ColumnMax Pam

Er bestaat een sterke behoefte om te beoordelen, maar weinigen willen zelf beoordeeld worden

Afgelopen zomer deed mijn zoon staatsexamen, gewoon mondeling en schriftelijk, en dat ging gepaard met veel rekenwerk in de geest van: als ik voor dat vak 0,2 punt meer haal, kan ik voor dat andere vak 0,3 punt minder halen en dan ben ik toch geslaagd. Veel leerlingen gaan zo te werk. Logisch, want het diploma schrijft voor dat zes schooljaren moeten worden samengeperst in een stuk of acht getallen. Het decimaal dat soms achter de komma verschijnt, versterkt de schijn van nauwkeurigheid. Leraren verstrekken de cijfers met grote zorgvuldigheid en integriteit, maar geluk blijft bij de toekenning van cijfers toch een rol spelen. Je had alles zo goed geleerd, maar laat die examinator bij het mondeling nou net beginnen over dat ene hoofdstuk dat jezelf niet belangrijk vond!

Een paar jaar geleden verkondigde de Britse onderwijsdeskundige Dylan Wiliam in Trouw dat scholen moeten stoppen met het geven van cijfers en het afnemen van toetsen. Leerlingen die steeds lage cijfers krijgen, raken ontmoedigd. Leerlingen die steeds hoge cijfers krijgen, gaan achterover leunen. Cijfers werken contraproductief. Afgaande op het huidige eindexamen heb ik de indruk dat niemand naar Wiliam heeft geluisterd. Het cijfers geven is misschien ook niet bedoeld voor leerlingen, maar veel meer voor leraren. Er bestaat kennelijk een sterke behoefte om te beoordelen, daarentegen hebben maar weinigen de behoefte zelf beoordeeld te worden. Niets wordt zo gehaat als het functioneringsgesprek.

Dat ook bij de politieke redactie het verlangen leeft om cijfers uit te delen, bleek uit de twee volle pagina’s waarop het kabinet-Rutte III gisteren werd beoordeeld. Voor de ene minister was het cijfer, qua hoogte en omvang, uitbundiger dan voor de andere minister. Ik keek eens naar die dikke vette 4 die mij aanstaarde vanonder het portretje van Ank Bijleveld, onze minister van ­Defensie.

Ik stelde mij voor hoe Ank ’s ochtends wakker wordt, een ontbijtje klaarmaakt, het koffiefilter vult, een eitje op halfzacht zet en dan naar de brievenbus loopt. Als de tafel is gedekt met al die heerlijkheden vouwt zij de krant open. Ze slaat een blik op de voorpagina, haast zich vervolgens naar pagina 5, om daar geconfronteerd te worden met de aller-kapitaalste 4 uit de letterkast. Drie jaar heeft zij zich uit de naad gewerkt om van het ministerschap de bekroning van haar carrière te maken en dan schreeuwt die 4 haar plotseling tegemoet. Trillend verwijdert zij het wollen mutsje van haar ei, dat zij onthoofdt met een klap van haar mes. Dat lucht op, maar slechts voor even. Er staat ook nog een kort stukje bij, maar ‘afgebladderd’ is het enige woord dat zij daarvan onthoudt. In de dienstauto op weg naar het departement, zwijgt haar chauffeur. Hij kijkt strak op de weg, maar zij voelt dat ook hij het gelezen heeft: een 4, obees en vetgemest als Hans en Grietje.

Opvallend is ook de 5 van Ferdinand Grapperhaus, onze Justitieminister. Hij zou een 8 hebben gekregen, meldt de redactie, als hij de 1,5 meter afstand, die hijzelf had ingesteld, niet aan zijn eigen laars had gelapt. De faux pas gebeurde tijdens zijn huwelijk en in de Tweede Kamer moest Grapperhaus erom huilen. Socrates zei het al: ‘Heet geen man ongelukkig voordat hij getrouwd is’.

Of die virtuele 8 trouwens verdiend was, vraag ik me af. Nog altijd gaat veel mis op Justitie, waar ze soms vrijend over straat gaan en de lopende zaken ver achter liggen op schema. Ook krijg je de indruk dat de voornaamste successen eruit bestaan dat bij weer een drugvangst in Noord-Brabant oude records telkens met tientallen kilo’s worden verbroken. Gelukkig geeft de minister niet op, al zou ik niet verbaasd zijn als straks in zijn eigen achtertuin een lab wordt aangetroffen. Dan helpt huilen echt niet meer.

Over de cijfers voor het kabinet is natuurlijk lang vergaderd in de lerarenkamer van de redactie. De 7 voor Ingrid van Engelshoven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kwam voor mij als de grootste verrassing. Van acteur Huub Stapel had ik juist begrepen dat de kunsten maar een fooitje hebben gekregen, heel anders dan bij onze oosterburen waar zij bij het horen van het woord Kultur al lang niet meer naar hun Browning grijpen.

Eric Wiebes, de minister van Economische Zaken en van het in de Groningse bodem weggezakte klimaat, zou ik geen 5 maar een 0 hebben gegeven voor zijn opmerking dat zzp’ers niet zo moeten zeuren over hun kwetsbare positie op de arbeidsmarkt. Als zzp’er weet ik zo langzamerhand wel hoe het voelt om van een ­kabinet een trap in je rug te krijgen. Ook dit jaar weer.

Met de 7,5 voor Mark Rutte ben ik het wel eens – een beetje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden