Column Stephan Sanders

Er bestaat een merkwaardige rijm tussen homoseksualiteit en godsbesef: de dwingende manier waarop beiden zich tot je openbaren

Er bestaat, heb ik ontdekt een merkwaardig rijm tussen ­homoseksualiteit en gods­besef. Het één is zeker niet hetzelfde als het andere. Maar de dwingende manier waarop die twee verschillende openbaringen tot je komen, lijken op elkaar. Zelfs als je er niet naar hebt gezocht, kun je toch gevonden worden: als homo en als gelovige.

Anderhalve week geleden kwam pastoor Pierre Valkering uit Amsterdam in het nieuws, omdat hij een boek presenteerde over zijn homoseksualiteit en een paar van zijn ­homoseksuele ervaringen. Dat deed hij vlak nadat hij in zijn kerk de mis had gecelebreerd. Je kunt je afvragen of dat een gelukkig moment is. De parochianen gaan niet perse ter kerke om kennis te nemen van een egodocument. Tegelijkertijd lees ik in kranten dat de kerkgangers van de Vredeskerk over het algemeen zeer gelukkig zijn met hun (gewezen?) pastoor. En dat Pierre Valkering homoseksueel is, moet een ­publiek geheim zijn, want zelfs ik wist het, en ik ga niet naar die kerk.

De homoseksuele gezindheid, die zich bij Pierre Valkering op 11-jarige leeftijd aandiende, is een dwingende ervaring. Ik heb er zelf weet van, want hoewel een kind van de jaren zestig met de progressieve sferen die daar bij horen, herinner ik me al te goed dat ik er geen zin in had, in die homoseksualiteit.

Ik vond het veel gemakkelijker in het algemeen ‘vóór homoseksualiteit’ te zijn, conform de tijdgeest, dan voor die van mijzelf.

Er zijn nog steeds weinig jongens en meisjes die met grote vreugde vaststellen dat ze meer of vooral op hetzelfde geslacht vallen. Ook als ze ouders hebben die dat prima vinden, ook als er in de familie- en vriendenkring homoseksuelen te vinden zijn.

Uitstekend, maar gaat U vóór.

Zelf moest ik ook griezelen bij de acceptatie en het begrip dat je te wachten stond. Dat klinkt nu heel verwend, maar er is geen mens ooit opgeknapt van medelijden. Meegevoel, alla. Maar wie met een ander meelijdt, weet dus dat de ander zwak is of ziek.

En juist het feit dat je dat homo-zijn niet zoekt, maar toch onontkoombaar op je af ziet komen, ­tekent het mysterie. Je wilt het niet maar je wordt het toch. Er zijn generaties homoseksuele mannen en vrouwen die het verborgen hielden, omdat er vroeger geen feestgedruis op stak bij de coming-out.

Heel veel later, ik was al 50, drong zich een religieuze behoefte aan mij op.

Ook daar had ik niet zo’n zin in, want ik was een agnost, zo kenden mijn vrienden me, en de liberaal--humanistische benadering vond ik mooi genoeg. Maar drie jaar later zat ik in de kerk, die van de rooms-katholieken.

Had je het me tien jaar geleden voorspeld, die toekomstvisie had mij hoogst onwaarschijnlijk geleken.

Wat is toch ‘die roze olifant die in de kerk staat’ zoals ook Pierre Valkering het formuleert? Het is de verbijsterende ervaring dat er iets in je doorbreekt, zonder dat je er veel over te zeggen hebt. Je homoseksualiteit. Maar ook, zoals bij mij, een godsbesef, dat op dat moment allerminst als geroepen kwam. Het relativeert alle ideeën en gedachten over autonomie, die je zo lang koesterde.

Pater van Kilsdonk, de jezuïet die al weldoend rondging onder studenten en homoseksuelen (overleden in 2008) noemde in dat verband homoseksualiteit ‘een vondst van de Schepper’.

Ik hoop dat ik niet hoef uit te leggen dat heteroseksueel georiënteerde priesters en dominees ook buitengewoon bekwaam kunnen zijn, en gedreven, en nog zo wat. Maar homoseksuele jongeren merken eerder dat zij huns ondanks een richting op worden gedreven die zij maar heel gedeeltelijk zelf hebben bepaald. Daar is iets aan het werk als een onzichtbare hand. Ik zou nu zeggen: Gods hand.

Ik ben een gewone gelovige, dus ik hoef hier niet te vertellen hoe en of het verder moet met dat celibaat. Ikzelf zou geen enkel bezwaar hebben tegen een priester met een geliefde.

Maar het boek van Pierre Valkering laat ongewild nog iets anders zien. Katholieken kennen van oudsher de biecht, één op één, en het daarbij horende biechtgeheim. Valkering koos voor een openbare biecht, die uitliep op een rondzingend mediacircus, een event.

Kun je na zo’n coming-out eigenlijk nog weer bij jezelf naar binnen?

Stephan Sanders is journalist en columnist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden