Column peter middendorp

Eerst was er de schok, alsof er iets oneerbiedigs was gebeurd, maar al snel kwam bewondering, enige trots ook wel

We hadden thuis een open haard en een schouw. We woonden boven onze Blokker-winkel, met uitzicht op de boekwinkel. Ik kwam vaak in die winkel, ik kende de boeken die er op lage tafels lagen uitgestald. Soms, bijvoorbeeld als mijn ouders hun verjaardagen hadden gevierd, kregen ze een boek van de tafels cadeau en legden ze het op de schouw, vaak op het boek dat ze het jaar ervoor van de tafels hadden gekregen.

Boeken hebben hun inhoud lang voor mij verborgen gehouden. Voor mij waren boeken spullen die je kon verkopen. Bijna iedereen in onze straat had wel een winkel met spullen die je kon verkopen. Knopen, blokfluiten, nootjes. Zij toevallig boeken.

Aan het raam boven onze winkel, kijkend naar de boekwinkel, ontdekte ik dat er van een boek ongeveer zestigduizend exemplaren moesten worden verkocht om bij mijn ouders op de schouw terecht te komen. Later, toen ik zelf begon te lezen, kon ik daaraan toevoegen: en worden ze niet meer gelezen. Weer later: en dat is ook niet zo erg.

Ik weet nog wel, toen ik een paar boeken had gelezen, dat ik het een beetje apart begon te vinden dat mensen die in boekwinkels werkten hun waar ook als spullen beschouwden. Terwijl ik zelf niet anders had gedaan. Een enkele keer werd ik er geholpen door iemand die eerder bij ons had gewerkt. Welke bundel? Welke dichter? Help me effe, Pee – welke internationale poëzieprijs?

En ik herinner me de dag dat ik er tijdens het lezen achter kwam dat onze overbuurman van de boekwinkel, die zijn hele leven aanstekelijke verhalen over boeken stond te vertellen op de winkelvloer, met stemgeluid en armgebaren, zodat veel klanten ademloos stonden te luisteren, zelf nog nooit een boek kon hebben gelezen.

Eerst was er de schok, alsof er iets oneerbiedigs was gebeurd, maar al snel kwam het plezier, de bewondering, enige trots ook wel. Mijn buurman zoog gewoon alles uit zijn dikke duim. Verhalen, personages, verwikkelingen, landen die er werden bezocht. En niemand merkte het. Het stoorde niemand. Integendeel. Iedereen ging tevreden naar huis. De zaak liep als een tierelier.

Als ik zo’n verhaal opving en voor de grap zei: ‘O, maar dat klopt niet buurman hoor, dat moet dan minstens vijfhonderd jaar eerder zijn gebeurd’, greep hij me bij de schouders en dwong me samen met hem naar een veronderstelde verte te kijken. ‘Ik heb het over het óúde Perzië, Peter. Zie je het voor je, het oude Perzië? Schítterend gewoon!’

Deze week deed iemand me Grand Hotel Europa van Ilja Pfeiffer cadeau. Ik miste mijn vader. Ik miste het om dit boek uit mijn tas te kunnen halen en te stamelen: ‘Ken je dit? Dit is…’ Dat hij opgewekt naar zijn exemplaar op de schouw zou wijzen, de buurman langs zou komen en we uren zouden praten over een boek dat geen van ons zou lezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden