Column Joost Zaat

Een rustig spoedkwartiertje is zinnige zorg

Nog een paar jaar en dan is ze honderd. Ze is patiënt bij een van mijn collega’s, die vrij is. Opeens is ze duizelig en heel erg benauwd. Ze heeft de buurvrouw gebeld en die belt ons. Een spoedvisite op vrijdagmiddag is een logistieke uitdaging. ‘Je moet echt nu gaan, ze valt steeds weg’, commandeert mijn assistente. Ik ben net aan mijn middagspreekuur begonnen, stuur de eerste patiënt die net zijn verhaal aan het vertellen is weg en prop de spoedtas, zuurstoffles en mijn eigen dokterstas in mijn auto. Bijna altijd ben ik met de fiets en dan kan ik dat allemaal niet meenemen. Ik mis die spullen ook nooit. Op de uitdraai, die de assistente in mijn hand stopt, zie ik dat ze eerder over haar levenseinde heeft gesproken. Waarover precies zie ik zo snel niet, maar het is fijn om te weten.

Even later sjouw ik alles naar eenhoog. Ze is stikbenauwd en ademt zwaar. Ik vind met al mijn metertjes geen duidelijke oorzaak. Het kan haar stokoude hart zijn, maar ook een longembolie. Daaraan is op hoge leeftijd nog wel iets te doen. Helemaal zinloos is een opname dus niet. Als ik een protocollendokter was, zou ik de ambulance bellen, maar ik ga maar rustig zitten op een tafeltje tegenover haar. De volle wachtkamer is ver weg. ‘U wilde niet meer naar het ziekenhuis, denk ik.’ Ze begint zachtjes te huilen, vol verdriet omdat er de laatste tijd erg nare dingen zijn gebeurd. Vandaag heeft ze daar veel over nagedacht. Ze wordt rustiger, minder benauwd. Dat sluit niet uit dat ze iets levensbedreigends heeft. ‘Als ik u thuis laat, met de buurvrouw erbij, zou dat niet het best zijn? Die kan onze spoedlijn bellen als het niet gaat. Straks kom ik nog een keer.’ Ik vlieg terug en doe het gebruikelijke chaotische vrijdagmiddagspreekuur.

Als ik haar om half zes opnieuw zie, is ze minder benauwd. Nog steeds is dat geen enkele garantie. Toch zijn we allebei opgelucht dat ze niet in het ziekenhuis is beland. Was ze niet ’s middags maar ’s avonds benauwd geworden, dan was ze volgens het protocol van de huisartsenpost waarschijnlijk in een ambulance terecht gekomen. Na uren op de SEH was ze misschien ter observatie opgenomen. Vast met goede bedoelingen en liefdevolle zorg, maar toch verkeerd. Maandag zie ik dat de huisartsenpost niet is geweest. ‘Goed dokteren’ is vooral ruim de tijd nemen, ook al is het stervensdruk. Dokters doen met hun protocollen, vliegende haast en rooskleurige informatie vaak te veel. De ophef vorige week over het voorstel van een Tweede Kamerlid om beter na te denken over effecten van medisch handelen bij ouderen begrijp ik helemaal niet. Alsof ouderen opeens over de kling gejaagd worden, als we onzinnige zorg vermijden. Over wat maatzorg is, moet iedereen meedenken, juist politici.

Achteraf was mijn spoedvisite het rustigste en ontroerendste stukje van de vrijdagmiddag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.