Column Ibtihal Jadib

Een vriendin vroeg mij waarom Marokkanen nooit fietsen

Ibtihal Jadib.

Een vriendin vroeg mij waarom Marokkanen nooit fietsen. Ik had geen idee waar ze op doelde, bij ons in de familie fietst iedereen. Op mijn jongste zusje na dan, maar dat komt omdat zij van de Kylie Jenner-generatie is. Zij ontkent niet alleen het bestaansrecht van de fiets, maar ook van de ritssluiting van haar jas. Nonchalant wandelt ze naar de bushalte en vriest daar nog liever dood dan dat ze haar jas dicht doet. Verder trekt ze haar modieuze jassen trouwens nooit uit, ook binnenshuis niet want die zijn, zoals ze dat zelf omschrijft: ‘part of the outfit’. Ik begrijp daar geen snars van en ben dus officieel een oude trut geworden.

Afijn, dat fietsen. Misschien komt het omdat ik in een dorp ben opgegroeid, maar wij gingen al fietsend naar school, werk en wat zo al meer. Alleen op zaterdag pakte mijn vader de auto, want dan maakten we met het gezin het wekelijkse uitje naar de stad. In ons geval was dat Haarlem en aangezien de afstand erheen 11 kilometer was, was het makkelijk te fietsen. Maar om de een of andere reden was dat een absolute no-go: je pakte niet met het hele gezin de fiets, ben je mal. Daarvoor was fietsen te veel een verplicht nummer en werd het niet gezien als een activiteit ter recreatie en vermaak. Als ik op een zonnige dag per se met de fiets naar Haarlem wilde, werd ik voor gek uitgemaakt. Alleen mijn jongste zusje kreeg ik dan mee, zittend bij mij achterop welteverstaan.

Vroeger (sprak de oude trut) lag de fiets trouwens niet voor iedereen binnen handbereik. Met name de eerste Marokkaanse vrouwen die naar Nederland kwamen, konden vaak niet fietsen omdat ze dat in hun geboorteland niet hadden geleerd. Een dame mocht niet fietsen, dat was vrijpostig. Maar ja, autorijden konden onze moeders vaak ook niet en het openbaar vervoer was doodeng, aangezien ze daarvoor óf de namen van de haltes moesten kunnen lezen óf de moed moesten verzamelen om in het Nederlands de weg te vragen. Mijn moeder koos eieren voor haar geld en besloot dat ze onmiddellijk moest leren fietsen. En zo geschiedde. Dat vertelde ze vervolgens trots aan de familie die reageerde met veel oe’s en aa’s, vol verwondering over een land waar fietsers een exclusief rood pad hadden. Toen mijn tante als tiener bij ons in Nederland op bezoek kwam, gingen mijn zus en ik direct met haar ons straatje in voor een fietsles. Giechelend en slingerend probeerde ze telkens een meter vooruit te komen terwijl wij haar bij de bagagedrager recht hielden, totdat een boze buurman ineens naar buiten stoof en haar een klap gaf, vol op haar wang. Geschokt hadden we hem aangekeken terwijl hij foeterde over buitenlanders die zich niet aan de regels hielden: mijn tante had in ons eenrichtingsstraatje de verkeerde kant op gefietst. Huilend gingen we ergens verderop spelen.

Een tijdje geleden zag ik premier Rutte met zijn fiets bij het stoplicht staan, zijn aktetas achterop. Op dezelfde route zie ik ook weleens prinses Amalia langskomen, met een paar meter erachteraan een fietsende beveiliger. Ik probeerde mij toen voor te stellen dat de Marokkaanse kroonprins of een politicus als Benkirane zijn limousine zou laten staan om de fiets te pakken, en moet daar nog steeds vreselijk hard om lachen.

ibtihal.jadib@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden