EssayEenzaamheid

Eenzaamheid is de schaduwkant van het vermogen ons andere, betere werelden voor te stellen

Beeld Willum Morsch

De ene mens is de andere niet, dus lijden zij ook op verschillende manieren aan zoiets naars als eenzaamheid. Hou dat in de gaten bij goedbedoelde overheidsacties om dit ‘probleem’ op te lossen, schrijft Marjan Slob.

Misschien is het u ontgaan, maar momenteel ­beleven we de elfde Week ­tegen eenzaamheid: het jaarlijkse marketinghoogtepunt van het actieprogramma ‘Eén tegen eenzaamheid’ van het ­ministerie van VWS. Doel van het programma is de ‘trend’ van eenzaamheid onder ouderen te doorbreken, en daartoe worden lokaal heel wat convenanten ondertekend en ontmoetings­activiteiten georganiseerd. Meer dan de helft van de 75-plussers voelt zich eenzaam, zo meldt de website van het actieprogramma bezorgd. En een kopje koffie aangereikt door een vriendelijke vrijwilliger gaat daar – zo suggereert de openingsfoto op de website – verandering in brengen.

Nu twijfel ik niet aan de goede bedoelingen van eenieder die eenzame mensen wil helpen en er zullen ook vast mensen zijn die opfleuren door de aandacht die hen onder coördinatie van de overheid ten deel valt. Maar soms verdenk ik de montere goeddoeners van deze ­wereld ervan eenzaamheid zo’n akelig onderwerp te vinden, dat ze liever niet stilstaan bij het verschijnsel zelf. De ene vorm van eenzaamheid is namelijk de andere niet; lang niet alle manifestatievormen van eenzaamheid zijn met een gezellig kopje koffie te verlichten. Door voorbij te denderen aan wat eenzaamheid is, loopt de overheid het risico dat de ingezette ‘oplossingen’ niet passen bij het probleem.

De afgelopen jaren heb ik me gebogen over het fenomeen eenzaamheid. Ik volgde daarbij een gebruikelijke definitie: eenzaamheid is lijden aan een gebrek aan verbinding. Terecht stelt deze definitie het lijden centraal. Eenzaamheid is een naar, rottig gevoel. En volgens de definitie hangt dat lijden dus samen met het feit dat iemand zich niet verbonden voelt. Met wie (of met wat) die verbondenheid ontbreekt, wordt wijselijk in het midden gelaten. Dat is aan eenzame mensen zelf. De definitie doet daarmee recht aan het feit dat eenzaamheid eerst en vooral een interne gewaarwording is. Zij is een gevoel, en zit van binnen. Wie alleen is zonder daaronder te lijden, is dus niet eenzaam. Omgekeerd kun je je behoorlijk eenzaam voelen op een drukke receptie, juist omdat je moet constateren dat je weer eens geen aansluiting vindt.

Andere mensen kunnen van buitenaf niet zien hoe eenzaam jij bent. Dat is een lastig gegeven voor sociaal-wetenschappers en beleidsmakers. Beide groepen willen graag observeren en tellen: de ­wetenschappers om de omvang van het probleem in kaart te brengen, de beleidsmakers om het effect van hun interventies te meten. En als tellen van eenzame mensen niet lukt door hun gedrag te observeren, dan moeten mensen zelf hun eenzaamheid maar in cijfers uitdrukken. Dat is precies wat er gebeurt in het doorsnee-eenzaamheidsonderzoek. ‘Hoe vaak heb je het gevoel dat je niemand hebt om mee te praten?’, vraagt bijvoorbeeld de veelgebruikte UCLA Loneliness Scale – en dan moet je jezelf een punt geven. Op mij komt dergelijk onderzoek altijd nogal armoedig over. Betekent jouw 3 echt hetzelfde als mijn 3? Staat de 7 die ik mijn eenzaamheid vandaag geef wel voor hetzelfde als de 7 die ik mezelf vijf jaar geleden toekende? De conceptuele en kennistheoretische problemen liggen voor het oprapen, en het is daarom geen wonder dat de raming van het aantal eenzame mensen per onderzoek enorm uiteenloopt. Wat heb je eraan om de ‘uitkomst’ van je onderzoek tot twee cijfers achter de komma te berekenen als onduidelijk is wat je nu precies hebt ­onderzocht?

