Eénstaatoplossing kan stabiliteit voor Palestijnen én Israëli's betekenen, maar dan moeten we er wel over gaan praten

De stichting OneStateFoundation is in het leven geroepen om draagvlak te creëren voor de éénstaatoplossing

De huidige crisis in Gaza laat maar weer eens zien dat de tweestatenoplossing niets anders dan een diplomatieke fictie geworden is. De machtsongelijkheid tussen beide partijen is simpelweg te groot. Daarom is het tijd dat we gaan praten over de éénstaatoplossing, zo stelt de OneStateFoundation.

Israëli's, zowel Joden als Arabieren, protesteerden tegen de bezetting Palestijnse gebieden in 2010. Foto AFP

De internationale gemeenschap heeft zich 25 jaar lang ingezet voor een tweestatenoplossing van het Palestijns-Israëlisch conflict. In die 25 jaar is de realiteit van de ene staat, die sinds de bezetting van de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook in 1967 al een feit was, alleen maar verder geconsolideerd. In het gebied als geheel, dat wil zeggen Israël en de bezette gebieden, heeft een bepaalde bevolkingsgroep volledige rechten, die een groep met een andere religie of etniciteit worden ontzegd.

De vraag dringt zich op in hoeverre het concept van een tweestatenoplossing op basis van onderhandeling tussen beide partijen eigenlijk ooit realistisch geweest is. Bij het antwoord daarop speelt de extreme machtsongelijkheid tussen beide partijen een belangrijke rol.

Crisisbeheersing

Hoe hebben we ooit kunnen denken dat de partijen gezamenlijk tot een enigszins rechtvaardig compromis zouden kunnen komen, zonder externe druk, die tot de dag van vandaag ontbreekt? Een tweede vraag is, hoe een proces dat in feite exclusief de bezetting van 1967 als uitgangspunt neemt en als de vermeende oorzaak van het conflict beschouwt, uiteindelijk tot een succesvol, houdbaar resultaat kan leiden.

Immers, dat uitgangspunt ontkent dat de wortels van dit conflict in 1948 liggen, toen het overgrote deel van de Palestijnse bevolking werd verdreven of vluchtte. Ondanks het feit dat het recht op terugkeer van deze vluchtelingen is erkend in resolutie 194 van de Algemene Vergadering van de VN, blijft het moeilijk en pijnlijk, zowel voor Israël als de internationale gemeenschap, om als onderliggende oorzaak van het conflict deze vluchtelingenproblematiek te onderkennen en aan te pakken. Het negeren ervan leidt echter tot uitzichtloze ‘crisisbeheersing’ in plaats van een werkelijke oplossing. De uitwassen van dergelijke ‘crisisbeheersing’ werden de afgelopen weken weer pijnlijk zichtbaar in Gaza.

Zowel binnen de Palestijnse als Israëlische samenleving zijn groeperingen en individuen te vinden, die de overtuiging hebben dat het creëren van één staat de enige weg is naar een daadwerkelijke oplossing van het conflict. Onze recent opgerichte stichting, die bestaat uit Palestijnse en Israëlische partners die door bestuur en adviesraad worden ondersteund, zet zich in om het draagvlak ter plekke voor een éénstaatoplossing te vergroten. Het streven is om de huidige éénstaatrealiteit om te vormen naar een realiteit waarin een einde komt aan rechtsongelijkheid langs etnisch-religieuze lijnen en waarbij ook het gesprek kan worden geopend over het erkennen en, voor zover mogelijk, repareren van het onrecht dat de Palestijnen werd aangedaan in de aanloop naar en sinds de oprichting van de staat Israël. Een dergelijk doel is op den duur alleen te verwezenlijken wanneer er brede steun voor is onder beide bevolkingsgroepen.

De reflex

Naast het bieden van steun aan Palestijnen en Israëli’s, is de rol van de internationale gemeenschap daarbij niet te onderschatten. Een situatie waarin sprake is van extreme machtsongelijkheid kan alleen gerepareerd worden indien er ook druk op de bovenliggende partij komt om te bewegen. De emotionele wens en inzet om vast te houden aan een superieure machtspositie ten opzichte van de ‘ander’, in dit geval de Palestijnen, is een menselijk en tot zeker niveau begrijpelijk verschijnsel. Als stichting richten wij ons er onder meer op om over deze ‘reflex’ het gesprek met Israëli’s niet te schuwen. Daarbij is de opgave om duidelijk te maken dat, op basis van morele én rationele gronden, juist rechtsgelijkheid en erkenning en herstel van onrecht uit verleden en heden resulteert in een leefbare en stabiele realiteit voor iedereen.

Daarbij moeten we ook een ander spoor volgen. Het valt niet te ontkennen dat politieke, diplomatieke en economische druk essentieel zijn om partijen met een bovenliggende machtspositie te doen inzien dat verandering onontkoombaar én heilzaam is. En het is mede in verband hiermee dat wij ook naar de internationale gemeenschap kijken, die een beleid van druk kan combineren met gesprekken over de overgang naar een realiteit van rechtsgelijkheid.

Win-winsituatie

Wij zijn ons ervan bewust dat een dergelijke beleidsverandering binnen de internationale gemeenschap en in Nederland nog ver in de toekomst ligt. Tegelijkertijd lijkt er wel voorzichtig meer ruimte te ontstaan om het tweestatenmantra, dat meer dan 25 jaar zorgvuldig gecultiveerd en onderhouden is, tenminste ter discussie te stellen. In Nederland wordt binnen het hele politieke spectrum nog altijd vastgehouden aan deze diplomatieke fictie, maar het ongemak is groeiende. Hoe geloofwaardig is deze formule nog, terwijl de Israëlische controle over het gehele gebied tussen de Middellandse Zee en de Jordaan gedurende de afgelopen 25 jaar alleen maar verder geconsolideerd is en de Israëlische premier dit – voor wat betreft de Westelijke Jordaanoever – ook niet meer wenst te ontkennen?

Over het voorgaande gaan we graag in gesprek, waarbij de inzet is om uiteindelijk tot een échte, stabiele oplossing te komen die een win-winsituatie oplevert voor Palestijnen én Israëli’s. Het is al te makkelijk dit streven schouderophalend of met enig cynisme af te doen als ‘irreëel’. De initiatiefnemers zijn zich van de obstakels minstens zo bewust als de critici. Maar, zoals Nelson Mandela ooit zei: ‘It always seems impossible until it’s done.’  

Angélique Eijpe is bestuurslid van de One State Foundation, Willem Beelaerts van Blokland en Jaap Hamburger zijn lid van de adviesraad van de stichting.