COLUMNAleid Truijens

Een schoolbestuurder is geen ondernemer en geen werkgever. Hij loopt geen enkel risico

null Beeld

Vind je dat je te weinig verdient als docent? Kun je geen huis kopen of huren in de stad waar je lesgeeft? Heb je geen zin meer in onbetaald overwerk? Heb je er genoeg van om als sukkel van de werkvloer te worden beschouwd, een gehoorzame uitvoerder?

Word dan onderwijsbestuurder. Manoeuvreer je in zo’n vorstelijk baantje – veel slimme oud-docenten gingen je voor. Je verdient dan met gemak het vier- of vijfvoudige. Naast je bijbanen en commissariaten natuurlijk. Vorig jaar was er ook nog een coronabonus: 4.000 euro voor bestuurders in basis- en voortgezet onderwijs. Want oef, die hadden het zwaar. Zíj moesten toch maar zorgen dat hun docenten het fiksten, tijdens corona.

Er is al jarenlang protest tegen de exorbitant hoge ­salarissen van onderwijsbestuurders, van funderend onderwijs tot universiteit. Die salarissen vallen onder de Wet Normering Topinkomens (WNT), die het maximum in de publieke sector heeft vastgelegd op het salaris van een minister. In 2019 verdienden dertien onderwijsbestuurders meer dan het ministerssalaris, dat toen 194 duizend euro was (nu al 209 duizend). Dat heeft de Algemene ­Onderwijsbond uitgezocht – waarvoor hulde – en ook NRC Handelsblad ging erachteraan. Die dertien veelverdieners zaten in een overgangsregeling, of kregen een tonnetje bij vertrek. Het gaat om bestuurders van universiteiten, hogescholen en roc’s. Veel anderen, ook in het voortgezet onderwijs, zitten op of net onder de bovengrens. De salarissen stijgen mee met die van de ministers, waardoor de kloof met de docenten groeit.

Wie die twee ton wil verdienen in het onderwijs moet wel snel zijn. Want misschien o misschien verandert er iets aan die wantoestand. Douwe van der Zweep van de AOb zei gisteren in NRC Handelsblad: ‘Onderwijsbestuurders zouden onder dezelfde cao moeten vallen als hun personeel.’ Dat vindt hij niet alleen; er is een Kamermeerderheid voor. Die was er twee jaar geleden ook al; D66 steunde toen dat plan. Maar hun eigen minister Van Engelshoven zei dat het onmogelijk was, zoals Jet Bussemaker dat een paar jaar daarvoor had gezegd: zij, de minister, beslist niet over die salarissen, dat is aan de sector.

Het is een idioot, ongeloofwaardig antwoord: dat de overheid niet over de overheidssalarissen gaat. Dat de publieke ondernemer zélf wel onderhandelt over wat hem toekomt. Want zo gaat dat in bedrijven.

Maar de publieke ondernemer ís geen ondernemer. Hij heeft geen bedrijf en geen aandeelhouders. Hij wordt nauwelijks afgerekend op kwaliteit. De klandizie stroomt vanzelf toe. Het bedrijfskapitaal is geld van de belastingbetaler, hij loopt geen enkel risico. De onderwijsbestuurder is evenmin een werkgever. Dat is de minister. Als het ministerie zichzelf als werkgever buitenspel heeft gezet en de ­Kamer de minister niet op besteding van publiek geld kan aanspreken, is er iets grondig mis. Die toestand, die maakt dat veel geld bedoeld voor onderwijs niet naar het onderwijs gaat, moet onmiddellijk veranderen.

Is er nu ‘momentum’, tijdens de onderhandelingen voor het nieuwe kabinet? Kan een Kamermeerderheid een D66-onderwijsminister eindelijk deze potsierlijke weeffout laten herstellen? Ik hoop het. Maar ik las bij ScienceGuide dat ambtenaren van Economische Zaken aanraden om méér digitalisering in het onderwijs tot inzet van de formatie te maken. Om de werkdruk te verlagen en het ­lerarentekort te bestrijden. Want ja, dat ging lekker hè, de afgelopen coronatijd, dat digitale onderwijs? Leerlingen en studenten knapten er echt van op, docenten hadden enorm veel plezier in hun werk en de resultaten waren fantastisch. Zo’n stompzinnig advies slaat elke hoop de ­bodem in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden