Opinie

Een schrijver en man van zijn tijd: waarom het beeld van de 'foute Céline' wat nuance verdient

Louis-Ferdinand Célines antisemitische pamfletten zijn niet goed te praten, maar hij schreef ook magistrale literatuur.

Beeld Floor Rieder

In zijn beschouwing naar aanleiding van Céline, la race, le Juif - Légende littéraire et vérité historique van Annick Duraffour en Pierre-André Taguieff, stelt Martin de Haan (Sir Edmund, 27 januari) dat de schrijver Louis-Ferdinand Céline en de persoon Louis-Ferdinand Auguste Destouches (1894-1961) niet zo makkelijk van elkaar te scheiden zijn, omdat zowel de romans als de foute, antisemitische pamfletten 'aan dezelfde geest ontsproten' zijn. Louis-Ferdinand Céline maakt het zichzelf en ons natuurlijk ook niet makkelijk; hij heeft de pamfletten onder zijn schrijversnaam gepubliceerd, wat het misverstand alleen maar groter maakt. Toch zou ik een nuance willen aanbrengen in het beeld van de 'foute' Céline.

Voor zijn faux pas - het publiceren eind jaren dertig van zijn antisemitische en racistische ideeën - heeft Céline flink moeten boeten. Terwijl veel foute politici, omroepbazen en krantenmannen na de oorlog hun machtsposities weer innamen, verbleef Céline met zijn vrouw Lucette Almansor zes jaar (1945-1951) in ballingschap in Denemarken, waarvan 18 maanden in de gevangenis. Maar nog steeds stijgt uit de Franse literair-culturele kookpot de walm op van eeuwige vergelding die de geur van literaire roem ruimschoots overheerst. Als levend (zelf)verwijt van de Fransen, zo lijkt het.

De Jodenhaat en het racisme van Céline zijn onmiskenbaar en overduidelijk. Hij heeft het zwart op wit opgeschreven in zijn pamfletten en in talloze brieven in een roes van blinde haat. Hij schreef zijn anti-Joodse pamfletten in 1937 (Bagatelles pour un massacre - Bagatellen voor een massamoord) en 1938 (L'école des cadavres - School voor kadavers), toen er zich in Duitsland al duidelijke tekenen openbaarden van Jodenvervolging. Fragmenten eruit zijn vertaald in Van de ene dood naar de andere en in Céline, een briljante boef van Céline-kenner en vertaler van de 'Reis', Em. Kummer (1926-2016). Daar staat tegenover dat Céline zich nooit voor het karretje van een vereniging, beweging of partij heeft laten spannen en zich zeker niet door de Duitsers liet betalen, zoals Jean-Paul Sartre beweerde. Van landverraad, waarvoor hij is veroordeeld, was dus geen sprake.

In een brief van 5 oktober 1948 aan zijn 'maat' en schrijver Albert Paraz (1899-1957) schrijft Céline: 'Ik heb me aan niemand verkocht - vrouw van de wereld in hart en nieren, vreselijk deugdzaam en voornaam! Laat het ze gezegd zijn! En ze weten het! En vanwege deze deugdzaamheid, door deze deugdzaamheid willen ze graag dat ik crepeer. Ik ben een levend verwijt. Hoer, knecht, partijgenoot, verklikker van niemand - niet van het publiek, niet van de propaganda, niet van de bazen, niet van de Duivel!'

Zijn polemiek was het gevecht van één man, die zich het slachtoffer voelde van de 'klootzakken' op de wereld die de touwtjes in handen hebben. Onder anderen de Joden. Die hij soms ook bewonderde (vrienden van hem waren Joods). Maar eind jaren dertig en tijdens de bezetting tot zijn vlucht uit Frankrijk in juni 1944 was hij van mening dat die touwtjes hun uit handen genomen moesten worden om ze er vervolgens mee te wurgen. Half Frankrijk was antisemitisch. Niet voor niets vonden de pamfletten gretig aftrek onder de Franse lezers.

Hij waande zich ook het slachtoffer van de tijdgeest. Als individualist, nationalist en pacifist streed hij voor de Franse cultuur. Een raszuivere cultuur. Hij was niet alleen tegen de Joden, ook was hij tegen de Aziaten (het gele gevaar), de 'negers' (het zwarte gevaar), tegen roken, drank, de jazz en de bioscoop die hij beschouwde als bedreigingen van de Franse literatuur. Bovendien wilde hij de mensen waarschuwen tegen een Tweede Wereldoorlog. Als soldaat in de Eerste Wereldoorlog had hij zijn portie wel gehad. Vergeet niet dat Voyage au bout de la nuit (1932) behalve magistrale en vernieuwende literatuur, ook een anti-oorlogsroman is.

Zijn foute pamfletten zijn niet goed te praten. Maar Céline was een man van zijn tijd. In zijn totale oeuvre gaat het niet alleen over hem, maar vooral over de context, de meelopers, verraders, lafaards, hypocriete slappelingen, de nazi-kliek in de laatste fase van de oorlog in Baden-Baden en in Sigmaringen, waarvan Céline als 'arts' deel uitmaakte. Een literair-historische getuigenis als hét voorbeeld van de dystopische roman.

Zijn schrijverschap is vooral een aanklacht tegen de mensheid. Lees zijn Duitse trilogie: Van het ene slot naar het andere, Noord en Rigodon om een genuanceerd beeld te krijgen van Céline, en de anderen.

Nico Keuning is auteur van De laatste reis - De Deense jaren van Céline in ballingschap 1945-1951 (Aspekt, 2011).

Nico Keuning is neerlandicus en biograaf.

Nico Keuning.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden