COLUMNDaniela Hooghiemstra

Eigen religie en identiteit ondermijnen de algemene rede

Na de moord op de Franse leraar Paty riepen de ministers Arie Slob en Ingrid van Engelshoven Nederlandse leerkrachten op ‘aandacht te hebben voor het belang van de vrijheid van meningsuiting op welke manier dan ook het beste past’.

Over die tekst moet lang gesoebat zijn. De variant van ‘de noodzaak om de vrijheid van meningsuiting te beschermen’ werd waarschijnlijk te aanstootgevend gevonden en voor de zekerheid werd op het laatst ‘op welke manier dan ook’ eraan toe gevoegd. Leraren die zo op pad worden gestuurd, zijn niet te benijden. Op algemeen begrip voor het tonen van Mohammed-cartoons kan allang niet meer worden gerekend en op een filosofische grondhouding zou ik in de gemiddelde Nederlandse scholengemeenschappen ook niet durven te vertrouwen.

Een leraar uit Rotterdam moest na de oproep onderduiken, omdat islamitische leerlingen zich stoorden aan de door hem getoonde cartoon van een jihadist, die zij voor de profeet Mohammed hielden.

De profeet werd verward met een moordenaar, de Koran met de Nederlandse wet en het gezag van de leraar met dat van kinderen. Hoewel niemand gewond raakte, lijkt een groter beschavingsongeluk niet denkbaar.

In Frankrijk wordt sinds de moord op Paty een debat gevoerd over islamitisch ‘separatisme’. Rutte heeft ervoor gepleit ook in Nederland over ‘kernwaarden’ te spreken. Maar van die discussie verwacht ik niet zo veel. De botsing tussen westerse vrijheid en islamitische regels heeft hier tot nu toe vooral tot intellectuele kortsluiting geleid. Van algehele stroomuitval na de moord op Theo van Gogh tot gescheld en jarenlang politiek theater in de rechtszaal door Wilders.

Maar een scherp debat, nee. Dat komt misschien omdat in het vanouds confessionele Nederland niemand vreemd opkijkt van het idee dat vrijheid van meningsuiting ophoudt waar levensovertuiging begint.

In de vorige eeuw mocht Gerard Reve van de SGP God ook al niet verbeelden als een ezel, hoe liefdevol hij dat ook deed. Net als in Afghanistan worden geboden die eeuwen geleden door woestijnvolkeren zijn opgetekend, hier nog altijd beschouwd als gezonde basis voor scholen en politieke partijen.

Fijn dat Gert-Jan Segers het vertonen van Mohammed-cartoons vorige week op televisie zo fel verdedigde, maar toen de Kamer in 2014 het schrappen van ‘smadelijke Godslastering’ uit het wetboek van strafrecht behandelde, stemde zijn partij tegen.

Als imams de Koran boven publiek recht stellen, ontstaat maatschappelijke discussie daarover niet spontaan. Naast de confessionelen, zijn ook de liberalen hun specifieke ruimte de laatste decennia zo diep gaan koesteren dat het een allerindividueelst universum is geworden op zich zelf.

Toiletten worden omgebouwd tot ‘genderneutrale’ ruimten omdat een half procent van de bevolking dat graag wil. Steeds meer vrouwen zijn bereid om in het kader van hun eigen bevrijding de rechten van mannen over de heg te gooien. En als in naam van de Koran een misdaad wordt gepleegd, betreft de grootste zorg niet de schade die dat toebrengt aan de algemene rechtsorde, maar wat dit voor het imago van de specifieke geloofsgemeenschap kan betekenen.

De overeenkomst tussen Wilders, confessionelen, moslims en moderne liberalen is dat zij als ridders van hun eigen identiteiten nogal achteloos omspringen met het breekbare, verlichte fundament dat hun grote gezamenlijke gewicht moet dragen. Begrippen als vrijheid en rechtvaardigheid zijn mantra’s geworden, door iedereen gepreveld, maar stukje bij beetje geofferd aan individuen, religieuze groepen en belangenorganisaties die van eigenheid een hogere orde maken.

Advocaten die de kunst verstaan het recht te laten buigen naar wie daarom vraagt, hebben in dit klimaat de status van nationale helden gekregen. De in juridische verdragen verankerde komst van migranten uit niet-westerse landen is voorgesteld als een eenvoudige kwestie van barmhartigheid, terwijl het in werkelijkheid een ingrijpende maatschappelijke verbouwing betekent.

Premier Rutte hees afgelopen vrijdag de leraar op het schild als degene die te midden daarvan de verlichte waarden moet beschermen. Maar in een land waar gebedshuizen worden bestuurd door uitheemse regimes, waar de overheid het orthodox-religieuze onderwijs zelf bekostigt en de algemene rede keer op keer wordt geofferd aan ‘de manier die het beste past’, moet je in de klas niet op Spinoza rekenen.

Daniela Hooghiemstra is historicus en journalist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden