En de overheid leefde nog lang en teruggetrokken

Frank Heinen artikel Beeld -
Frank Heinen artikelBeeld -

Er was eens een overheid die dolgraag wilde verdwijnen. Niet zozeer ophouden te bestaan, maar onzichtbaar worden, zoals Greta Garbo het deed, en Salinger, en de kluizelaar in Pluk van de Petteflet, en de Italiaanse zangeres Mina Mazzini, die zich in 1978, op 38-jarige leeftijd, op het toppunt van haar roem onttrok aan het zicht van de wereld en zich voortaan volledig aan haar muziek wijdde. Terwijl zij ouder en ouder werd en hit na hit bleef scoren, bleef ze tegelijk eeuwig jong. Dat leek de overheid ook wel wat, al hoefde het allemaal ook weer niet zó bruusk: het zichzelf uitwissen mocht best geleidelijk gaan. De overheid keek naar het land als een docent naar zijn klas: wie zich uitsluitend concentreert op de beste en braafste leerlingen, kan gerust even een uiltje knappen. Of alvast naar huis.

De grote terugtrek begon in de regio. En omdat jezelf uitwissen nu eenmaal niet vanzelf gaat, begon de overheid actief basisscholen te sluiten, wijkagenten en ziekenhuizen weg te bezuinigen, bus- en treinverbindingen op te heffen en rechtbanken te centraliseren. Gemeentes werden zodanig ‘opgeschaald’ dat het aantal in 25 jaar halveerde. Journalisten als Floor Milikowski, Coen van de Ven (De Groene Amsterdammer), Mark Lievisse Adriaanse (NRC Handelsblad) en vele collega’s brachten verslag uit vanaf plekken waar de overheid zich terugtrok als de haarlijn op een kalend mannenhoofd. Zo kon de overheid zelf via de media bijhouden hoe het proces van verdwijnen verliep. Het oogde veelbelovend: eerst zou het gezag uit zicht raken, vervolgens zou het langzaam uit de herinnering van de mensen weglekken en uiteindelijk zouden alle problemen zichzelf op utopische vraag-aanbodwijze vanzelf oplossen, dat zou je zien, heus.

Soms ontstond er ruis op de terugtreklijn, bijvoorbeeld als bleek dat het maatschappelijk fundament wat steviger was ingeklonken dan gehoopt. Dan werd het terugtrekken kortstondig opgeschort om ingrijpen mogelijk te maken. Zoals in Reek (Brabant), waar de dorpelingen jaren pleitten voor een eigen supermarkt, die werd tegengehouden wegens de belangen van supermarkthouders in naburige plaatsen. De gemeente traineerde de boel zo lang mogelijk, maar uiteindelijk kwam de winkel er toch. Heel Reek liep uit, een volksfeest, overal dankbare mensen, vanwege een Aldi nota bene. Die over vijf jaar wel weer weg moest, van de gemeente. Want voorzieningen en leefbaarheid, het klinkt leuk en aardig, maar er zit natuurlijk wel een kostenplaatje aan. En je hebt toch al een huis, wat moet je dan nog met een gemeenschap? Hebberd.

Langzaam begon het de overheid te dagen: als het aan de mensen lag, werd het niks met dat hele terugtrekken. Steeds vaker kwamen groepen burgers in protest tegen de verdampende overheidsbemoeienis, op de woningmarkt bijvoorbeeld, waar ergens wonen ‘een wooncarrière hebben’ was geworden. Dan werd er even flink gemept op types zonder bloeiende wooncarrière en daarna ging het terugtrekken weer door.

Tuurlijk waren er moment waarop de overheid zich afvroeg: als het terugtrekken voltooid is, waar blijf ik dan? Uiteindelijk zouden we allemaal vroeg of laat worden opgeslokt door het zwarte gat van de vrije markt, en tot die tijd kon de overheid zich terugtrekken in een vrijstaande woning, in Oost-Groningen of zo. Of nee, dan liever de Hasselerwaard. Gegarandeerd zonder schoolpleinherrie, ratelende winkelkarretjes of een lawaaiige lijnbus eens per uur. Prijzig? Ongetwijfeld. Maar Bruin kon het trekken, want er was jarenlang intensief voor bespaard. En zo leefde de overheid nog lang en teruggetrokken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden