Een verbod op onverdoofd slachten als excuuspolitiek

De discussie over ritueel slachten is louter symboolpolitiek. Met echt dierenleed heeft het allemaal niet te maken.

De gemoederen lopen hoog op in de discussie over het wetsvoorstel dat onverdoofd slachten moet verbieden. De Joodse gemeenschap en de Moslimgemeenschap maken zich terecht druk over de gevolgen voor het naleven van hun religieuze voorschriften. De godsdienstvrijheid als grondrecht wordt in de strijd gegooid. Die discussie zal de komende tijd alleen maar aan kracht toenemen. Voorspelbaar is nu al dat men daar niet zal uitkomen. Het zal een welles-nietes-spelletje worden.

Gevaarlijk terrein
De Partij voor de Dieren begeeft zich daarbij op gevaarlijk terrein. Ze voert aan dat verdoofd slachten niet in strijd is met de godsdienstige regels van Joden en Moslims. Het was mij niet bekend dat Marianne Thieme een erkende religieuze autoriteit is die een correcte interpretatie kan geven van de religieuze regels van Thora en Koran en alle geschriften die daarbij horen. Een dergelijk pad van discussie is heilloos.

Begrenzing
We komen vervolgens op het probleem van de begrenzing van de godsdienstvrijheid. Dat er ergens een grens is aan de godsdienstvrijheid is duidelijk. Maar waar precies die grens ligt, is niet zo eenvoudig te bepalen. Daar zijn geen objectieve criteria voor. Voor mij heeft de godsdienst enerzijds niet alle vrijheid om terrein te claimen, maar de staat moet er ook voor waken zich op het terrein van de godsdienst te begeven. Die discussie is echter een gebed zonder einde.

Over de dierenwelzijnargumenten die door de voorstanders van een verbod op onverdoofd slachten worden gebruikt valt wél een en ander te zeggen. Daar zou de politieke en maatschappelijke discussie vooral over moeten gaan. Maar daar is een interessant fenomeen waar te nemen. Het huidige debat spitst zich toe op moment van het gedwongen levenseinde van het dier. Het moment dat de handeling van het doden van vee plaatsvindt. Het gaat dan om de kwaliteit van de seconden of minuten (afhankelijk van welk deskundigenrapport wordt geraadpleegd) dat de doodsstrijd van het dier zich afspeelt.

Onnodig wreed?
De centrale vraag die de discussie beheerst is: is de gebruikte methode van halal- of kosher slachten onnodig wreed en pijnlijk voor het dier? Voor de goede orde: we spreken dan alleen over de kwaliteit van de laatste ogenblikken van het leven van het dier. Blijkbaar is dat waar het om gaat. Het gaat blijkbaar niet zozeer om de kwaliteit van het leven dat zich voorafgaand aan het directe einde heeft afgespeeld. Dat is wonderlijk en naar mijn mening een tunnelvisie. En dat maakt de ophef in de media en de politiek tot een schijnvertoning met een nogal hypocriet gehalte. Ik vind dat symboolpolitiek van partijen die een punt willen scoren. Niets meer en niets minder.

De discussie zou moeten gaan over het dierenwelzijn in bredere zin. Want laten we elkaar niet wijsmaken dat we de diverse soorten slachtvee tijdens hun leven waardig behandelen. Dat is namelijk niet zo, alle beleidsnota’s, evaluatierapporten, PR-verhalen en Brusselse eisen ten spijt.

Zolang het houden van vleeskoeien en schapen er op gericht is om zo snel mogelijk en tegen zo laag mogelijke kosten een zo groot mogelijk klomp vlees te genereren, is er geen sprake van dierenwelzijn. De dieren worden volgestouwd met antibiotica, hormonen en krachtvoer. Mestkoeien en -kalveren brengen het grootste deel van hun leven door in nauwe hokken en krijgen weinig tot geen lichaamsbeweging. Stilstand zorgt voor immers meer kilo’s vlees. Doordachte bedrijfseconomische principes.

Je zou het ook gewoon dierenmishandeling kunnen noemen.

Aan het eind van hun veelal korte leven worden de dieren op niet al te vriendelijke wijze in vrachtwagens gedreven, staan daar in grote stress opeengepakt en leggen meestal lange afstanden af naar de slachterij. Elke lading slachtvee kent geaccepteerde percentages “uitval”; tijdens het transport in de knel gekomen, verminkte, vertrapte of gestikte dieren. Ingecalculeerde en onvermijdelijke verliezen zeggen politici en de bio-industrie.

Je zou het ook gewoon dierenmishandeling kunnen noemen.

Het doden van dieren voor de slacht is het eindpunt van het traject. Het vee wordt uit de vrachtwagens gejaagd met geschreeuw, stokslagen en stroomstoten. En het pad ingedreven dat leidt naar de plaats van executie. De dieren komen daar aan in een toestand van extreme stress en krijgen vervolgens de pin of kogel in de kop geschoten die hun leven beëindigt. Een efficiënte slachtmethode zegt de bio-industrie.

Je zou het ook gewoon dierenmishandeling kunnen noemen.

De conclusie is wat mij betreft dat we dieren van wie we het vlees uiteindelijk willen eten in het algemeen niet netjes en niet waardig behandelen. Sterker nog: onnodig wreed en onnodig stressbevorderend. Laten we dat nu eerst eens met elkaar erkennen. De bio-industrie is wat-ie is: een industrie die producten voortbrengt. Alle initiatieven in het kader van biologisch vlees en scharrelvee ten spijt. Deze bereiken nog steeds maar een klein marktaandeel.

We beschouwen deze dieren als producten en als machines die je kunt kalibreren, inregelen en finetunen. We beschouwen ze als voedsel dat vooral niks mag kosten, want dat zijn we zo gewend. In de schappen van de supermarkt willen we immers de kiloknallers blijven vinden.

Structureel lak
In deze setting van decennialang structureel lak hebben aan dierenwelzijn valt er opeens een mogelijk verbod op onverdoofd slachten uit de lucht. Om onze schuldgevoelens af te kopen over de – ik zou haast zeggen – onmenselijke behandeling van vee. Daarmee moet dus worden aangetoond dat we in Nederland wel degelijk het welzijn van slachtvee op het oog hebben. Wat een misvatting. Wat een excuuspolitiek. Wat een onterechte politieke overconcentratie op het korte moment van het doden van het vee.

Op deze wijze hoeven we geen heilige huisjes te slechten en het werkelijke probleem aan te kaarten. Dat probleem is de stelselmatige, desinteresse van de gemiddelde politicus en burger in een leefbaar leven voor de dieren die we consumeren. Dat probleem is ook het niet durven aanpakken van de bio-industrie uit macro-economische overwegingen.

Dat gegeven stemt me droef. En die bittere omstandigheid vergoelijken we niet met een verbod op onverdoofd slachten. Zeker niet als we de discussie daarover ook nog eens in termen van mogelijke aantasting van de godsdienstvrijheid gaan voeren. Zo komen we er niet uit. Politiek moet meer inhouden dan symbolisme.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden