Column Aleid Truijens

Er hoort flink wat stress en druk bij, maar het heeft iets moois: een plechtige overgang naar het volwassen leven

De eerste week van het eindexamen zit er weer op. Dagenlang zwoegen in een naar zweet riekende gymzaal, zonder je vriend de telefoon. Kringen onder de ogen van het nachtenlang leren, gespannen als een trekveer, want tegen alle adviezen in heb je het toch op het laatste moment laten aankomen.

De vertrouwde geluiden klinken weer, op de vele blogs en vlogs en bij het Laks: veel gezucht en geklaag. Bij wiskunde-C voor het vwo zat een onbegrijpelijke vraag, bij havo-natuurkunde formules van wie niemand had gehoord. Vwo-examens Frans en Engels waren ‘kapot moeilijk’, bij havo-Engels moesten ze vaak woorden opzoeken (gelukkig mag dat) en vmbo-Nederlands was ook pittig: veel leerlingen konden een ‘woordgroep’ niet aanwijzen omdat ze het woord ‘woordgroep’ niet kenden.

Maar er waren ook meevallers. Vwo-maatschappijwetenschappen was zo simpel, dat je er volgens velen niet bij na hoefde te denken – geen aanbeveling trouwens. Bij het creatieve vak Tehatex-havo werd bij een selfie van Justin Bieber gevraagd waarom het sterretje narcistisch is. Dat wisten ze echt wel.

Volgens de VO-Raad is het ‘gymzaalexamen’ niet meer van deze tijd. Het zou flexibeler moeten, zodat de druk minder wordt en leerlingen examen doen ‘als ze eraan toe zijn’. Bovendien ligt de nadruk nu te veel op kennis, terwijl het vervolgonderwijs waarde hecht aan sociale vaardigheden en persoonlijkheidsvorming.

Iets flexibeler, dat kan best. Je zou centrale examens wat vroeger in het jaar kunnen afnemen, en daarna de schoolexamens. Sommige vakken kun je wellicht al een jaar eerder afsluiten. Ook is het goed als docenten, zoals nu al gebeurt, zich uitspreken over het niveau van het examen. Al jarenlang hoor ik dat de eindexamens in de vreemde talen veel te moeilijk zijn; weinig leerlingen kunnen die lappen tekst uit Le Monde of de Frankfurter Allgemeine begrijpen. Maar dat kinderen ineens als bij toverslag ‘klaar’ zijn voor het examen lijkt me een illusie. Het komt altijd ongelegen en een puber gaat pas werken als het echt moet.

Het tweede argument vind ik griezelig. Eindexamens toetsen toetsbare, leerbare dingen, zoals kennis en basisvaardigheden. Gelukkig. Dat schept gelijke kansen, en duidelijkheid voor de leerlingen én voor het vervolgonderwijs, dat nog lelijk zou staan te kijken van het niveau als kennis níét meer de kern vormt.

Het ‘toetsen’ van sociale en persoonlijke vaardigheden van een leerling is geen taak van het onderwijs. De overheid heeft geen bal te maken met de persoonlijkheid van haar burgers. Het is niet aan leraren of toetsenmakers om te beoordelen of iemand voldoende empathisch of communicatief is, of fijn samenwerkt in groepjes – dus eigenlijk of hij of zij wel uit het ‘juiste’ hout is gesneden voor de maatschappij. Wat doen we met al die kinderen die niet aan die eisen voldoen, de verkeerde persoonlijkheden? Het is een heilloos idee. De wereld heeft alle soorten mensen nodig, ook eenzame prutsers, denkers, dromers en zwijgers.

Het heeft iets moois, vind ik, dat jaarlijkse examenritueel. Een plechtige overgang naar het volwassen leven. Daar horen gewoon flink wat stress en druk bij. Zelden wordt er van een mens zoveel gevergd; nooit meer moet je zoveel weten en kunnen. Later mag je je tentamens altijd herkansen, nu kun je zomaar, onverbiddelijk, zakken. Het is het uur-U. Dat maakt het eindexamen gewichtig. Neem die hoge horde en je kunt daarna alles aan. Na de kwellingen in de gymzaal en het bange afwachten de grote blijdschap en het grote geluk: nooit meer naar school! Dan is het echt lekker losgaan op de examenreis. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.