ColumnMerel van Vroonhoven

Elk kind sjouwde zijn lievelingsdier mee naar school. Ik had een paling. Toen mocht dat nog

null Beeld .
Beeld .

‘Gamen is mijn hobby. Ik game de hele dag, behalve op school natuurlijk.’ Tegenover mij zit Tim.

‘De hele dag?’ vraag ik, ongeloof veinzend. ‘Vinden je ouders dat wel goed?’

‘Ja hoor’, antwoordt hij. ‘Mijn vader zit zelf ook altijd achter de computer en mijn moeder op haar mobiel.’

Ik loop een dagje mee met groep 6 van de speciale school voor kinderen met autisme, waar ik na de zomer start als vaste juf. Tijdens het kennismakingsrondje blijkt al snel dat niet alleen Tim uren voor het scherm doorbrengt, vrijwel de hele klas is er thuis niet van weg te slaan.

Het past in het beeld van de rest van Nederland. Nog maar veertien procent van de kinderen speelt dagelijks buiten en vijftien procent komt überhaupt de deur niet uit. Wat een contrast met mijn eigen jeugd. Slootjespringen, kikkervisjes vangen, bomenklimmen, eindeloos was ik buiten. Ook op onze dorpsschool was buiten nooit ver weg. Zodra de zon scheen sleepten we onze tafeltjes naar het schoolplein voor een rekenles tussen de moestuintjes: bloemkolen wegen, zaadjes tellen of de groei van de tomatenplanten opmeten. Ons klaslokaal stond barstensvol stekjes, maar het hoogtepunt was dierendag.

Elk kind sjouwde zijn lievelingsdier mee naar school. Toen mocht dat nog. ‘Ik neem een paling mee!’ riep ik. Apetrots was ik, op mijn zelf gevangen exemplaar. Elke klasgenoot mocht hem even vasthouden. Maar de paling was zo glad dat hij telkens uit onze handen gleed en over de vloer glibberde. Gillend renden we achter hem aan. Gelukkig greep de meester in. Uitgezwaaid door de klas verdween de paling pijlsnel weer in de sloot. Onvergetelijk, maar tegenwoordig ondenkbaar.

Geen levende dieren mee dus op dierendag, maar tot mijn vreugde staat mijn nieuwe school wel midden in een bos, waar regelmatig een levend konijn, eekhoorn of vos opduikt.

‘Ik haat vieze handen!’ roept Evi als we naar buiten lopen voor een moestuinles. Ook Omar heeft weinig zin. ‘Je kunt sla toch ook gewoon kopen bij Albert Heijn?’

Maar moestuinjuf Maddy laat zich niet van de wijs brengen. Geduldig onthult ze de wonderen van een regenworm, het verschil tussen sla en andijvie, en de geur van munt en tijm. Niet veel later vinden emmers vol onkruid hun weg naar de kruiwagen. Zelfs Evi laat haar handen wapperen. De les eindigt met glinsterende ogen, zwart omrande nagels en een eigen krop sla voor mee naar huis.

Elke school zou een moestuin moeten hebben, denk ik als ik het stel tevreden naar de klas zie lopen. Maar slechts tien procent van de scholen heeft er een. In 2017 sneuvelde het plan voor een verplichte moestuin vanwege de te grote werkdruk op scholen. Ik begrijp die zorg, het onderwijs wordt al te vaak gezien als panacee voor elk maatschappelijk probleem. Toch hoeft de moestuin niet iets te zijn dat er ‘weer bovenop komt’. Het is een mooie kans om kinderen naast biologie en gezond eten, ook rekenen en taal bij te brengen. En, misschien nog belangrijker, hen te laten ervaren dat de natuur met al zijn onvoorspelbaarheid en magie minstens zo spannend is als welk computerspel dan ook.

Twee vliegen in een klap. Of mag dat tegenwoordig ook niet meer?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden