ColumnSylvia Witteman

En daar stelde hij de hamvraag: ‘Hóé vol is ze dan?’

Bij de supermarkt stonden twee meisjes van de bakkerij te praten met twee jongens van de groenteafdeling. Bij de bakkerij werken veel meer meisjes dan jongens, bij de groente is dat andersom. Heeft dat iets te maken met het gewicht van de koopwaar? Zeker, een krat selderijknollen is zwaarder dan een bakplaat vol croissants. Of zit er ook nog iets anders achter? Maar wát dan?

Van de meisjes was de een slank en lichtbruin, en de ander mollig en middelbruin. Van de jongens was er één donkerbruin en gespierd en de andere rossig en mager. Ze waren alle vier nogal knap. (De meeste 18-jarigen zijn nogal knap. Alleen beseffen ze dat niet. Daar krijgen ze later spijt van. Als het te laat is.)

Die vier voerden een vrolijk gesprek. De meisjes hadden een leuke vriendin, zeiden ze, die hen wel wat leek voor de donkere jongen. De jongen grijnsde breed. ‘Hoe ziet ze eruit?’, vroeg hij gretig. De meisjes overlegden even, onverstaanbaar giechelend. ‘Light-skinned’, zeiden ze daarna in koor. De jongen knikte, nog steeds breed lachend. ‘Hóe light-skinned?’, vroeg hij.

De meisjes bekeken elkaar even. ‘Lichter dan ik, maar donkerder dan zij’ sprak de mollige, wijzend op haar collega. Die knikte bevestigend, en voegde eraan toe: ‘Ze is wél vol. Hou je van vol?’ De jongen dacht na. Zijn rossige makker, intussen, begon hem plagerig in zijn zij te stompen. ‘Tuurlijk houdt-ie van vol, hee, Brian, lekker toch...’ Ze lachten alle vier. Het mollige meisje pakte een bakplaat vol pompoenbroodjes en liet de inhoud behendig in de daarvoor bestemde bak glijden.

‘Ik hou echt wel van vol’, gaf Brian ruiterlijk toe. ‘Maar niet té vol. Of nee, het hangt er eigenlijk vanaf. Niet respectloos bedoeld hoor, maar héél light-skinned en héél vol, dat is gewoon niet echt iets voor mij. Maar bij een donker-light-skinned meisje vind ik écht vol wel mooi.’

De meisjes knikten sereen. Ze begrepen het. En daar stelde Brian de hamvraag: ‘Hóé vol is ze dan?’ Zijn lach had plaatsgemaakt voor een onzekere blik. Hij wist dat hij zich op glad ijs begaf. ‘Nou’, zei het mollige meisje. ‘Zoiets als ik.’ Ze trok er een ernstig, ongenaakbaar gezicht bij. De rossige jongen keek een beetje ongerust van haar naar Brian.

Maar Brian lachte alweer zorgeloos. ‘Dat is toch niet vól’, zei hij. Jij bent niet vol. Jij bent slánk...’ Ook het mollige meisje en de rossige jongen begonnen weer te lachen.

Alleen het slanke, lichtbruine meisje keek beduusd, alsof ze hier een kleine tegenvaller te verwerken had gekregen.

Pech gehad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden