Opinie

Een referendum is een democratisch onding

Laten we er bij de verkiezingen voor zorgen dat het bindend referendum geen tweederde meerderheid in het parlement haalt.

Tegenstanders van het associatieverdrag met Oekraïne op de Dam in Amsterdam, 3 april. Beeld Julius Schrank

Het referendum over Oekraïne moet een keerpunt worden in de oprukkende referenda-manie. De Nederlandse kiezer is altijd voorgehouden dat een meerderheid referenda wil als een goede aanvulling op onze vertegenwoordigende democratie.

Maar bij het Oekraïne-referendum bleef bijna 70 procent van de kiezers weg. Een kleine peiling in mijn directe omgeving leerde dat er nogal wat bewuste wegblijvers waren die ervoor pasten opgetrommeld te worden voor een volksraadpleging. Ze zagen er het nut niet van, begrepen het niet of keerden zich met regelrechte weerzin af van de initiatiefnemers met hun populistische argumenten.

Groeiende kloof tussen burger en politiek bestuur

Meer dan tweederde van de kiezers had geen zin mee te doen, velen beschouwden het als een farce. Tweederde van de deelnemers stemde tegen. Zo kon het dat uiteindelijk 20 procent van het electoraat zijn wil oplegde.

De manie rond referenda begon in Nederland eind jaren tachtig, begin jaren negentig. De gedachte was dat een volksraadpleging een versteviging zou betekenen van onze representatieve democratie, het zou de groeiende kloof tussen burger en politiek bestuur dichten en complexe problemen uit hun verstikkende partijpolitieke context halen.

Maar het referendum heeft niets van die beloftes waargemaakt. Integendeel, zoals het Spaanse dagblad El País vorige week terecht opmerkte in een hoofdcommentaar. Het referendum is verworden tot een instrument van populisten dat ons stelsel van representatieve democratie verder in diskrediet brengt. Zoals vaker met referenda over Europese zaken ging het referendum uiteindelijk helemaal niet om de vraag die werd gesteld en kun je je met rede afvragen of de kiezers de consequenties van hun stem kunnen overzien.

Kille praktijk

Het onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau laat niet voor niets zien dat het grootste enthousiasme voor referenda nu valt te bespeuren onder de aanhang van de SP en de PVV, waar de aandrang om de heren politici in Brussel en Den Haag eens mores te leren het grootste is, ongeacht de gevolgen.

Directe volksdemocratie, wie kan daar nu tegen zijn? Politici kregen er lang de handen voor op elkaar. Dat was overigens van meet af aan in schril contrast met de kille praktijk van de volkswil die hier gerespecteerd zou gaan worden. Neem in 1992 in Amsterdam het referendum over een 'autoluwe binnenstad'. Onduidelijke vraag, lage opkomst, onmogelijke uitslag.

Er kwam uiteindelijk niets terecht van de autoluwe binnenstad die een krappe meerderheid wilde. Burgemeester Ed van Thijn noemde het niettemin na afloop van de stemming een succes, maar keek erbij als een konijn in de koplampen van een aanstormende auto - dezelfde blik zagen we vorige week in de ogen van Alexander Pechtold.

In 2005 stemde Nederland in een referendum tegen de 'Europese Grondwet'. Ook die uitslag werd maar matigjes gerespecteerd: twee jaar later werd de zaak in het nieuwe jasje van het verdrag van Lissabon alsnog aangenomen, dit keer overigens zonder noemenswaardige weerstand van de volkswil. Goede kans dat de uitslag van het laatste referendum eenzelfde lot staat te wachten.

Instrument voor populisten

Referenda blijken in praktijk democratische ondingen, bij uitstek een instrument voor populisten, met veel praktische bezwaren en een twijfelachtig resultaat. Reden genoeg om er ernstige vraagtekens bij te zetten. Gezien de lage opkomst van vorige week lijkt dat besef nu ook doorgedrongen bij een bredere groep van het electoraat, die tot dusver juist enthousiast was voor de volksraadpleging.

Er ligt nu een initiatiefwetsvoorstel van Fokke (PvdA), Voortman (GroenLinks) en Schouw (D66) te wachten in de Eerste Kamer voor een correctief referendum met een bindend karakter. Dat zou na de parlementsverkiezingen in tweede stemming opnieuw een tweederde meerderheid in beide Kamers moeten halen. Na al onze lamentabele ervaringen met referenda is dat niet de kant die we op moeten. Omdat het hier een grondwetswijziging betreft, kan er geen referendum worden gehouden over dit nieuwe referendumvoorstel.

De klassieke verkiezingen kunnen deze rol wél vervullen. Laten politici van alle partijen duidelijk maken of ze voor dan wel tegen het bindend referendum zijn. Tegenstanders zouden met voorkeurstemmen de tegenstanders van het bindend referendum kunnen mobiliseren, zodat de tweederde meerderheid straks niet wordt gehaald. Zo houden we toch een beetje een referendum, tegen het referendum.

Steven Adolf is oud-correspondent van de Volkskrant in Spanje.

Steven Adolf is oud-correspondent van de Volkskrant in Spanje.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden