ColumnStephan Sanders

Een samenleving die de privileges uitdeelt op basis van leeftijd zal ook andere grenzen overschrijden

Het zal met de mondkapjes gaan als met de kale koppen. Ze zullen in een paar weken opzienbarend toenemen in het openbare leven, niet vanwege medische of esthetische argumenten, maar omdat het sociale stigma ervanaf gaat. De verontrustende werking.

Nu is het nog vaak zo dat mensen die een mondkapje dragen tijdens het boodschappen doen, gezien worden als de zieken-in spe, met wie je extra moet oppassen. Maar binnenkort komt er een kantelpunt, en zijn de niet-dragers de onverantwoordelijken.

Ik stel dit alles zonder enig enthousiasme vast.

In ieder geval kan ik u iets vertellen over een kaal hoofd, want dat is het mijne alweer jaren. Lang geleden, in de punk/newwave-tijd, toen er nog geen haar-technische reden was de tondeuse erover heen te halen, besloot ik op een dag kaalhoofds door het leven te gaan. Ik had mijn tijd mee, want in de jaren vijftig en zestig stond zo’n kaal hoofd uitsluitend voor ziekte en gekte. Die mensen hadden een ingrijpende hersen­operatie ondergaan, chemokuren, electroshocktherapie, of kwamen regelrecht uit het vreemdelingen­legioen. Niet pluis.

Maar vanaf de jaren tachtig en daarna kreeg het wel iets ruigs, zo’n kale kop. Ik ben, achteraf gezien, mijn hele leven meegesurfd op de vloedgolven van de samenleving: werd homo toen homo-zijn steeds beter viel, en een politieke geste werd die in toenemende mate waardering opriep. En toen, weer behoorlijk later, mijn haar begon uit te vallen, was het al veel sneuer geworden met zo’n iel harenkransje rond te lopen dan het grote gebaar te maken: alles eraf, tot op de millimeter.

Er zijn nu mensen die zelfs speciaal naar een kaal hoofd zoeken als zij op seksuele speurtocht gaan. De nood werd niet zozeer een deugd, alswel een acceptabele, niet-verontrustende verschijning, waar zelfs een vleugje moed omheen zwerft. Niet piepen, een radicale keuze.

Die mondkapjes vind ik alles­behalve sexy, al was het maar omdat mensen hun gezichtsuitdrukking verliezen. Maar je zal zien, het went, en je zal zien: er komen ­pornosites met mondkapjes -of zijn die er al?

Het aanpassingsvermogen van de mens is adembenemend en tegelijkertijd afstotelijk. Is er dan geen grens die wij niet wensen over te steken? Wat is dit voor een verraad aan onze eerdere smaak, aan ideeën en principes?

Ik vrees dat de komende maanden de apartheidssamenleving in opmars is. Strenge scheiding van zieken en gezonden – alsof die scheiding absoluut zou zijn. Scherpe grenzen tussen leeftijden: boven de 70 is af, en al wat onder de 40 is doet mee. Leuke loungebars met een leeftijdsmaximum. Lekker onder elkaar met al die anderen die niet tot het ‘dorre hout’ behoren.

Pragmatisch zijn al die keuzen te verdedigen, het is winst als een deel van de mensen nog wat lol kan maken en er zoiets als een sociaal leven op nahoudt. Waarom zou je het verlies democratiseren?

Omdat het verlies groter zal zijn. Ik wist mij nooit goed raad met een begrip als ‘solidariteit’, omdat er te veel socialisme aan kleeft, en gelijkschakeling en uitzonderingen die meteen stakingsbrekers zijn. Solidariteit en emotionele chantage gaan zo vaak hand in hand. Maar het ouderwetse woord lotsverbondenheid krijg ik zonder bibberen uit mijn mond.

Een samenleving die de privileges uitdeelt op basis van leeftijd is een samenleving die ook andere grenzen zal overschrijden. Waarom de jongen en gezonden niet bij elkaar in één woonblok? Waarom geen reservaten voor de risicogroepen, en hele nette, bosrijke omgevingen voor de zwakken en zieken?

En het zal wennen – dat is nog wel het meest verontrustende.

Wie zich op straat begeeft, botst ontegenzeggelijk tegen een andere Dikke Ik. We zijn in zo’n twee maanden tijd in omvang gegroeid met anderhalve meter. De ruimte is niet meegegroeid, dus we bewegen ons als het ware in een onderzeeboot, veel mensen in een nog steeds beperkte ruimte.

Is optimisme nu een morele plicht, zoals de filosoof Karl Popper begin jaren negentig beweerde? Moet je nu juist ‘hoopvol’ zijn, zoals drie ‘rasoptimisten’ in de Volkskrant verklaarden?

Mij is dat te hoog gegrepen. Vriendelijkheid en voorkomendheid in het openbaar, dat is een plicht.

Bemanningen van onderzeeërs moeten ‘bovenmatig sociaal zijn’, lees ik.

Zie daar het programma voor een leven dat half onder water staat. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden