Column Eva Hoeke

Eerlijk is eerlijk, het heeft iets gezelligs, die nachtelijke gesprekken

Ze zeggen altijd dat je geen oog meer dicht doet als je kinderen eenmaal groot genoeg zijn om uit te gaan omdat ze dan op allerlei plekken komen waar het leven naar ze loert en de duivel achter de toog schuilt en jij moederziel alleen achterblijft, met je oordoppen en je onderbuik. Maar ik heb een man die tegenwoordig ’s avonds door het land toert met een theaterprogramma en ook dán doe je geen oog dicht, kan ik u vertellen.

Ik weet het, hij is een volwassen man die het overgrote deel van zijn leven ook prima zonder mij is thuisgekomen, maar kennelijk weet ik dat alleen in theorie – in praktijk is het tegenwoordig drie keer per week gedaan met mijn nachtrust. Het in slaap vallen is het punt niet, dat gaat tegenwoordig binnen drie minuten, áls ik dat al haal, van tien verschillende podcasts heb ik alleen de introductie gehoord. Volgens kenners ben je dan eigenlijk te moe, een gezond mens hoort binnen tien minuten in slaap te vallen, maar goed, mensen met kleine kinderen zijn niet gezond, die zijn moe.

Maar dan!

Rond 1 uur word ik wakker, en als hij dan nog niet naast me ligt, begint het gesodemieter. Eerst ga ik bellen om te zien waar hij is en of hij niet ergens met een hartaanval aan de kant van de weg ligt, want daar vrees ik weleens voor, na weer een vertraging op het spoor. Als hij niet opneemt blijf ik net zolang bellen tot ik de achterdeur hoor en hij vertelt dat zijn batterij op was en hij geen lader bij zich had, voor de tienmiljoenste keer, en als hij wél opneemt ben ik gerustgesteld, maar het is niet zo dat ik dan meteen weer in slaap val, want nu weet ik dat hij eraan komt en dat geeft toch ook maar onrust. Andere optie is dat hij allang thuis is maar beneden is gebleven om nog even op de bank voor zich uit te prakkiseren, en ook dan slaap ik niet want dan wil ik weten waaróver hij prakkiseert, want ’s nachts zijn dat meestal Grote Dingen, weet ik van mezelf.

Dus daar zitten we dan, op de bank, midden in de nacht, ik met mijn knieën onder mijn slaapshirt en hij met zijn overhemd uit zijn broek en een lekkende bos bloemen op tafel (de eerste keer zei hij nog dat hij die speciaal voor me had gekocht, maar mama is niet achterlijk, dus bedankt nog theater De Dillewijn in Ankeveen, ze zijn prachtig). En we praten. Eerst over de avond, dan over de dag en uiteindelijk over het leven, want laat dat maar aan nachtelijke gesprekken over, die nemen dan graag de ruimte die ze overdag niet krijgen. Eerlijk is eerlijk, het heeft iets gezelligs, die nachtelijke gesprekken, en soms zijn ze zelfs verrassend helder, gek, hoe analytisch je brein kan zijn om 2 uur ’s nachts. Maar wanneer we dan weer in bed liggen en hij me nog een half uur wakker houdt met hinderlijk gerommel in kastjes (rennies & nicotinepillen, aluminium kraak, kraak) en het op de houten vloer laten vallen van zijn telefoon (‘Ja hallo, van jou mag ik niet met de lamp aan lezen’) valt híj al snel als een blok in slaap, terwijl ík me vrijwel meteen begin te ergeren aan, aan, nou ja, gewoon, dat hij ádemt.

Vannacht, toen ik in gedachten voor de miljoenste keer het huis afspeurde naar de mogelijkheid van een logeerkamer, draaide hij zich ineens naar me toe en zei hij: ‘Jij bent mijn beste vriend.’

Had ik al gezegd dat slaap voor sukkels is?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden