De ombudsmanJean-Pierre Geelen

Een pijnlijke casus: is elke publicatie elke prijs waard?

Mag de krant over de dood van twee kinderen schrijven wanneer een van de nabestaanden dat niet wil? Over de prijs van een pijnlijke publicatie. 

Aangrijpend verhaal, het relaas van moeder Aurélie V. die haar twee jonge kinderen doodde. In het artikel ‘Fatale kortsluiting’ in het katern Zaterdag van twee weken geleden werd het drama ­beschreven. Dat diende ter illustratie van een tamelijk onbekend ­fenomeen: de invloed van sommige antidepressiva op dit soort gruweldaden die geheel niet lijken te passen bij de dader. Een belangrijk onderwerp. Maar niet iedereen was ingenomen met het resultaat.

Hoe het artikel tot stand kwam: de ouders van de vrouw hadden zich bij de krant gemeld. Zij wilden het verhaal over hun dochter graag delen, om aandacht te vragen voor het onderwerp. En voor de zaak, waarvan het hoger beroep ging dienen.

Twee verslaggevers maakten na gesprekken met de grootouders en deskundigen een inlevend verhaal waarin het fenomeen geschetst werd. Met deze zaak als actuele aanleiding. Daarin werd die bewuste herfstdag in 2013 beeldend beschreven: ‘In een openstaande ziekenwagen ligt haar dochter, onder het bloed’. ‘Ze was bedekt met een dekentje, haar hals was dichtgeplakt met pleisters.’

Het verhaal, aangekondigd met een nieuwsbericht voor in de krant, leidde tot een klacht. Eén partij wilde namelijk niet reageren in het verhaal: de ex-partner van de vrouw, vader van de kinderen. De verslaggevers hadden hem – via Slachtofferhulp – benaderd, maar in het kader van de verwerking wil hij zo min mogelijk geconfronteerd worden met bemoeienissen van media en buitenstaanders. Zijn goed recht.

Er bleef contact met Slachtofferhulp, maar de weigering stond een verhaal niet in de weg. Na publicatie volgde de klacht, via de nieuwe partner van de ­vader: waarom details (over een My Little Pony die was aangetroffen naast de dochter) beschreven die niet eerder bekend waren? Waarom details over zijn werk, de scheiding, de medische toestand van zijn zoon? Daarnaast getuigde het artikel volgens de ­klager van een ‘tunnelvisie’, omdat het verband tussen sommige moordzaken en ‘één bepaald type antidepressivum, een zogeheten ssri’ niet zou vaststaan. Kortom: sensatiebelust, eenzijdig en zonder wederhoor, aldus de klacht.

Op die punten valt wat af te dingen, en dat doen de verslaggevers ook. Gelegenheid tot wederhoor is bijvoorbeeld ruim geboden, juist omdat de verslaggevers het verhaal niet uitsluitend bij de grootouders wilden halen. Via Slachtofferhulp werd tien ­dagen vóór publicatie geprobeerd contact te leggen met de vader. Hij liet daarop weten niet te willen meewerken. Om hem niet voor verrassingen te plaatsen, werd het artikel drie dagen vóór publicatie voorgelegd. Als hij daarop alsnog had gereageerd, hadden de verslaggevers daarnaar gekeken. De man ­reageerde niet meer. Wederom zijn goed recht.

Volgens de verslaggevers stond in de passages over het doden van de kinderen niet één detail dat voorheen onbekend was. Het speelgoedbeestje van de dochter was in de rechtszaak aan de orde geweest, en had in een eerder artikel over de zaak al in deze krant gestaan. Andere details meldden ze ‘alleen wanneer ze relevant waren’, bijvoorbeeld om te schetsten ­onder welke druk de betrokkenen stonden.

Wat betreft de ‘tunnelvisie’ beroepen de verslaggevers zich op wetenschappelijk bewijs, dat juist wel een verband tussen antidepressiva en agressie aantoont.

Het contact met Slachtofferhulp heeft wel effect gehad. De verslaggevers besloten al snel geen foto’s van de kinderen te plaatsen. Wel opperden ze de ­mogelijkheid een tekening van een van de kinderen af te drukken. Omdat de vader dat niet wilde, zagen ze daarvan af.

Je kunt zeggen dat rekening is gehouden met de gevoeligheid voor betrokkenen. Je kunt ook stellen dat de verslaggevers gewetensvol te werk zijn gegaan en oog hielden voor de belangen van alle partijen. Het ging hen vooral om de ernst van een nog vrij ­onbekend probleem. ‘We hebben geen nieuwe feiten onthuld over het doden van de kinderen.’

Maar toch. De verslaggevers wisten dat zij in elk ­geval bij één betrokkene een wond zouden openrijten. Daar staat tegenover dat de grootouders juist heel graag dit verhaal wilden vertellen. Zij hebben ook recht van spreken, zeggen de verslaggevers. Een dilemma.

Was anonimiseren geen mogelijkheid? Alle partijen zijn het erover eens dat deze zaak zo specifiek is, dat de omgeving van alle betrokkenen direct zou ­weten om wie dit ging. Anonimiseren was dus zinloos. Had het artikel niet zonder praktijkvoorbeeld gekund? Of met een heel andere casus, waarvan alle betrokkenen hadden ingestemd met publicatie?

Het type onderwerp voltrekt zich in de journalistiek doorgaans volgens een zelfde patroon. Het verschijnsel wordt beschreven aan de hand van een of meer sprekende voorbeelden die de theorie (van een onderzoek, een wetenschapper, een betrokkene) moeten illustreren. Begrijpelijk: de materie komt zo meer tot leven, de persoonlijke passages zetten aan tot (verder) lezen – precies wat journalist en medium beogen.

Het gaat pas wringen wanneer een betrokkene ­tegen wil en dank in zo’n verhaal belandt. Kindermoord staat in de rangorde van gevoelige kwesties vermoedelijk bovenaan. De grootst mogelijke voorzichtigheid is dan geboden.

Los van deze kwestie: wie zich in beladen zaken als moord en doodslag ongevraagd geconfronteerd ziet met media, moet soms machteloos toezien hoe die media ‘aan de haal gaan’ met zijn leed. Dat benadrukt Slachtofferhulp ook: ‘Nabestaanden hebben vaak geen idee wat hen overkomt na zo’n zaak. En journalisten hebben soms geen idee wat media-aandacht telkens opnieuw bij hen aanricht.’

De verslaggevers vinden desondanks dat dit soort verhalen verteld moet worden. ‘Als deze vrouw inderdaad onder invloed van medicatie haar kinderen heeft gedood, hoe vreselijk is dat dan niet voor haar?’

Het beschrijven van een (nieuw) fenomeen kan ­inderdaad van groot maatschappelijk belang zijn, het hoort tot de kerntaken van de journalistiek. De vraag is alleen of publicatie elke prijs waard is. Die prijs kan ook te hoog zijn: wie in deze tak van journalistiek niet wil meewerken aan een productie, of wie sowieso niet zo bedreven is in het managen van ­mediacontact, hoeft niet gestraft te worden door diens verhaal toch te brengen. Wel het onderwerp, maar niet per se elke casus is die prijs waard. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden