OpinieLeesvaardigheid

En nog gaat alarmbel niet af over dramatisch leesniveau

Duitsland was in shock toen de jeugd slecht bleek te lezen. Hier reageert men lauw op PISA-scores.

null Beeld Martijn Beekman
Beeld Martijn Beekman

De leesvaardigheid van ­Nederlandse tieners verslechtert, bleek uit de jongste resultaten van het Programme for International Student Assessment (PISA). Onze 15-jarigen scoren nu onder het gemiddelde van de oorspronkelijke EU-15 landen. Deze PISA-data worden sinds 2000 elke drie jaar verzameld onder 15-jarigen, inmiddels in 79 landen. Elke drie jaar nemen de prestaties een beetje af, maar de laatste ronde was het verlies aan leesvaardigheid nog sterker. Ook halen steeds meer landen ons in. Vijf zaken vallen op in het Nederlandse PISA-rapport.

Ten eerste neemt het percentage leerlingen dat laaggeletterd is schrikbarend toe. Inmiddels heeft een kwart van hen onvoldoende leesvaardigheden om basale informatie uit teksten te halen (was 11 procent in 2003). Ten tweede is de grootste afname in leesvaardigheid te zien bij het onderdeel ‘evalueren en reflecteren’, een domein dat toetst of leerlingen de kwaliteit en geloofwaardigheid van teksten kunnen beoordelen en kunnen reflecteren op de inhoud en vorm ervan. De ‘het-is-waar-want-het-stond-op-Instagram-generatie’ is een feit. Ten derde zien we grote verschillen tussen onderwijsniveaus in deze trends. De grootste neergang in evalueren en reflecteren is te zien onder de beroepsgerichte leerwegen in het vmbo en in het praktijkonderwijs, terwijl ook algemene leesvaardigheden in met name het vmbo daalt. Ten vierde zijn de neergaande trends onder jongens forser dan onder meisjes. Tot slot zien we vooral lage leesprestaties onder jongeren uit laagopgeleide milieus, meer dan in andere EU15-landen. Met name jongens uit lage milieus scoren slecht op leesvaardigheid. Deze ontwikkelingen in leesvaardigheid zijn schokkend.

Leesvaardigheid is essentieel om volwaardig aan het arbeidsproces en de samenleving deel te nemen. De vraag is waarom er geen alarmbellen afgaan bij het ministerie van Onderwijs. Duitsland was in shock toen de Duitse leerlingen onverwacht slecht presteerden in de eerste PISA-studie van 2000. Dit hield het onderwijs in de greep: het land van Goethe en Brecht met matige leesvaardigheid onder jongeren, dat moest anders!

De PISA-shock leidde in Duitsland ertoe dat nieuwe, waardevolle gegevens werden verzameld over hoe jongeren zich ontwikkelen gedurende hun hele schoolloopbaan en daarna, en hoe wordt verklaard waarom sociale groepen verschillen in hun onderwijskansen. Alarmfase 1 in het onderwijs was de teneur, en iedereen keek waar verbetering mogelijk was.

In Nederland is de reactie lauwer. In zijn brief aan de Kamer ­reageert minister Slob met te zeggen dat ‘sociale vaardigheden, persoonsvorming en burgerschap minstens zo belangrijk zijn als leerprestaties’. Mmm. Op burgerschap doen Nederlandse leerlingen het ook matig, zo toonde het ICCS- onderzoek in 2016 aan. En leesvaardigheid is juist belangrijk om als geïnformeerd burger aan de maatschappij deel te nemen. Voorts verklaart de minister de lage prestaties doordat PISA een low-stakestoets is, waarvan voor de leerling niets afhangt. Maar omdat de ontwikkelingen minder heftig zijn op wiskundevaardigheden (met dezelfde data), overtuigt dit niet voor de dalende leesvaardigheid. Van alarm is bij de minister echter geen sprake.

Zoals de Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur in hun advies Lees! stelden, is een leesoffensief nodig. Dat gaat niet alleen om meer betrokkenheid in de informele (gezins-)sfeer, maar ook om de infrastructuur rond scholen zoals het terugbrengen van bibliotheken. Breng de basisvoorzieningen op orde. Ook is er een dieper probleem in ons onderwijs: het vroeg selecterende systeem versterkt de verschillen tussen leerlingen en laat een grote groep op achterstand staan.

Zoals Unesco vorig jaar nog aantoonde, kunnen leerlingen in ons basisonderwijs aan de ‘onderkant’ goed meekomen. De verschillen tussen leerlingen in het basisonderwijs zijn het kleinst van alle onderzochte landen. Maar in het voortgezet onderwijs zijn de verschillen juist bijna het grootst van alle onderzochte landen, juist omdat leerlingen in verschillende niveaus instromen.

De toenemende kloof zien we vooral bij leesvaardigheid en minder bij wiskunde, omdat achterstandsgroepen relatief vaak het vmbo instromen, en leesvaardigheden meer dan wiskunde afhankelijk zijn van sociale en migratieachtergrond. De vroege selectie creëert steeds meer een getto van achterstand. Dat komt niemand ten goede.

Herman van de Werfhorst is hoogleraar sociologie aan de ­Universiteit van Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden