ColumnSylvia Witteman

Een tijdreis met Heer Bommel

Ik had mazzel: ik kreeg afgelopen week deel 1 én 2 te zien van Back to the Future. Mijn jongste zoon, voor wie de jaren tachtig een soort middeleeuwen zijn, vond deel 1 (1985) zó leuk dat hij meteen ook naar deel 2 wilde kijken. Dat is een groot compliment voor een film waarin de toekomst wordt voorspeld van vijf jaar geleden: Back to the Future speelt zich deels af in het jaar 2015, waarvan we indertijd voor zoete koek slikten dat auto’s en skateboards zouden kunnen vliegen, dat onze kleren zich automatisch zouden aanpassen aan onze lichaamsvormen en dat onze schoenveters zichzelf zouden strikken. (Nike heeft later trouwens inderdaad ooit zoiets ontworpen, maar dat sloeg blijkbaar niet aan.)

Soms zat Spielberg er niet ver naast: we hebben nu inderdaad computers met voice control (er staat hier een dingetje op de piano dat de lichten aan en uit doet als ik dat zeg), drones met camera’s bestaan ook, net als mobiele pinautomaatjes en handzame digitale camera’s; ook is de totale overheersing van de VS door een gewetenloze machtswellusteling allerminst een fantasie gebleken.

Dat we internet zouden krijgen (datzelfde internet dat Trump aan de macht gebracht heeft, maar kom op, er staat heel wat tegenover), daarvan had Spielberg dan weer geen idee.

Maar ach, we hadden Michael J. Fox, 1 meter 63 pure, dappere schattigheid. Hij deed me indertijd aan Heer Bommels Tom Poes denken, en dat doet hij nu nog steeds. Sowieso dwaalden, tijdens het kijken naar de film, mijn gedachten telkens even af naar een van de beste strips van Marten Toonder: De Bommellegende, uit 1960.

Ook daarin is sprake van tijdreizen, inclusief allerlei ingewikkelde, einsteiniaanse versnellingen en vertragingen. Professor Sickbock (in wie de oplettende lezertjes met terugwerkende kracht moeiteloos Doc Brown zullen herkennen) heeft voor zijn tijdreis-experimenten Heer Bommel als proefpersoon ingezet, die daardoor zoals gebruikelijk in allerlei heikele situaties belandt.

Onder andere komt hij zichzelf tegen, ook een motief dat we terugzien in Back to the Future: ‘Heer Ollie staarde lange tijd zwijgend naar de eigenaardig gevormde druipsteen. ‘Vreemd’, mompelde hij ten slotte. ‘Als je goed kijkt, lijkt het op iemand, zie je wel? Een gezet iemand met een jas aan. Een akelig ding, jonge vriend. Het drukt me, als je begrijpt wat ik bedoel!’ Tom Poes is uiteraard weer degene die begrijpt hoe alles in elkaar zit, en op het nippertje het geslacht Bommel behoedt voor ‘uitsterven onder droevige omstandigheden’. Sickbock: ‘Ei, ei, ge zijt een slim ventje’.

Ik herlas De Bommellegende en vond hem weer even beklemmend als vroeger. Dat laatste vooral omdat ik dat sinistere raadsel nog steeds niet kon oplossen: wie heeft dat reddende briefje geschreven?

Toen ik hem uit had moest ik aan Vasalis’ beroemde gedicht ‘Tijd’ (1940) denken: ‘Ik droomde dat ik langzaam leefde.../ langzamer dan de oudste steen./ Het was verschrikkelijk: om mij heen/ schoot alles op, schokte of beefde,/ wat stil lijkt. ’k zag waarmee/ de bomen zich uit de aarde wrongen/ terwijl ze hees en hortend zongen’.

Rudy Kousbroek vond dat het gedicht niet klopte: de ‘ik’ leeft niet langzaam, maar juist heel snel. Daar zit zeker iets in. Aad Nuis (‘Aap Muis’), op zijn beurt, verdedigde Vasalis’ keuze naar analogie van een eendagsvlieg. Nou ja, het hield ze van de straat.

Huiswerk voor volgende week: Kijk naar Back to the Future, en lees daarna De Bommellegende en het gedicht ‘Tijd’. Leg uit waarom Kousbroek (on)gelijk had en beredeneer wie Heer Bommels reddende briefje heeft geschreven. Veel plezier!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden