ColumnAaf Brandt Corstius

Eindelijk weer vanaf het terras naar mensen kijken

Het was zo ver; we mochten de horeca weer betreden. Als een horde dolle koeien zouden we restaurants en café’s belagen en willekeurige dingen van het menu bestellen: ‘Ober, doe mij uw beste fles wijn mét slagroom en, en, tomatensoep en dingetjes!’

Ik zat zaterdag al in een restaurant, behorend bij een hotel, want in dat hotel sliep ik met mijn man. Dus we mochten er eten. Er was een looprichting aangegeven met bruin plakband, er waren plastic rood-witte linten die tafeltjes afschermden, er waren zwarte terrastafels die tegen de gewone tafels waren geschoven zodat de serveerster daar op afstand onze borden op kon zetten. Het droeg allemaal niet erg bij aan de gezelligheid. Als ik horecaondernemer was, zou ik iets minder kwistig zijn met het plastic rood-witte lint en mooie fluweelachtige lintsoorten gaan kopen bij een fourniturenwinkel. Maar misschien mag mooi lint niet van Jaap van Dissel.

Maar goed, we zaten, er was kaarslicht en wijn, en als ik van pure opwinding niet teveel zou drinken zou ik de looprichting naar de wc heus wel onthouden.

Een man aan het tafeltje verderop hoestte drie keer in zijn elleboog. Het hele restaurant viel stil. Ik zag zijn aerosollen – want ik ben zo iemand die Maurice de Hond gelooft – door de lucht vliegen en in een wolk boven ons blijven hangen. Hou op, die man heeft heus geen corona, zei ik tegen mezelf.

Het eten was vies. Koude vis met rode ui. Ruim twee maanden waren we niet uit eten geweest. Was dat een gemis, vroeg ik me ineens af. Thuis maakte er nooit iemand koude vis met rode ui klaar. ‘Heeft het gesmaakt?’, kwam iemand vragen. Vraagt thuis ook niemand. ‘Beetje veel rode ui,’ zei mijn man. De serveerster keek hem zwijgend aan, alsof hij zwakzinnig was.

Op 1 juni probeerden we het nog een keer. We gingen op een terras zitten. Op het strand – want op het strand zijn de minste aerosollen. Vind ik dan. Ik weet niet of Maurice de Hond het ook vindt.

We bestelden tosti’s en koffie en ik keek mijn ogen uit. In het restaurant mochten maar een paar andere hotelgasten, maar hier was het een af- en aanparaderen van mannen, vrouwen en kinderen, exotische groepjes Duitsers, mensen die zich volgens mij speciaal hadden aangekleed voor hun eerste bezoek aan de strandtent, mensen met honden. Er was zoveel te zien. Het was zo feestelijk.

Ineens realiseerde ik me dat ik dat had gemist aan de horeca; niet het eten of drinken, maar naar andere mensen kijken met het excuus dat ik een kopje koffie nodig had.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden