoes ergens in het autismespectrum worden geparkeerd.

Zo’n alwetend en profeterend jongmens maakt indruk omdat wij volwassenen twee dingen tegelijkertijd denken: het arme kind, ìk had daar moeten staan om het vuile werk op te knappen. En ook wel: die snotneus, wie denkt ie wel dat ie is.

Baudet laat ik hier nu even buiten beschouwing, omdat de man ‘de jaren des onderscheids’ ruim is gepasseerd.

Ondertussen klinkt bij al die eindtijdaanzeggers een flinke religieuze dreun mee, waardoor politiek en religie in elkaar overlopen.

Ik neem allebei zeer serieus, maar een mix van beiden? Het smaakt niet naar meer, maar naar minder.

Stephan Sanders is journalist en columnist

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden