Emancipatiebrieven bevestigen clichés

‘De’ man is een ramp? Aan ‘de’ vrouw de taak hem te temmen?

De briefwisseling tussen Kinneging en Tahir is zo opmerkelijk, dat wij, een oude en jonge docente genderstudies, het tijd vinden om te reageren. De stellige aannames van de beide auteurs willen we op een aantal punten ondergraven.

Ten eerste gaan de auteurs uit van een biologisch verklaringsmodel voor het gedrag van mannen en vrouwen. In dit model bestaan er alleen twee homogene, heteroseksuele geslachten. Of er een biologische seksespecifieke aanleg bestaat, kan echter alleen worden bewezen in een groot experiment waarin kinderen worden opgevoed zonder te weten of ze jongens of meisjes zijn en ook de opvoeder en onderzoekers niet bekend zijn met de sekse van de kinderen.

Driften

Omdat een dergelijk onderzoek onmogelijk is, werd al in de jaren tachtig door psychologen gepleit om het ‘schertsonderzoek’ naar aangeboren biologische verschillen te stoppen. Toch bestaat er tegenwoordig een overvloed aan populair-wetenschappelijke werken, waarbij het zoeken naar essentiële verschillen tussen man en vrouw centraal staat. De briefwisseling kan gezien worden als een voorbeeld van deze huidige tendens.

Tot deze biologische verschillen behoort volgens beide auteurs ook de aanname dat mannen van nature onbeheerste seksuele driften hebben en vrouwen nauwelijks seksuele behoeften kennen. ‘De man is een ramp’, stellen de briefwisselaars. We willen niet alleen tegen deze absurde veralgemenisering protesteren, maar er vooral op wijzen dat zij kennelijk niet op de hoogte zijn van de omslag in het West-Europese denken over seksualiteit, toen men uitging van net zo’n onbewezen aanname: vóór ongeveer 1750 werden vrouwen als seksueel onverzadigbaar beschouwd (lees er de Heksenhamer uit 1484 maar op na).

Toen in het midden van de 18de eeuw de burgerij meer macht kreeg, de biologische wetenschap ontstond, en men er achter kwam dat vrouwen zwanger konden worden zonder orgasme, dus zonder seksueel plezier, ontstond de burgerlijke opvatting dat vrouwen geen seksuele behoeften behoren te hebben. Maar Kinneging en Tahir hebben geen oog voor historische ontwikkelingen en culturele voorschriften.

Eenzijdig feminisme

Ten tweede oordeelt zowel Kinneging als Tahir over ‘het’ feminisme zonder dat ze zich daarin hebben verdiept. Zo noemt Kinneging als een van de grootste fouten van feministen dat zij geloven dat de wereld zou veranderen als je kinderen anders opvoedt. Echter, juist binnen het feminisme werd snel ingezien dat ook de ouders door de bestaande voorschriften zijn beïnvloed, en dus ook hun kinderen nooit geheel los van de bestaande maatschappelijke ideeën kunnen opvoeden. Niemand kan ongestraft de culturele voorschriften negeren, voorschriften die niet alleen gaan over gedrag, maar ook over gevoelens en behoeftes die als mannelijk of vrouwelijk worden beschouwd.

Ook Tahir heeft een eenzijdig beeld van het feminisme; feminisme zou in het Westen samenhangen met het streven naar gelijkheid, terwijl in de oosterse variant het verschil tussen de seksen benadrukt wordt. Ze is kennelijk niet op de hoogte van de gelijkheid- en verschiltradities binnen zowel het oosterse als westerse feminisme, waarbij bovendien het gelijkheidsfeminisme van Heleen Mees behoorlijk sterk verschilt van dat van Joke Smit.

Macht

Ten derde halen beide auteurs opvattingen over ongelijkheid, macht en libido op een, voor ons, gruwelijke wijze door elkaar. De absurde en gevaarlijke veronderstelling dat er noodzakelijk machtsverschillen tussen de seksen moeten bestaan om het libido op te wekken, is door Evelien Tonkens al prachtig onderuit gehaald. Opmerkelijk is dat Tahir daar in haar laatste bijdrage niet op ingaat. Ze stelt alleen dat het gelijkheidsbeginsel in de openbare sfeer in principe goed is, maar niet gehanteerd mag worden in liefdesverhoudingen, omdat politiek het libido dooft. Alsof het uitgangspunt dat er ongelijkheid in de liefde moet zitten, geen politiek standpunt is en alsof de situatie binnenshuis de situatie buitenshuis niet zou beïnvloeden. (‘Het persoonlijke is politiek.’)

Samenvattend vinden wij dat Kinneging en Tahir niet veel verder komen dan de clichés die al zo’n 200 jaar over mannen en vrouwen bestaan: Vrouwen als degenen die machteloos zijn, die geleid willen worden, die mannen aan zich willen binden, die begeerd willen worden, maar liever geen seks willen. Mannen als de machtigen, vol veroveringsdrang, als verleiders die een onbedwingbare behoefte aan seks hebben, maar die niet gebonden willen zijn.

Deze ouderwetse meningen worden met een stelligheid en zonder enige nuance gebracht alsof het nieuwe inzichten zijn. Nergens wordt enige maatschappijkritiek gegeven, bijvoorbeeld op de commercialisering en op de polarisatie tussen groepen, eerder het tegendeel: zij doen mee aan het in stand houden van de tegenstelling man-vrouw op basis van stereotypen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden