Opinie

'Een tatoeage is geen middelvinger maar een uiting van liefde'

Met een tattoo zet je jezelf buitenspel, schreef Renée Braams afgelopen zondag in een opiniebijdrage op de site van de Volkskrant. 'Klinkklare onzin!', vinden veel mensen. Lees hier de vier scherpste reacties op het artikel van Braams.

Beeld afp

Renée Braams schrijft zichzelf iedere regel een stapje verder richting de uitgang van de samenleving, vindt Bram Langenberg.

'Het klopt. Veruit de meeste tatoeages die je op straat ziet zijn niet om aan te zien. Het klopt dat er lelijkerds zichzelf buiten vele beroepen laten graveren. Het klopt ook dat een tatoeage in beginsel een blijvende verminking aan het lichaam is. En daarmee zijn alle correcte zinnen uit het betoog van Renée op een rijtje gezet.

Om met de eerste te beginnen: de meeste dagelijks zichtbare tatoeages zijn te lelijk om aan te kijken. Dat geldt ook voor de meeste popmuziek. Evenzo voor de meeste reclameborden. De meeste gebouwen kunnen er ook wat van. En laten we heel eerlijk zijn: de meeste mensen wekken bij mij geen erectie op. Sterker nog: het grootste deel van wat de mensheid voortbrengt is lelijk. Schoonheid is namelijk niet voor niets uniek: er is weinig van en alle economische wetten volgende maakt dat schoonheid waardevol. Bach onderscheidt zich van Jan Smit omdat er unieke schoonheid in zit. En ook daarin is niets zo subjectief als de beschrijving van schoonheid (getuige de massale opkomst bij optredens van diezelfde Jan Smit die bewijzen dat, mijn muzikale voorkeur ten spijt, heel veel mensen van Jan Smit kunnen genieten).

Ten tweede zijn er inderdaad mensen die zichzelf in hals, nek en nieren laten tatoeëren. En dat is hun goed recht. Er zijn ook mensen die zich beter niet in een voetbalstadion van de tegenstander kunnen vertonen omdat zij zich hullen in de kleuren van hun favoriete club. Er zijn mensen die ik door hun truttige manier van praten mijns inziens niets te zoeken hebben op een festival waar creativiteit en vrijheid een tijdelijk maximum bereiken. Er zijn mensen die zich door hun onbeholpen manier van spreken en gebaren ook niets te zoeken hebben op een bijeenkomst van het kabinet.

En een verminking van het lichaam is al eeuwen een algemeen en breed geaccepteerd verschijnsel in werkelijk alle lagen van de samenleving. Ik durf er donder op te zeggen dat u een schattige bruid in een sprookjeshuwelijk (bijvoorbeeld een van het koninklijk huis) niet compleet vindt zonder oorbellen in haar oren. En oorbellen worden doorgaans opgehangen. Aan gaten in het menselijk lichaam. Piercings noemen wij dat. Die worden, voor uw overzicht, gezet in dezelfde ruimte met dezelfde technieken die tatoeages voortbrengen. Deze technieken (naalden genoemd) redden overigens iedere dag tienduizenden levens van mensen die zich hebben laten vaccineren tegen allerhande ziektes.

En ja, men kan ook plaktattoo's nemen. Men kan ook bij Van der Valk eten als men iets te vieren heeft. Je kunt er ook voor kiezen om (als je er de financiële ruimte voor hebt) bij een sterrenrestaurant te eten. Je kunt er ook voor kiezen om een belangrijke gebeurtenis als een doop te voltrekken in een bushokje met regenwater. U zult het met mij eens zijn dat de grotemensen-variant de voorkeur heeft. Tenminste: als u en ik er überhaupt al wat over te durven zeggen, en dat heeft te maken met opvoeding. Er lukraak wat over roeptoeteren geeft mij het idee: ik heb lak aan alles en iedereen.

Terugkijkend op dit betoog durf ik zelfs te stellen dat ál uw argumenten kant noch wal raken. In dat licht vind ik het aanmatigend om uw betoog over lichaamsversieringen, die u wellicht niet mooi vindt, te koppelen aan een moeilijk te begrijpen verhaal over allerhande vmbo-scholieren die de keuze hebben om zichzelf een weg omhoog te knokken. Alsof een mbo'er een lagere status in de samenleving zou behoren te genieten.

U stelt dat getatoeëerde zich buiten de samenleving plaatsen. Met uw houding, toon en taal stel ik dat ú zich daar schuldig aan maakt.

Bram Langenberg heeft een ex met tatoeages en piercings, vrienden met tatoeages en piercings en bestaat zelf louter uit vlees en bloed zonder staal en inkt.

Beeld epa

Wat daadwerkelijk van binnen zit, is soms moeilijk te zien aan de buitenkant, schrijft Johanneke Wester in een open brief aan Braams. 'De grootste criminelen lopen immers in pak, is mij altijd geleerd.'

Geachte Mevrouw Braams,


'Er moet mij iets van het hart, iets wat ik niet meer voor mij kan houden na het lezen van uw column. Al zit u vast niet te wachten op de reactie van zo'n rasechte proleet, daar ben ik mij van bewust. Zou ik mij iets moeten aantrekken van de mening van een voor mij onbekend iemand, misschien niet, maar toch doet het mij iets want deze column gaat in zekere zin over mij.

Ik weet niet hoe oud u bent, waar u bent opgegroeid, wat u heeft meegemaakt. Kortom: uw referentiekader is mij geheel onbekend. Wie ben ik om over u te oordelen. Wat ik wel weet is wie ik ben, een vrouw van 28, opgegroeid op het Friese platteland.

Ik heb het nooit slecht gehad, ik heb muziekles gehad, ik heb op paardrijden gezeten, mijn kleren waren nooit kapot. We hadden een auto, een grote tuin om in te spelen. Ik ben opgegroeid in de welvaart van de jaren negentig in een heel gewoon Nederlands gezin.

Ook heb ik mijn portie tegenslagen gehad, ben ik teleurgesteld, heb ik diepe dalen gezien om er vervolgens weer uit te klimmen. Ondanks dit streef ik ernaar goed te doen. Want wie goed doet, goed ontmoet, je oogst wat je zaait en zo zijn er meer van die uitspraken. Ik heb in de zorg gewerkt, u weet wel met van die ongewenste mensen, weggestopt in grijze hokjes omdat ze niet voldoen aan het ideaalbeeld.

Ik heb hard gewerkt, billen geveegd, besmeurde muren geschrobd, volwassen mannen gewassen en gevoerd. Ik heb in dit werk klappen gehad en liefde gevoeld. Maar het viel mij zwaar.

Nu ben ik bezig met mijn Bachelor Engels, ik word docent. Ik wil de jeugd, onze toekomst onderwijzen. Ik weet dat ik hier nooit rijk mee zal worden, dat is niet erg want van binnen voel ik me rijk. Maar blijkbaar ben ik asociaal, een proleet, van een bepaald slag volk. Ik heb tattoos, een heleboel, van onder tot boven. Wat moet ik een verschrikkelijk mens zijn. Wat zal ik een lak aan de maatschappij moeten hebben om er zo bij te lopen.

Waarom ik die tattoos heb gaat u niks aan Mevrouw Braams. Ik ken u namelijk niet en u mij niet. Ik hoef mij niet te verantwoorden tegenover u. Wat ik me wel afvraag: wat maakt u zoveel beter, wat geeft u het recht om te oordelen en te veroordelen, en wat heeft u voor de maatschappij/ de samenleving gedaan? Ik vind het spijtig voor u dat u zo in het leven staat. Wat moet het donker zijn met die oogkleppen op en wat moet uw wereld klein zijn als het zicht zo kort is.

Maar ook: wat moet het leven zorgeloos zijn wanneer het exterieur van uw medemens schijnbaar zo'n grote zorg is dat er een column aan gewijd moet worden.

Persoonlijk maak ik mij meer zorgen over al die ellende die ik om me heen zie, ellende die allang niet meer ver van ons bed is maar overal om ons heen waarneembaar is.

Ik omring mij het liefst met mooie, kleurrijke, warme positieve mensen. Mensen die mij verrijken ongeacht hun afkomst, geslacht, seksuele voorkeur of uiterlijk. En als ik uw column zo lees ben ik blij dat u zo over mij denkt en dat uit op deze manier, want op die manier wordt het voor mij een stuk makkelijker het kaf van het koren te scheiden.

Want wat daadwerkelijk van binnen zit is soms moeilijk te zien aan de buitenkant en de grootste criminelen lopen immers in pak is mij altijd geleerd.

Mevrouw Braams, ik groet u met een warme gemeende glimlach en wens u niks anders dan al het beste.

Hoogachtend,
Johanneke Wester

Beeld bruno
Beeld epa

Een tatoeage is voor mij geen middelvinger maar een uiting van liefde, schrijft Eva Schram.

Als ik naar m'n rechterpols kijk, denk ik aan mijn broers en zus. En aan een vriendin uit Amerika, die ik maar eens in de zoveel jaar zie. Als ik naar mijn linkerarm kijk, denk ik aan al mijn studievrienden die ik in zes jaar heb leren kennen. Sommigen van hen zie ik nog, anderen niet. Maar ze hebben allemaal -broers, zus, vrienden- een belangrijke rol gespeeld bij mijn persoonlijke ontwikkeling. Zonder hen was ik niet geweest wie ik nu ben. Een maatschappelijk geëngageerd persoon. Betrokken bij de wereld. En ervan overtuigd dat we als we allemaal iets beter ons best doen, we samen de wereld een klein beetje beter zouden kunnen maken.

Maar als Renée Braams naar mijn rechterpols en linkerarm zou kijken, zou ze me veroordelen als maatschappij-verachtende rebel die zichzelf buiten spel zet. Ik heb op die plekken namelijk twee tatoeages, en daarmee schaar ik mezelf kennelijk 'in de categorie van verliezers'. Met mijn tattoos steek ik blijkbaar een middelvinger op de naar de maatschappij.

Ik wist niet dat ze nog bestonden, mensen die een ander veroordelen op wat ze in één oogopslag zien. Zonder rekening te houden met wat zo'n persoon heeft meegemaakt, denkt of voelt. Zonder er zelfs maar naar te vragen. Als Renée Braams en ik naast elkaar in de bus zouden zitten, zou zij volgens zichzelf de betere persoon zijn. Omdat wat, zij meer zou geven om anderen? Ondertussen ben ik degene die nog nooit een wildvreemde in een openbare gelegenheid aan het huilen heeft gemaakt door te wijzen en te veroordelen. Hoe kortzichtig en vooringenomen kan een mens zijn?

Laat ik één ding rechtzetten voor mevrouw Braams en alle anderen die qua wereldbeeld nog in de jaren vijftig leven: een tatoeage is voor mij - en alle anderen die ik ken met een tattoo - geen middelvinger maar een uiting van liefde. En ik leid een heel prettig leven. Met een goede baan, een leuk huis en fantastische vrienden en familie. Ik behoor tot de categorie winnaars. Ondanks mijn tattoos.

Eva Schram is journalist en werkt voor OneWorld.

Beeld epa

Het wordt hoog tijd dat er iemand opstaat en zegt: nou is het klaar, afgelopen en uit. We gaan elkaar fijn in onze waarde laten, schrijft Thijs te Riele.

Ik lees graag columns. Meestal scroll ik dan ook door de reacties van lezers. Vaak ontstaat er bij het lezen van de column, reactie of opinie een vage glimlach om mijn mond. Mooi om te zien dat we in een vrij land leven waarbij iedereen mag zeggen en vinden wat hij of zij wil. Vaak ook zit ik terwijl ik aan het lezen ben met mijn hoofd te schudden. Vooral als mensen menen dat ze namens de maatschappij spreken, of dat ze iets opschrijven alsof het de algemeen heersende opinie is.

Het stuk van Renée Braams bracht beide in mij naar boven, het begon glimlachend en gaandeweg nam het hoofdschudden het over.
Voor degenen die het stuk niet gelezen hebben zal ik het in het kort samenvatten. De beste mevrouw snapt niet waarom mensen hun lichaam verminken met een plaatje. Zij wil niet geholpen worden door een opticien die een tatoeage heeft. Tot dusver brengt dit een glimlach om mijn mond. Mevrouw verkondigt haar mening en daar heeft zij alle recht op. Dat ik deze mening niet deel ben ik blij om.

Zij eindigt het stuk met het feit dat mensen met een tatoeage zichzelf buiten de maatschappij plaatsen, want met een tatoeage lukt het namelijk nooit om succesvol te zijn in de maatschappij. Dit is waar het hoofdschudden bij mij begon.

Deze bekrompenheid hadden we toch in de jaren vijftig al achter ons gelaten? Ik raad mevrouw aan om eens te vragen naar de verhalen die vaak achter een tatoeage schuilgaan. Een herinnering aan een dierbare, die men altijd met zich mee wil dragen. Een ondersteuning in moeilijke tijden en ja echt, veel omdat ze gewoon mooi zijn. De twee procent daargelaten die om verkeerde redenen tattoos laat zetten.

De reden waarom hier het hoofdschudden begon is omdat mevrouw dit niet langer als haar mening verkondigde, maar als een op zichzelf staand feit. Ze schreef alsof zij de mening verkondigde van de maatschappij. Deze arrogantie zien we steeds vaker terug in meningen, opinies en reacties. Ik vind 'A', daarom is 'A' de waarheid en zal de meerderheid van onze samenleving dat ook vinden! Het grote probleem van tegenwoordig is dat deze meningen klakkeloos en zonder weerwoord op internet te spuien zijn en men hiermee direct een groot publiek kan bereiken.

Je ziet ook steeds vaker dat de mening van degene die het hardste roept, de mening is waar men het meeste rekening mee moet houden.

Nu zal dat met het stukje van mevrouw Braams wel meevallen, aangezien het merendeel van de getatoeëerden onder ons dit glimlachend van zich afschudden. De meesten hebben sowieso al wel een brede rug. Maar een goed voorbeeld is de Zwarte Piet-discussie.

Hierin zie je dat een kleine groep, die zichzelf graag hoort praten, roept: 'discriminatie'. En aangezien dit woord alleen al een mooi stukje sensatie opwekt, wordt dit breed uitgemeten in de media. Nou wil ik mijzelf graag buiten deze discussie houden maar het is wel een uitstekend voorbeeld hoe makkelijk men een podium krijgt en hoe gewillig de politiek hierop inspringt.

Het wordt hoog tijd dat er iemand opstaat en zegt: nou is het klaar, afgelopen en uit. We gaan elkaar fijn in onze waarde laten. We gaan niet meer over de rug van een ander aandacht trekken.

Sommige mensen moet je laten roepen, vervolgens je schouders ophalen en gewoon fijn doorgaan met normaal doen.

Thijs te Riele

Beeld afp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden