Column René Cuperus

Energietransitie die over Nederland wordt uitgestort zorgt voor duurzaamsheidskloof in onze samenleving

Ik ben geen klimaatscepticus, maar wel een klimaatdraagvlakscepticus. Ik vrees dat de energietransitie die nu door kabinet en maatschappelijke partners over Nederland wordt uitgestort tot diepere scheidslijnen zal leiden en de populistische kortsluiting tussen hoger en lager opgeleiden verder zal doen toenemen.

Er loopt een duurzaamheidskloof door onze samenleving. Een sterke alliantie van (start-up)bedrijfsleven en groene studenten heeft het klimaatvraagstuk als het meest urgente toekomstthema omarmd. Groene innovatie is de enige weg vooruit, voor economie en samen­leving. Maar er zijn ook grote groepen mensen die je, op z’n zachtst ­gezegd, ‘klimaatneutraal’ zou kunnen noemen. Die het vraagstuk tamelijk onverschillig laat, en die zich vooral panisch afvragen wie die energietransitie precies gaat betalen.

Wat mij zorgen baart, is dat ik bij al die groene consultants, klimaat­tafels, transitieversnellers en energielobbyisten, nauwelijks enig besef zie van het maatschappelijk conflict over klimaataanpassing dat ons ­bedreigt. Ik zie geen grote verzoenende gebaren om het klimaatneutrale deel van de bevolking mee te krijgen in het Energietransitie-Avontuur. Ik zie eerder het tegenover­gestelde. Bedoeld en onbedoeld ontstaat er steeds meer een sfeer van  klimaatintimidatie.

Afgelopen donderdag nog opende deze krant met een verhaal over totaal ontredderde inwoners in ‘gasvrije’ proefwijken als Overvecht. Of zij maar even een extra hypotheek van tienduizenden euro’s willen afsluiten om hun koophuis geschikt te maken voor warmtepompen. Energie-omschakeling op dwangbevel.

Wat maatschappelijk draagvlak betreft, speelt men met vuur. Er gaat geen dag voorbij of de Nederlandse burger krijgt een nieuwe groene stroomstoot. Alle huizen gasvrij! ­Auto’s de steden uit! Vleesconsumptie duurder! En zaterdag werd nog een manifest gelanceerd tegen het vliegverkeer op Schiphol. Dit alles zonder veel gevoel voor draagvlak, ongelijkheidseffecten en fairness.

Het milieuvraagstuk is een splijtzwam. Sociaal-economisch en sociaal-cultureel. Er gaat een gigantisch verdelingsprobleem schuil achter de energietransitie. Tot overmaat van ramp wijst onderzoek (van onder meer Milieudefensie) uit dat met name de lager betaalde, lager opgeleide helft van Nederland de grootste rekening krijgt gepresenteerd.

Dus juist zij die niet zoveel ophebben met het Akkoord van Parijs, die aan VN-panels en wetenschap niet direct heilig gezag toekennen, en juist zij die het gevoel hebben dat ­hoger opgeleiden met hun elektrische auto’s, warmtepompen en zonnepanelen goed voor zichzelf zorgen, juist zij blijken het groene kind van de rekening.

Hoezo fairness? Hoezo rechtvaardig draagvlak?

De energietransitie dreigt eersterangs- en tweederangsburgers te creëren. Vliegen zal zo duur worden dat alleen de ‘globaliseringswinnaars’ de globalisering nog aan den lijve zullen kunnen meemaken. Vlees en auto’s worden luxeproducten voor de happy few.

Als ik op bezoek ga naar mijn familie in Antwerpen, moet ik mijn auto op een ongure parkeerplaats buiten de stad laten staan. Mijn auto mag het centrum van Antwerpen niet in. Niet dat ik een Amerikaanse old­timer heb, gewoon een iets oudere gezinsauto, maar ik moet tamelijk lullig worden opgehaald door mijn Vlaamse zwager met zijn dure, moderne auto. Dat voelt als tweederangs ecologisch burgerschap.

Een grote verantwoordelijkheid bij dit alles komt GroenLinks toe. Deze partij is zo ongeveer de aan­jager van de energietransitie. Het is erg jammer dat Jesse Klaver nog niet klaar is met zijn project om GroenLinks te transformeren van duurzame studentenpartij naar een iets bredere volkspartij.

Dat is een minimale voorwaarde om ‘groen en links’ enigszins in balans te houden, en een meer sociaal rechtvaardige en breder gedragen verduurzaming van Nederland te kunnen realiseren. Nu dreigt er in de grote steden een harde confrontatie tussen drammerige GroenLinks-wethouders en een weerspannige bevolking. Tel uit je winst voor het maatschappelijk draagvlak.

Wie in een door populistische spanningen getroebleerde samen­leving, waarin veel mensen het gevoel hebben dat de toekomst voor hen weinig positiefs in petto heeft en die zich economisch en cultureel afgewaardeerd voelen, een grootscheepse energietransitie wil doordrukken, moet heel veel politiek-­bestuurlijke wijsheid meenemen. Daarvan zie ik nog bar weinig.  

René Cuperus is cultuurfilosoof