Column

Een zorgzame overheid zorgt dat je dan steun krijgt bij het opvoeden. Naast je, niet tegenover je

null Beeld

Op Netflix is de prachtige documentaire Wonder Boy te zien, waarin Olivier Rousteing, topmodeontwerper bij het Franse modehuis Balmain en geadopteerd, vergeefs op zoek gaat naar zijn afstandsmoeder. We zien scènes waarin hij bewierookt wordt door sterren als Jennifer Lopez. ‘Het lawaai’, zoals hij het zelf omschrijft. Daarnaast is er ‘de stilte’: als hij zich, alleen in zijn appartement, afvraagt of zij hem misschien gezien heeft op tv. Of ze misschien toch trots op hem is. Of ze weet dat hij haar zoon is. Het gemis is een groot gat in zijn hart. ‘Hoe kan ik van mijzelf houden als ik niet weet wie ik ben?’

Als dochter van een moeder die is geadopteerd, moet ik zeggen dat de vragen rond onze afstamming zelfs bij mij nog sterk leven. Zoiets werkt generaties door. Bij de scène waarin een Franse maatschappelijk werker inmiddels weet wie de biologische moeder van Rousteing is, maar wettelijk gezien slechts de regio mag doorgeven waarin zij woont, schoot ik vol.

Afstandsmoeders

Hoe hartverscheurend adoptie ook voor afstandsmoeders kan zijn, is te lezen in de portretten die Christel Don maakte in haar boek Afstandsmoeders. ‘Niemand kan de diepte van mijn pijn doorgronden’, vertelt de 90-jarige Sanne Scholten. Ze is 55 jaar elke dag met haar zoon bezig geweest. ‘Ik was zijn moeder en ik ben altijd zijn moeder gebleven. Dat gevoel gaat nooit meer weg.’

Aan het begin van de 19de eeuw, toen de ongehuwde moederzorg nog in handen was van vrijwilligers en de kerk, huldigde men de opvatting dat moeders en kinderen zoveel mogelijk bij elkaar moesten blijven, ongeacht de omstandigheden. Natuurlijk was ongehuwd moederschap altijd een taboe.

Mijn oma stond mijn moeder eind jaren twintig af onder grote druk van haar familie. Vanaf de jaren vijftig wordt dankzij psychiaters als Kees Trimbos en Han Heijmans de druk op ongehuwde moeders om hun kinderen af te staan opgevoerd. Ongehuwde moeders waren psychisch labiel en een kind was beter af in een stabiel gezin, meenden zij.

Zaak tegen de staat

In 2019 begon afstandsmoeder Trudy Scheele-Gertsen een rechtszaak tegen de staat, die inmiddels wordt gevoerd namens vele vrouwen die onvrijwillig hun kind moesten afstaan. Internationale adoptie is vanwege misstanden begin dit jaar opgeschort.

Afstammingsvragen en hechtingsproblematiek gaan hand in hand. Ook kinderen van spermadonoren raken psychisch in de knel als ze niets kunnen achterhalen.

Intussen lijkt men dat in de Jeugdbescherming nauwelijks te beseffen. De ontluisterende portretten van zwangere vrouwen in de documentaire Goede moeders laten zien hoe zwaar de druk is op zwangere vrouwen van wie eerder kinderen uit huis zijn geplaatst of in het zicht kwamen van de Kinderbescherming. De documentaire volgt verloskundige Sylvia von Kospoth, die ontdekt dat veel uithuisplaatsingen van de kinderen van haar cliënten voortvloeien uit slechte rapportages. Al jaren een structureel probleem.

Jeugdpsychiater Peter Dijkshoorn streeft naar nul uithuisplaatsingen, maar constateert dat in twintig jaar het aantal uithuisgeplaatste kinderen bijna verdubbeld is – van 26- naar 46 duizend.

Veilig opgroeien

Uiteraard vanuit het nobele idee dat kinderen veilig moeten opgroeien. Alleen gebeurt dat niet, want afgezien van het feit dat te veel kinderen wel degelijk met hulp bij hun feilbare, kwetsbare maar liefhebbende ouders zouden kunnen blijven, is de ellende ook nog eens dat na een uithuisplaatsing doorgaans geen nieuw warm nest wacht. Geen stabiel gezin dat íets van het gat met liefde en toewijding kan dempen. Helaas worden beschadigde kinderen van pleeggezin naar pleeggezin gesleept, van instelling naar instelling. Rond de drieduizend kinderen, die niet crimineel zijn, belanden jaarlijks zelfs in een gesloten instelling voor Jeugdzorgplus die in niets verschilt met een gevangenis.

Eenmaal daar zijn kinderen zo beschadigd, dat de ‘hulpverlening’ voornamelijk bestaat uit het erop toezien dat een kind geen zelfmoord pleegt. En is het zo moeilijk de traumatiserende praktijk af te schaffen waarbij kinderen in een ‘scheurjurk’ worden opgesloten in een isoleercel zodat ze zichzelf niets kunnen aandoen, constateert Hélène van Beek in haar boek Kinderen van de Staat.

Uitzonderingen daargelaten is het een oergevoel dat ouders bij hun kind willen zijn, en het kind bij zijn ouders. Ook als je kwetsbaar in het leven staat. Een zorgzame overheid zorgt dat je dan ondersteuning krijgt bij het opvoeden van je kinderen. Naast je, niet tegenover je.

Harriet Duurvoort is publicist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden