Column Arthur van Amerongen

Eindelijk tijd voor architectuur in het magische Vila Real de Santo António – maar dan begint de ellende

Vila Real de Santo António is het best bewaarde geheim van de Algarve. Die kwalificatie gaf ik ook aan Albufeira, Faro, Fuseta, Loulé, Moncarapacho, Olhão, Pechão, São Brás de Alportel, Quelfes en Tavira. 

Dit keer is het menens.

VRSA is een magische plek. Portugal eindigt hier in de Atlantische Oceaan en de Guadiana, de machtige grensrivier met Spanje. De dodenweg N125 begint er, net als de Algarve-boemel naar het westelijke Lagos. Ik mag graag pierewaaien langs  de onheilspellende rafelrand van VRSA, met zijn verroeste scheepswerven, ruïnes van visconservenfabrieken en louche zigeunerkampjes.

Regelmatig pak ik het pontje naar het Andalusische dorp Ayamonte om Jabugo-ham en rioja in te slaan. Nooit echter had ik tijd om mij te verdiepen in de pombaline, de neoclassicistische architectuurstijl van het stadje.

Daarom nam ik mijn intrede in het majestueuze Grande Hotel Guadiana. Eindelijk zou ik erachter komen waarom het Santo Antonio is en niet São Antonio. Stond santo hoger in de heiligenpikorde dan são ?

Beeld Gabriël Kousbroek

De receptionist, de kruier, de piccolo en de kamerjuffrouw konden mij het verschil niet uitleggen. Het internet wel: santo komt voor een naam die begint met een klinker, são voor een naam die begint met een medeklinker. Ook weer opgelost!

Maar toen begon de ellende. Via de redactie van de Volkskrant kreeg ik een brief van een woedende lezer naar aanleiding van mijn column over Loulé. Ik citeer:

Wanneer u meer begrip zou hebben voor het feit dat Nederlanders op vakantie in Portugal niet altijd tijd en energie beschikbaar hebben om zich voorafgaand aan hun bezoek deze ingewikkelde taal eigen te maken, dan zou u zich waarschijnlijk kunnen realiseren dat uw statements (mateloze irritatie-bekverkrachten) nogal gechargeerd overkomen. Dan volgt natuurlijk de vraag of uw verontwaardiging terecht is of dat er misschien sprake is van een lage frustratietolerantie.

Ik stond perplex. Had ik maar een lage frustratietolerantie! Dat zou mijn kabbelende, lieflijke cursiefjes zeer ten goede komen. Mijn verblijf in het Grande Hotel Guadiana was danig vergald.

Op deze manier hoefde het niet meer voor mij. De legendarische vuurtoren van VRSA kon de lezer in een holletje proppen waar de zon nooit schijnt.

Maar misschien was ik wel te hovaardig geweest. 

Daarom besloot ik boete te doen voor mijn zonden en ga ik de Via Algarviana lopen, een pelgrimsroute van 300 kilometer, verdeeld over veertien etappes. Dat zal mij leren de lezer te schofferen. 

Bovendien ben ik twintig kilo te zwaar.

Benauwd en bevreesd zette ik mijn bergschoenen in het vet. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.