ColumnAaf Brandt Corstius

Emily in Paris, een serie over een Amerikaans meisje dat in Parijs gaat wonen, is exact zo dom als het klinkt

Mijn hunkering naar een buitenlandse stad, een ander land, een echte berg of desnoods de wc-ruimte van een Duits tankstation begint zulke heftige vormen aan te nemen dat ik geheel vrijwillig een paar afleveringen van de Netflixhit Emily in Paris bekeek, een serie over een Amerikaans meisje dat in Parijs gaat wonen – en dat is exact zo dom als het klinkt.

Op letterlijk elke straathoek staat een knappe, licht bebaarde man met ze bedroom eyes, klaar om ze love te maken met Emily. Emily zelf kan alleen maar bahn-zjoer zeggen en vergeet steeds dat de vijfde verdieping in Europa iets anders is dan in Amerika. Ondertussen groeit het aantal volgers van haar Instagramaccount exponentieel doordat ze foto’s van de Eiffeltoren en stokbrood plaatst.

Kortom, een Amerikaanse in Parijs, bedacht door Amerikanen, maar ik kijk omdat Emily heel soms de ramen van haar bovenverdieping opengooit (‘Het is hier net Ratatouille’) en dan zie je, nou ja, de daken van Parijs. Voelt toch als vakantie.

Om dezelfde reden ben ik de Instagramaccount Parisiens in Paris gaan volgen – modische mensen hebben niets met taal, dus grammaticaal correct is de naam niet. De foto’s op het account voelen licht pervers: degene die het account beheert, fotografeert argeloos rondwandelende Parijzenaren van achteren. Dat is raar. Maar ook heerlijk. Het is precies hoe ik zelf, toen toerisme en terrassen en het concept ‘een weekend weg’ nog bestonden, inwoners van Parijs liep te bespieden. Ze recht in het gezicht vragen ‘Hoe doe je dat toch?’ kon niet, vanwege angst voor Franse, stijlvolle mensen. Maar ze van achteren bespioneren, of half over een menu heen in een café: dat was een mogelijkheid.

Dat doet die fotograaf ook, en hij of zij fotografeert gewoon gemiddelde Parijzenaren, die er altijd– sommige cliché’s zijn waar, dat moet je die hele Emily in Paris nageven – uitzien alsof ze door een topstilist zijn afgestyled en vervolgens even in bed zijn gaan liggen om er net verkreukeld genoeg uit te komen.

Wat, wat, wat, wát is er toch zo magisch aan bijvoorbeeld de foto van de jonge vrouw die in het late middaglicht op straat bij een plantenbak nietsvermoedend staat te appen, met een lange grijze jas, zwarte broek, zwarte pet, zwarte tas en zwarte gympen? Wat ze aan heeft, is objectief aan te merken als de saaiste outfit ooit, maar ze doet iets met haar haar onder die pet, haar gympen zijn precies afgetrapt genoeg, de broek heeft ze een beetje opgerold, de zoom van haar jas hangt deels los. En dat alles geeft je het gevoel dat je alleen in Parijs kunt krijgen: dat die mate van afgetraptheid en opgeroldheid iets is wat je zelf nooit zult evenaren. Een diep gevoel van minderwaardigheid. God, wat zou ik dat graag weer eens voelen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden