Column Herien Wensink

Emancipatie is belangrijker dan de kaartverkoop

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Merlijn Kerkhof, Rutger Pontzen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, ­muziek, theater of beeldende kunst.

Ophef in Duitsland, dat aardse paradijs waar gebeurtenissen in de theaterwereld zomaar tot dagenlange krantenvetes kunnen leiden. Op leven en dood wordt bij onze buren over theater gediscussieerd, alsof het de Europese verkiezingen zijn, of het Songfestival, of een andere zaak van echt groot belang. Heerlijk. Wat is er nu weer aan de hand? Een vrouwenquotum. Ja, u leest het goed. Een vrouwenquotum!

De afgelopen twee weken was Berlijn in de ban van het Theatertreffen, het prestigieuze festival waar eens per jaar de tien ‘belangwekkendste’ voorstellingen in het Duitse taalgebied zijn te zien. En daar heeft zich in de organisatie nu een schandaal voltrokken. Yvonne Büdenhölzer, sinds 2012 succesvol directeur van het festival, heeft haar theaterjury een opmerkelijke eis opgelegd: voortaan moeten vijf van de tien geselecteerde voorstellingen gemaakt zijn door een vrouw.

Volgens haar is dit instrument het enige middel om de mannelijke hegemonie op het festival, en trouwens in de gehele Duitse theatersector, te doorbreken: sinds de oprichting in 1964 was slechts 12 procent van de geselecteerde producties van een vrouw: 27 van de 231 voorstellingen. Au. Nu is zo’n festival natuurlijk slechts de etalage, dus je zou kunnen zeggen: het probleem ligt bij het winkelaanbod – zolang de grote Duitse stadstheaters niet vaker vrouwelijke regisseurs binnenhalen, blijft ook de kans dat die geselecteerd worden klein. Maar Büdenhölzer draait het vrolijk om. Haar redenering: als een gezelschap nu voor het Theatertreffen geselecteerd wil worden, moet de intendant naarstig op zoek naar vrouwelijk talent. Het is grof geschut zo’n quotum, maar dat je er verandering mee afdwingt, staat vast.

Maar ook mét quotum blijft een vrouwelijke maker op achterstand, want is ze nu gekozen om haar kwaliteit of vanwege die vermaledijde maatregel? Een mannelijke regisseur hoeft zichzelf die vraag nooit te stellen. Daarnaast is nog niet zo gemakkelijk vast te stellen of een voorstelling van een man of een vrouw is. Neem bijvoorbeeld het fraaie Sylvia, een voorstelling over feministisch icoon Sylvia Plath, gespeeld door acht actrices, maar, shit, wel geregisseerd door een man. En hoe moet het met vrouwelijke toneelschrijvers? Decorontwerpers? Theatercollectieven?

Hoe zit het eigenlijk bij ons? Het zou goed zijn om de selectie voor het Nederlands Theaterfestival eens te turven. Er zijn genoeg goede vrouwelijke regisseurs in Nederland, dat staat vast, maar andere cijfers doen het ergste vrezen: van de 11 rijksgesubsidieerde gezelschappen, bijvoorbeeld, heeft er maar één (Tryater) een vrouw als artistiek leider. Een paar jaar geleden waren dat er nog drie. Overigens is de voorzitter van de Nederlandse theaterjury sinds dit jaar wél een vrouw, Hadassah de Boer. Hoe denkt haar jury over quota? Interessante stof voor een debat op het festival.

De Nederlandse jury legt zichzelf overigens ook al jaren een quotum op, namelijk dat de selectie moet bestaan uit vijf voorstellingen voor de kleine zaal, en vijf voor de grote, terwijl de artistieke kwaliteit dat lang niet altijd rechtvaardigt. Met emancipatie heeft dat niets te maken, wel met de kaartverkoop. Geef mij dan maar een vrouwenquotum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden