ColumnEva Hoeke

Een staafje op tafel, twee blikken van verbijstering: tóch nog!

Beeld Aisha Zeijpveld

Ik keek naar mijn weerspiegeling, naar het restje mascara in mijn ooghoek, mijn haar in een staart en dacht: nu heb je dat ook meegemaakt.

We hadden goed nieuws gekregen.

In het voorjaar, we zaten in de tuin, een staafje op tafel, twee blikken van verbijstering. Tóch nog! Een speldenknop weliswaar, een maanzaadje nog maar, maar niettemin, een graankorrel in vruchtbare aarde. En terwijl de zon onderging zaten wij daar, als koning en koningin op onze tuinstoeltroon, met de gedachten naar voren en een zwerm zwaluwen die feestvierde boven onze hoofden. Pas later bedacht ik dat het vleermuizen moeten zijn geweest.

Na de overrompeling kwam bezinning, toen de pret, tussendoor de zorgen en daarna nam de natuur het over en ging alles geruisloos verder. Geruisloos ja, want zo leren we dat. Hou het nog maar even voor je, het kán nog fout gaan. Hoeveel voorbeelden kenden we wel niet, van zeer nabij. Zulke dromen, zulk verdriet. Koest houden dus, nu niet overmoedig worden.

Het maakte het fantaseren er niet minder om.

Ik verheugde me op onderzocht worden, op een koude dot gel op mijn buik en dan maar turen naar een scherm in onduidelijk zwart-wit. Kijk eens eventjes wie we daar hebben, mag ik jullie van harte feliciteren? Ik had zin om de zolder op te gaan, een inventarisatie te maken van de kleertjes, de schoentjes, de lakentjes met de geborduurde figuurtjes, zie je wel, toch goed dat ik alles bewaard had. Ik keek uit naar de behoedzaamheid van die eerste dagen, dat zachte knorren en wij ernaast, én maar kijken. Maar het meest van al verlangde ik naar later. In de verte zag ik gezelligheid, drukte, wasgoed, vakanties, gedoe op de achterbank, sproeten op schouders, zijn blik, mijn ogen, ik zag discussies aan de keukentafel met de aanhang erbij, vrolijke twist en onnozel gekibbel, make-up en diploma’s, ik zag rivieren, zeeën, oceanen, een legioen aan liefde.

Kleuren en smaken werden ondertussen dieper, soms ronduit slechter. Ja, daar keken ze thuis wel even van op, die keer dat ik ze direct na het avondeten de auto induwde om naar de Febo Drive te rijden, op een steenworp afstand van ons huis, ideaal gesitueerd op een bedrijventerrein, waarom had ik die parel niet eerder opgemerkt? Al op de terugweg begon ik aan de friet met mayo, met dikke klodders tegelijk ging het naar binnen, de Man en de Dochters ondertussen gelukzalig lurkend aan hun milkshakes naast me. Ik zag ze wel, de blikken van verstandhouding in de achteruitkijkspiegel. Mama is gek geworden, hoera. Maar niet ik maar de Kers – want dat was het inmiddels, een kers met het gewicht van een euromunt, ik las het op een website – díé bestelde maar raak. Drie Magnums hier, vijf boterhammen met pindakaas daar, alles ging erin, niets was te gek, en wanneer ik vermoeid in slaap viel, droomde ik over zwaluwen die vanuit het zwerk naar beneden keken, en iets anders zagen dan ik.

Later zal ik me vooral de douchescène herinneren, denk ik. Een voorbode in rood, stilzitten had geen zin. De Man die vlug op en neer fietste naar de drogist, ik onrustig als een dier. Ik dacht aan de vrouwen die me voor waren gegaan, hun verhalen, een mogelijkheid waarmee ik geen rekening had gehouden, niet echt, maar nu ze in felle kleuren tevoorschijn kwamen wist ik dat het mijn beurt was, en een dag later was er niet langer ruimte voor twijfel. Er kwam geen roffel meer uit de speakers, in het zwart-wit was niets meer te zien.

Dag kans, dag kers, dag kind.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden