Column Erdal Balci

Een zacht kussen voor de doden

Ik heb veel mensen gekend die geen last hadden van de doden die niet begraven willen worden. Ze leefden tussen de bergen waar ik geboren ben. Als het winter werd, trokken ze zich terug in hun troosteloze dorpen en sliepen zo vredig als kleine kinderen. Ik was elf toen ik vaarwel zei tegen de bergen en tegen de mensen die geen last hadden van de doden die niet begraven willen worden. Een jongeman werd ik in Nederland, om de beurt uit de slaap gehouden door de verschijning van de mooie vrouwen en de rebelse doden.

Kwam het door de niet aflatende regen of door de ideeën van de Verlichting die 350 jaar in de lucht hingen dat de heikele kwesties zich een weg baanden in mijn lijf? De schizofrenie van de profeet, die bijna het mes door de keel van zijn zoon haalde, doemde op in de nachtelijke uren. Ik voelde de hete adem van een boze God in mijn nek. Ik was niet alleen. Als een angstig, depressief leger van een miljoen ontwortelde gastarbeiderskinderen staken we onze kostbare tijd in de Arabische mythen en sagen.

Wij waren getraind in het niet stellen van de brandende vragen. Maar ik liep door de straten waar Spinoza had gelopen en de woorden van Nietzsche openbaarden zich op den duur aan mij: ‘En omdat het leven hoogte nodig heeft, heeft het trappen nodig en conflicten tussen de trappen en de klimmenden.’

De tijd die nodig was om te bloeien, was allang verstreken. In een land waar je het hart van de moderniteit en beschaving hoort kloppen, werden we geen virtuozen op een muziekinstrument. In het leger van een miljoen gastarbeiderskinderen ook geen chirurgen, geen natuurkundigen, geen astronomen, geen scenaristen, geen autonome denkers...

Op een dag keek ik in de spiegel en zag ik iemand die er niet aan moest denken om met een vrouw te trouwen die door een ander was ontmaagd. Ik was een druppel water, overgeleverd aan een rivier die niet naar de zee stroomde. Hangende schouders zag ik in de spiegel, een doffe blik, een kortzichtige geest.

Nederland had zijn nieuwe kinderen aan hun lot overgelaten. Omdat alle verandering ontstaat door het gebrek aan zuurstof besloot ik toen te vluchten. De absolute eenzaamheid die in het verschiet lag, nam ik toen maar voor lief.

Het duurde lang, het proces van de genezing. In die jaren zag ik in Istanbul een keer een toneelstuk met de titel Bury the dead. In dat stuk van Irwin Shaw lukte het niemand om de zes soldaten die in een oorlog gesneuveld waren ervan te overtuigen dat zij als doden het graf in hoorden te gaan. De dode soldaten hadden geen boodschap aan de tirade van de legerchef en aan de preek van de priester. Zelfs hun vrouwen slaagden er niet in om de dode soldaten vrede te laten sluiten met het grote onrecht dat hen was aangedaan. Ze namen wraak op de maatschappij door iedereen op te zadelen met de verschrikkelijke gedachte aan de doden die niet dood wilden zijn.

De meeste doden in mij, die dus niet begraven wilden worden, heb ik inmiddels ter aarde kunnen bestellen. De herinnering aan hen beneemt mij nog altijd de adem. Tijdens lange wandelingen hoor ik ze weleens mijn verleden duiden.

Ze herinneren mij eraan hoe dogma’s en de heilige teksten drukten op mijn dunne schouders. Ze gingen de grond in en sloten langzaam de ogen toen ik de oprechte spijt voelde in mijn hart. Spijt voor het talent dat ik had verkwist. Spijt omdat ik blind was voor kindhuwelijken, blind voor dierenmishandeling, blind voor genitale verminkingen, blind voor eerwraak, blind voor het verdriet van de tot slaaf gemaakte vrouwen, blind voor de kracht van de sociale druk waaronder vader en moeder gebukt gingen, blind voor de oom die zijn zwangere schoondochter verplichtte om aan de ramadan te doen, blind voor de vijandschap van vrienden voor het land dat ons uit de klauwen van de verzengende armoede had gehaald.

Nu bevestigt een SCP-onderzoek dat de Nederlandse moslims alleen maar religieuzer worden. Mijn lotgenoten snakken dus nog intenser naar de bergen waar ellende en onrecht er gewoon bijhoort. Maar hier, in dit verdomde polderland veranderen ze in opstandige doden. Je zou dan willen verdwijnen in Gods barmhartige armen, om verder te kunnen, om te vergeten. Want het is zo zwaar om jarenlang de doden te troosten en hun hoofden met zachte strelingen op een kussen van zwarte grond te laten rusten. 

Erdal Balci is journalist en schrijver.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.