Persoonlijk vind ik dit soort kwantitatief onderzoek stiekem weer wel nuttig als het helpt allerlei onheilstijdingen wegens gebrek aan (gebrekkig) bewijs af te schrijven. Want zo sneuvelen nogal wat eenzaamheidsclichés. Nee, mensen vinden zichzelf niet eenzamer dan vroeger. En nee, er is geen relatie tussen individualisme en eenzaamheid; de zelfrapportages van de individualistisch ingestelde Scandinaviërs zijn de zonnigste van alle Europeanen. En nee overheid: ouderen blijken niet eenzamer dan mensen uit andere leeftijdsgroepen, al verkeren de (hoog)bejaarden die wél eenzaam zeggen te zijn vaak in omstandigheden waarin zij dat ­gevoelde gebrek aan verbinding moeilijk zelf kunnen herstellen. ­

Het ergste vind ik misschien nog wel dat de opvatting van eenzaamheid die onder het actieprogramma ligt, zo grof en weinig subtiel is. Eenzaamheid wordt daarin verbasterd tot ‘weinig onder de mensen zijn’, terwijl eenzaamheid in feite een complex gevoel is, dat alleen hoogontwikkelde wezens kunnen vertonen. Om daadwerkelijk te lijden aan een gebrek aan verbinding moet je namelijk behoorlijk wat in huis hebben. Je moet je niet alleen een beeld vormen van je huidige situatie, maar ook inzien dat jouw situatie anders had kunnen zijn. Zoveel zelfreflectie en voorstellingsvermogen hebben de meeste dieren echt niet in huis. Een sociaal dier dat uit de groep valt – zeg, een hond – zal zich zeker ellendig voelen. Maar eenzaam is zo’n beest niet, want het lijdt niet onder het besef van verschil tussen hoe zijn leven nu is en hoe het had kunnen zijn.

Eenzaamheid kleeft bij uitstek mensen aan. Zij is de schaduwkant van dat krachtige menselijke vermogen ons andere, betere werelden voor te stellen. De prijs van dat talent is dat je ook scherp kunt ervaren wat er aan je huidige bestaan ontbreekt. Je zult mij niet horen zeggen dat eenzaamheid bij een waardevol leven hoort. Tegelijkertijd zijn alle mensen van wie ik houd op ­enig moment in hun leven eenzaam ­geweest en kan ik me slecht voorstellen bevriend te zijn met mensen die dat gevoel helemaal niet kennen.

Eenzaamheid is vrijwel onvermijdelijk in een mensenleven. Maar het is niet zoiets als honger: het doet zich niet plompverloren voor omdat een ­lichaam nu eenmaal in bepaalde omstandigheden verkeert. Eenzaamheid neemt de kleur aan van een individu en zit vast aan persoonlijke overtuigingen, ervaringen en wensen. Of eenzaamheid daadwerkelijk afneemt, is dan ook lastig te bepalen door het aantal bereikte alleenstaande ouderen te turven. Het lijkt mij zelfs goed voorstelbaar dat sommige bejaarden die naar de koffiecorner worden gesleept, zich extra eenzaam voelen als zij merken dat zij de interesses missen van de mensen om hen heen. Eenzaamheid wordt alleen verlicht doordat een persoon weer connectie voelt met iets of iemand. Ik waardeer de pogingen van professionals en vrijwilligers om eenzame mensen te bereiken. Tegelijkertijd zou ik hen op het hart willen drukken niet voor andere mensen in te vullen wat eenzaamheid is – of hoe ‘die mensen’ geholpen kunnen worden. Sta liever simpelweg open voor de persoonlijke verhalen over het soort verbinding dat wordt gemist. En kijk dan pas of er voor jou nog wat te doen valt.

Marjan Slob is filosoof. Deze week verschijnt haar nieuwe boek De lege hemel: over eenzaamheid. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden