AOW-leeftijd

Een vervroegd pensioen zit er niet meer in - hoe lang moeten we nog werken?

Met het nieuwe pensioenakkoord wordt het voor mensen met zware beroepen iets makkelijker om eerder met pensioen te gaan. Beeld Joost van den Broek

Met het deze week gepresenteerde pensioenakkoord gaat de AOW-leeftijd iets langzamer omhoog, maar een terugkeer naar 65 zit er niet in. Veel zestigers voelen zich boos en moedeloos.

Wie aan het begin van deze eeuw ’s zomers naar het Zuiden reed, bevond zich al snel in een lange sliert auto’s met caravan. De vutters waren op weg naar Frankrijk en Italië. Jonge zestigers, gezond en actief, vastbesloten om te ‘genieten’. Het zwitserlevengevoel, voorheen slechts weggelegd voor een kleine groep renteniers, was gedemocratiseerd.

In korte tijd is het perspectief voor zestigers drastisch veranderd. Daar doet het deze week gepresenteerde pensioenakkoord weinig aan af. De AOW-leeftijd gaat iets langzamer omhoog, voor mensen met een laag inkomen (lees: ‘de zware beroepen’) wordt het iets gemakkelijker om eerder met pensioen te gaan. Maar een terugkeer naar 65 jaar, laat staan naar een vroeger pensioen, zit er niet meer in.

Veel zestigers hebben het gevoel dat er iets van ze is afgepakt. ‘De snelle opeenvolging van maatregelen heeft tot boosheid geleid, zeker bij mensen die lang gewerkt hebben’, zegt Kène Henkens, hoogleraar veroudering, levensloop en pensionering aan het UMC Groningen, tevens verbonden aan het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI). In een onderzoek van het NIDI uit 2016 vertelde een toen 64-jarige docent in het vmbo dat zij op haar 59ste verwachtte nog 3,5 jaar te moeten werken. Maar op haar 63ste moest zij nog steeds 3,5 jaar werken, alsof zij al die jaren had geprobeerd haar eigen schaduw in te halen. ‘Dat maakt mij moedeloos en verkleint mijn plezier in het werk. Kan ik dit opbrengen?’, aldus de docent. Volgens een recent onderzoek van het NIDI is iets meer dan de helft van de 60-plussers ‘heel erg boos’ over de verhoging van de AOW-leeftijd.

Sommige mensen vinden de sfeer rond de pensioenen veel te negatief. ‘We moeten niet doen alsof werk een ziekte is. Voor je het weet betitelt iedereen zijn baan als zwaar’, zei de toenmalige VVD-fractieleider Mark Rutte in 2010 in een interview met het blad van de ouderenbond ANBO. Filosoof en gerontoloog Jan Baars hield in 2012, op zijn 65ste, een ‘niet-afscheidsrede’ waarin hij aankondigde gewoon door te gaan, ook al had hij formeel de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. ‘Ik vind de houding van veel ouderen wel een beetje raar’, zei hij in de Volkskrant. ‘Ze zeggen: ik trek de deur achter me dicht en dan heb ik helemaal geen verantwoordelijkheid meer. Ouder worden wordt een soort verantwoordingsloze jeugd, waarin je wel geld hebt en zelfstandig bent. Ik misgun het individuele mensen niet, maar in maatschappelijk opzicht vind ik het een verkeerd ideaal. Zo wordt ouder worden een periode van niet serieus in het leven staan.’

Mensen als Baars vormen een minderheid, zegt hoogleraar Kène Henkens. ‘Ongeveer 1 op de 10 mensen werkt graag door na hun pensioenleeftijd’, zegt hij. ‘De meeste mensen stoppen graag ‘wat eerder’ dan de wettelijke pensioenleeftijd.’ Het NIDI constateerde in 2016 dat de gemiddelde gewenste pensioenleeftijd onder 60-plussers op 63,4 jaar ligt.

Dat mensen eerder willen stoppen, komt niet omdat ze zo’n hekel aan hun werk hebben. Volgens het SCP is 92 procent van de oudere werknemers tevreden over zijn baan, dat is zelfs iets hoger dan bij jongere groepen. ‘Maar mensen willen niet alleen met pensioen omdat ze van hun werk af willen, maar ook omdat ze uitkijken naar een andere levensfase.’

Het aantal werkende 60-plussers nam toe van 22 procent in 2003 naar 51 procent in 2015. In 2016 onderzocht het NIDI hoe het deze oudere werknemers verging. ‘Langer doorwerken valt nog niet mee’, was de conclusie. Zeven op de tien oudere werknemers heeft minstens één door een arts vastgestelde ziekte, aandoening of handicap. Lageropgeleiden zeggen vaker daardoor in hun werk belemmerd te worden door kwalen dan hogeropgeleiden, 55 tegen 38 procent.

‘Vaak zijn het niet zulke ernstige klachten. Je kunt er best mee werken. Maar het verandert je perspectief op het leven. Je vraagt je af hoe lang je nog door moet gaan. Uit onderzoek blijkt ook dat de vitaliteit van mensen na hun pensionering toeneemt’, zegt Henkens. Van de lageropgeleiden ervaart 60 procent zijn werk als lichamelijk zwaar en bijna 50 procent als stressvol. Van de hogeropgeleiden zegt meer dan 60 procent dat zijn werk stressvol is.

Vooral voor lageropgeleiden is het perspectief de afgelopen decennia sterk verslechterd. Zij hebben op hun 65ste een verwachting van 9,7 ‘in goede gezondheid ervaren jaren’. Toen ze op hun 60ste konden stoppen, mochten ze gemiddeld op 14,7 gezonde jaren rekenen, op hun 67ste is dat nog maar 7,7. Voor hogeropgeleiden speelt uiteraard hetzelfde, maar dan minder navrant. Als zij op hun 67ste stoppen, hebben ze gemiddeld nog altijd 12,5 gezonde jaren voor de boeg.

‘Tussen hoger- en lageropgeleiden zie je grote verschillen. Lageropgeleiden zien hun pensioen vooral als een bevrijding van hun werk, hogeropgeleiden als een nieuwe levensfase waarin ze gaan reizen of Turks leren. Een periode waarin je nog gezond en actief bent, en de middelen hebt om daarvan te genieten’, zegt hoogleraar Henkens.

Van de lageropgeleiden groep werkt 83 procent 45 jaar of meer, van de hogeropgeleiden slechts 13 procent. In het pensioenbeleid van de afgelopen jaren zijn de problemen van lageropgeleiden onderschat, vindt Henkens. Dat verklaart ook het chagrijn over het pensioenakkoord, deze week bij het ledenparlement van de FNV.

De snelle verhoging van de AOW-leeftijd was een typisch voorbeeld van de Nederlandse poldertraditie. Alle grote politieke partijen werkten eraan mee, en de bevolking gaf haar verworven rechten gemakkelijk op, omwille van de economie, de staatsfinanciën en de Nederlandse concurrentiepositie. Zo ging het altijd, sinds de jaren tachtig. Nederland was er ook trots op: we waren een pragmatisch en wendbaar land dat knopen doorhakte en zichzelf pijn kon doen, waar anderen – de Fransen bijvoorbeeld – zich vastklampten aan het verleden en ‘noodzakelijke hervormingen’ tegenhielden.

Maar Nederland is een slechter gehumeurd land geworden. De bevolking heeft te weinig gemerkt van de economische groei van de afgelopen decennia, erkent nu zelfs de VVD. In dat kader wordt de verhoging van de pensioenleeftijd ervaren als een enorme inbreuk op verworven rechten. Veel leden van het FNV-parlement leken bereid de kont tegen de krib te gooien. Worden de pensioen per 1 januari gekort als er geen akkoord komt? Jammer dan, maar voor dit akkoord hebben we niet gestaakt. Wij eisen 66 jaar! Kortom: Nederland lijkt een beetje Franser te worden.

De pensioenstrijd is nog niet gestreden. Maar de gouden eeuw van het vroegpensioen zal niet meer terugkomen. Ook een terugkeer naar 65 jaar is onbetaalbaar geworden, zegt hoogleraar pensionering Kène Henkens. Het aantal AOW’ers nam toe van ruim 500 duizend in 1957 naar bijna 3,5 miljoen nu. Destijds kostte de AOW 2,4 procent van het Bruto Binnenlands Product, nu 5,1. Als de AOW-leeftijd gehandhaafd zou zijn op 65, zou de AOW in 2040 zo’n 9 procent van het bbp kosten. Nu worden de kosten geraamd op 6,5 procent rond 2040, al zullen die iets hoger uitvallen als het pensioenakkoord wordt geaccepteerd.

Hoogleraar Henkens is positief over het pensioenakkoord. ‘De verhoging van de AOW-leeftijd is wel erg snel gegaan. Dat wordt nu verzacht. Het is ook goed dat mensen met zware beroepen eerder met pensioen kunnen’, zegt hij.

Wel blijft de vaststelling van de AOW-leeftijd ingewikkeld, omdat zij is gekoppeld aan prognoses over de levensverwachting. Veel mensen blijken het overzicht kwijt te raken. Ze denken dat ze eerder met pensioen kunnen dan in werkelijkheid het geval is. ‘Dat veroorzaakt boosheid. Het zou beter zijn om op basis van prognoses de AOW-leeftijd voor 2030 of 2040 nu alvast te bepalen.’

Lees meer over het pensioenakkoord


De pensioenen zijn sinds 2013 op drift geraakt. Begin juni werd alles opnieuw anders door het pensioenakkoord. Wat betekent dit voor u?

‘Het goede pensioen voor iedereen komt er niet’, zegt SP-Kamerlid Bart van Kent. ‘Het moet evenwichtig zijn voor alle generaties. Daar gaan we scherp op letten’, zegt minister Koolmees. Lees het dubbelinterview.

Hoe zit de nieuwe pensioendeal in elkaar, en hoe gaat deze uitpakken voor de verschillende generaties? Lees hier de Volkskrant-analyse: de 60-plusser profiteert, de pijn zit bij de rest.

Het laatste woord is nu aan de 1 miljoen FNV-leden. Boze reacties sijpelen binnen als het FNV-parlement dinsdagavond uitleg krijgt van het bestuur over het pensioenakkoord. ‘Stem dit weg, Annemarie! Mijn hele groep is woest!’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden