Column Aleid Truijens

Engelse les aan peuters, moet dat nou?

‘Hellooo, children! My name is Benny!’ Handpop Benny heeft het druk. Eerst trad hij, het olijke gezicht van het lesprogramma Earlybird, vooral op in groep 1 en 2, nu is hij ook populair in de kinderopvang. 

Op negentig Nederlandse kinderdagverblijven, lees ik in het AD, leren jonge kinderen Engels. De altijd goedgemutste Benny met zijn gekke puntneus spreekt alleen Engels, met de leidster als buikspreekster. Op filmpjes is te zien hoe Benny leert wat een ‘tree’ is en een ‘leaf’. Hij wappert met een geel blaadje, terwijl hij dansend het Yellow-lied zingt. Hij wijst naar de rok van een meisje. ‘Geel’, zegt ze verlegen.

Engelse les aan peuters, moet dat nou? Is dat niet een beetje vroeg?

Het vroeg leren van een tweede taal heeft voordelen. Peuterhersenen zijn kneedbaar. Het leren van meer talen vergroot de taalvaardigheid en het taalgevoel; kleine kinderen leren verbazend snel nieuwe talen.

En natuurlijk, de internationalisering. Wie niet goed Engels spreekt kan niet meedoen. In mijn Amsterdamse buurt, waar veel bedrijven zitten en veel expats wonen, word ik in winkels en cafés aangesproken in het Engels. Rondom de zandbak hoor ik alleen maar Engels, met allerlei accenten. Tweetalige dagverblijven hebben geheid klanten.

Een tweede taal verdringt het Nederlands niet, zeggen taalonderzoekers. Maar dan zijn er wel twee voorwaarden. De belangrijkste is dat kinderen het Nederlands goed beheersen voordat ze Engels leren. Bij veel peuters in de grote steden is dat niet zo, zeker als ze thuis Arabisch, Turks of een andere taal spreken. Voor hen is Engels de derde taal. Het gevaar is dat ze later drie talen gebrekkig spreken.

De tweede voorwaarde is dat er niet minder tijd en aandacht gaan naar het Nederlands. Dat is in de praktijk moeilijk: Benny’s vrolijke gebabbel neemt tijd in beslag die anders was besteed aan Nederlandse taallesjes, Nederlandse liedjes of Nederlandse kringgesprekken over boomblaadjes. Ook voor andere vakken moet tijd overblijven.

Het Engels komt toch wel binnen. Kinderen worden overspoeld door Engels, in games, op internet, in filmpjes, chats en muziek. Het gaat vanzelf. Ze kunnen naar een tweetalige middelbare school en daarna een studie in het Engels doen, met een stage in het buitenland. Zo doen we internationaal lekker mee.

Maar als je Nederlands wilt behouden als cultuurtaal, zul je wel iets moeten ondernemen. Een taal waarin wordt nagedacht, recht gesproken, grappen gemaakt, spot gedreven en les gegeven, waarin ideeën worden ontwikkeld, boeken geschreven en gevoelens geuit. Een fijnmazige taal met alle mogelijke registers en abstractieniveaus. Zo’n taal moet je goed onderhouden, om te beginnen in het onderwijs.

Benny, de verengelsing van de universiteiten, de tweetalige havo/vwo’s, de ontlezing, de impopulariteit van de studie Nederlands (toen ik dat ging studeren de meest gewilde studie, waarvoor je moest loten) – ze hebben allemaal met elkaar te maken. Net als de afnemende Nederlandse woordenschat van middelbare scholieren en de afkeer die ze hebben van het ‘kapot moeilijke’ vak Nederlands. We laten het Nederlands als cultuurtaal welbewust wegzakken.

Dat is een kwestie van onderwijsbeleid. Het behoud van het Nederlands kun je niet aan de markt overlaten. Peuters die spelenderwijs Engels leren, dat doet het goed in de marketing. Aanbevelingen als ‘hoogwaardig moedertaalonderwijs’ of ‘aandacht voor Nederlandse kinderboeken’ klinken nogal suf. Ze leggen het af tegen Benny en trawanten. Geen ouder wil een benepen provinciaal of een achterblijver zijn. Begrijpelijk. Maar wie wil er nu echt dat het Nederlands afzakt tot een oubollig huis-tuin-en-keuken-taaltje? Toch gebeurt dat als we niet uitkijken.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden